De Rechtbank Gelderland heeft op 30 september 2021 uitspraak gedaan over een verzoek tot het ontslag van een testamentair bewindvoerder en de benoeming van een opvolgend testamentair bewindvoerder.
Erflater heeft in zijn testament een testamentair bewind ingesteld over al hetgeen verzoeker uit zijn nalatenschap verkrijgt tot het moment dat verzoeker de leeftijd van 30 jaar bereikt.
Erflater heeft verweerder tot testamentair bewindvoerder benoemd.
Verzoeker verzoekt de kantonrechter om op grond van artikel 4:164 lid 1 sub e jo. lid 2 BW verweerder te ontslaan als testamentair bewindvoerder.
Verzoeker verzoekt de kantonrechter voorts op grond van artikel 4:157 BW om een opvolgend bewindvoerder te benoemen.
Erfrecht. Verzoekschriftprocedure. Ontslag testamentair bewindvoerder en benoeming opvolgend testamentair bewindvoerder. Gewichtige redenen. Belangenverstrengeling? Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Het verzoek tot ontslag van de testamentair bewindvoerder
Op grond van hetgeen in het testament is bepaald over het testamentair bewind en hetgeen (aanvullend of dwingend) is bepaald in Afdeling 7, Titel 5 van Boek 4 BW en in het bijzonder op grond van artikel 4:164 lid 2 BW, dient de kantonrechter te toetsen of sprake is van gewichtige redenen die moeten leiden tot het ontslag van de testamentair bewindvoerder.
Met gewichtige redenen wordt bedoeld de situatie dat de bewindvoerder in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen of dat hij ongeschikt is geworden het bewind te voeren.
Verweerder wordt verweten dat sprake is van een belangenverstrengeling waardoor hij zijn taak niet goed kan uitvoeren.
Verweerder heeft naast zijn taak van testamentair bewindvoerder over het erfdeel van verzoeker tevens A geadviseerd en bijgestaan in een procedure tegen de erfgenamen van de nalatenschap van erflater en dus tegen verzoeker.
Indien A in het gelijk wordt gesteld, komt dit onder andere in mindering op het erfdeel van verzoeker dat onder het testamentaire bewind valt.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft verweerder desgevraagd bevestigd dat hij A heeft geholpen bij het opstellen van brieven met betrekking tot het geschil met de erfgenamen.
De kantonrechter is van oordeel dat verweerder door A bij te staan in ieder geval de schijn heeft gewekt het onder het testamentair bewind vallende erfdeel niet onafhankelijk en uitsluitend in het belang van verzoeker te beheren.
Verzoeker heeft aangevoerd dat voornoemde belangenverstrengeling zorgt voor een onstabiele situatie waardoor verzoeker geen vertrouwen in verweerder (meer) heeft.
Verzoeker geeft aan dat hij niet weet of verweerder uitsluitend het belang van verzoeker behartigt of dat andere belangen (ook) een rol spelen.
Verzoeker vreest dat hij daardoor zal worden benadeeld.
Weliswaar heeft verweerder tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat hij het belang van verzoeker dient, maar dat neemt niet weg dat de houding en het handelen van verweerder objectief gezien een andere indruk wekken.
Voorts wordt verweerder verweten dat hij niet beschikt over de benodigde kennis en kunde die nodig is voor een goede uitoefening van zijn taak als testamentair bewindvoerder.
Verweerder heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat hij van mening is dat zijn taak het beheren van de nalatenschap van erflater inhoudt en dat hij zijn taak vergelijkt met een kluisbewaarder, waarbij hij de enige is met de ‘sleutel die toegang verschaft tot de kluis’.
De kantonrechter stelt voorop dat de taak van de testamentair bewindvoerder zich niet uitstrekt tot de nalatenschap van erflater, maar volgens het testament van erflater slechts ziet op het erfdeel dat erflater heeft nagelaten aan verzoeker.
Ingevolge artikel 4:171 lid 1 BW heeft erflater in artikel 9.4 van zijn testament bepaald dat verzoeker naast de bewindvoerder bevoegd is tot handelingen dienende tot gewoon onderhoud van de onder bewind staande goederen die hij in gebruik heeft en tot handelingen die geen uitstel kunnen lijden.
Voor het overige komt het beheer uitsluitend toe aan de bewindvoerder.
Verzoeker is slechts met medewerking of toestemming van de bewindvoerder bevoegd tot andere handelingen dan de voornoemde bedoelde beheersbevoegdheden, welke een onder bewind staand goed rechtstreeks betreffen.
