De Rechtbank Noord-Holland heeft op 12 oktober 2021 uitspraak gedaan over de vraag of er gewichtige redenen aanwezig waren voor een ontslag van een testamentair bewindvoerder.

Erflaatster heeft bij testament een bewind ingesteld over alles wat haar dochter (verzoekster) en kleinkinderen (belanghebbenden) uit haar nalatenschap mochten verkrijgen.

Verzoekster verzoekt tot ontslag van A als testamentair bewindvoerder en tot benoeming van de heer X als testamentair bewindvoerder.

Zij legt hieraan kort gezegd het volgende ten grondslag.

Er wordt geen uitvoering gegeven aan het testament van erflaatster, het ingestelde testamentair bewind is in strijd met wettelijke bepalingen, vragen en suggesties van de erfgenamen worden genegeerd door de testamentair bewindvoerder en de legitieme portie, het legaat en het loon van verzoekster als executeur-afwikkelingsbewindvoerder worden niet betaald door A als bewindvoerder.

Erfrecht. Verzoek tot ontslag van een testamentair bewindvoerder. Gewichtige reden voor ontslag? Toetsing. Verzoek tot vervangende machtiging verdeling door rechter toegewezen.

De rechter oordeelt als volgt.

Op grond van artikel 4:162 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een testamentair bewindvoerder op verzoek van een rechthebbende ontslagen worden door de kantonrechter wegens gewichtige redenen.

Van dergelijke gewichtige redenen is in deze zaak geen sprake gelet op het volgende.

Verzoekster heeft gesteld dat sprake is van gewichtige redenen, omdat het twee jaar geduurd heeft na het overlijden van erflaatster voordat A als testamentair bewindvoerder in beeld kwam.

De kantonrechter is van oordeel dat bij de beoordeling van de gewichtige redenen voor ontslag het gaat om het handelen van de testamentair bewindvoerder als bewindvoerder.

De tijd dat zij geen bewindvoerder was, kan haar dan ook niet worden aangerekend.

Zij was nog geen bewindvoerder destijds, dus had ook geen invloed op deze tijdsduur.

Dit betekent dat dit geen gewichtige reden is voor ontslag.

Verzoekster heeft ook gesteld dat sprake is van gewichtige redenen, omdat de toonzetting van de e-mail van 5 oktober 2020 van de testamentair bewindvoerder haar niet beviel.

Ter zitting heeft verzoekster verklaard: “De toonzetting van deze brief was niet prettig. De brief had namelijk als aanhef ‘Geachte dames en heren’, alsof het om een schoolreisje gaat.” 

De kantonrechter is van oordeel dat de toonzetting en aanhef van deze brief niet kwalificeert als een gewichtige reden voor ontslag.

Ook heeft verzoekster gesteld dat sprake is van gewichtige redenen gelet op de inhoud van de brief van 16 april 2021.

Volgens verzoekster blijkt namelijk uit die brief dat de testamentair bewindvoerder heeft geweigerd om een voorschot op de nalatenschap uit te keren aan verzoekster.

Ter zitting is echter gebleken dat verzoekster wel degelijk een voorschot heeft ontvangen.

Verzoekster heeft niet nader onderbouwd dat (andere) verzoeken tot uitkering van een voorschot zijn genegeerd of onterecht afgewezen door de testamentair bewindvoerder.

Ook dit standpunt van verzoekster leidt dus niet tot een gewichtige reden voor ontslag.

Verzoekster heeft nog gesteld dat het zes maanden heeft geduurd voordat er een voorstel voor verdeling was opgesteld door de testamentair bewindvoerder.

Onduidelijk is echter gebleven of dit langer dan gebruikelijk was, wat de omstandigheden waren en welk belang van verzoekster hierdoor is geschaad.

Het had op de weg van verzoekster gelegen om deze standpunt nader te onderbouwen.

Omdat zij dit niet heeft gedaan, is haar standpunt onvoldoende onderbouwd, en is ook op dit punt geen sprake van gewichtige redenen voor ontslag.

Tot slot heeft verzoekster gesteld dat het testamentair bewind zonder rechtsgrond is ingesteld.

Dat is echter geen kwestie die te maken heeft met het werk van de testamentair bewindvoerder als bewindvoerder en kan dan ook niet leiden tot een gewichtige reden voor ontslag.

De conclusie is dat verzoekster onvoldoende heeft aangetoond dat A als testamentair bewindvoerder tekort is geschoten in de uitvoering van haar taken.

Er is dan ook geen sprake van gewichtige redenen als bedoeld in artikel 4:164 lid 2 BW.

De kantonrechter zal het verzoek van verzoekster daarom afwijzen.

Op grond van artikel 4:170 BW is de bewindvoerder bevoegd tot het vorderen van verdeling en is hij, met toestemming van de rechthebbende bevoegd tot medewerking aan de verdeling als de goederen die onder het bewind staan of die met een onder het bewind staand beperkt recht zijn belast tot een gemeenschap behoren.

Op grond van artikel 4:169 lid 3 BW kan de kantonrechter deze toestemming op verzoek door haar machtiging vervangen als iemand wiens toestemming is vereist deze niet verleent.

De kantonrechter overweegt als volgt.

De testamentair bewindvoerder heeft een cijfermatig overzicht overgelegd dat de grondslag vormt voor haar verzoek tot machtiging voor verdeling.

Verzoekster heeft bij haar laatste brief bezwaren geuit tegen dit cijfermatige overzicht, maar deze bezwaren niet onderbouwd.

Het had op de weg gelegen van verzoekster om de door haar gestelde correcties in bedragen te onderbouwen met documenten.

Omdat zij dit niet heeft gedaan, zal de kantonrechter uitgaan van de juistheid van het overzicht van 10 september 2021.

De kantonrechter ziet in het standpunt van verzoekster geen concrete bezwaren die zich verzetten tegen de machtiging voor verdeling zoals verzocht.

De kantonrechter zal het verzoek daarom toewijzen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.