Het onder bewind gestelde vermogen mag dus wel degelijk worden aangewend, mits dit in het belang van verzoeker plaatsvindt.
Daarbij komt dat, afgezien van de vraag of verweerder voor de vervulling van de functie van testamentair bewindvoerder bekwaam is, geldt dat de vergelijking van verweerder tussen zijn taak en die van een kluisbewaarder niet bijdraagt aan het vertrouwen van verzoeker in een deugdelijke taakuitoefening door verweerder.
De kantonrechter neemt als uitgangspunt de wens van erflater zoals verwoord in zijn testament.
Het feit dat erflater verweerder in zijn testament heeft benoemd tot testamentair bewindvoerder laat zien dat erflater verweerder vertrouwde en hem daartoe in staat achtte.
Deze benoeming vond echter plaats voorafgaand aan het geschil tussen de erfgenamen enerzijds en A anderzijds en aldus voordat de verhoudingen verstoord raakten.
De kantonrechter is van oordeel dat het wantrouwen dat is ontstaan, wordt veroorzaakt door omstandigheden die aan verweerder te wijten zijn, althans waarvan verweerder had kunnen weten dat deze niet bijdragen aan een constructieve en transparante vervulling van de aan hem toevertrouwde taak.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de kantonrechter van oordeel dat sprake is van gewichtige redenen die moeten leiden tot het ontheffen van verweerder van zijn functie als testamentair bewindvoerder in de zin van artikel 4:164 lid 2 BW.
Op grond van artikel 4:161 lid 1 BW dient verweerder aan het einde van zijn bewind rekening en verantwoording af te leggen aan zowel verzoeker als aan degene die hem in het beheer van de goederen opvolgt.
Het verzoek tot benoeming van de opvolgend testamentair bewindvoerder
Artikel 4:157 lid 1 BW bepaalt dat de kantonrechter (op verzoek) een bewindvoerder kan aanwijzen, indien erflater bij uiterste wil een bewind heeft ingesteld over één of meer goederen van de nalatenschap, maar het testament niet voorziet in een regeling voor de benoeming van een bewindvoerder.
In het onderhavige geval heeft erflater in zijn testament bepaald dat de bewindvoerder de bevoegdheid heeft bij notariële akte één of meer bewindvoerders aan zich toe te voegen of in zijn plaats te stellen.
Gelet op het ontslag dat de kantonrechter verweerder zal verlenen en het feit dat erflater in zijn testament niet voorziet in een regeling voor de benoeming van een opvolgend bewindvoerder indien een bewindvoerder is komen te ontbreken, acht de kantonrechter zich bevoegd over het verzoek tot benoeming van een opvolgend testamentair bewindvoerder te oordelen.
De kantonrechter overweegt dat verzoeker de nadrukkelijke wens heeft uitgesproken dat een opvolgend bewindvoerder wordt benoemd.
De kantonrechter heeft op basis van hetgeen is aangevoerd in het verzoekschrift en tijdens de mondelinge behandeling is besproken de indruk gekregen dat de opvolgend bewindvoerder in staat is de taak van testamentair bewindvoerder op zich te nemen.
De kantonrechter zal daarom de opvolgend bewindvoerder benoemen tot testamentair bewindvoerder over het erfdeel van verzoeker.
Op grond van artikel 4:160 lid 1 BW dient de testamentair bewindvoerder die door de kantonrechter is benoemd een afschrift van de boedelbeschrijving in te leveren ter griffie van in het onderhavige geval kantonrechter van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, team bewind en erfrecht.
De testamentair bewindvoerder dient bovendien op grond van artikel 4:161 lid 1 BW, laatste zin, aldus van rechtswege, jaarlijks rekening en verantwoording af te leggen aan de kantonrechter.
Ten overvloede wijst de kantonrechter de te benoemen testamentair bewindvoerder er op dat het testament van erflater en de wetsbepalingen van dwingend recht zoals bepaald in Afdeling 7 van Titel 5 van het Burgerlijk Wetboek het regime van het testamentair bewind bepalen.
Het vermogen verkregen uit de nalatenschap betreft een afgescheiden vermogen van het overig vermogen van de rechthebbende.
Het afgescheiden vermogen dient afzonderlijk te worden geadministreerd en er mag geen vermenging optreden met het overige aanwezige vermogen van de rechthebbende.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over bewind in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.