Het Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over een verzoek tot opheffing van de vereffening.
Eiser en verweerder zijn de kinderen van erflater.
Erflater is geboren in 1925 en overleden in 2022.
Erflater heeft niet bij testament over zijn nalatenschap beschikt.
Bij de bestreden beschikking is, overeenkomstig het primaire verzoek van verweerder, de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater bevolen, waarbij de vereffeningskosten zijn vastgesteld op nihil.
Eiser is van mening dat de vereffening van de nalatenschap van erflater (nog) niet kan worden opgeheven omdat nog veel punten onduidelijk zijn ten aanzien van de baten en de schulden.
Bovendien dienen hij en verweerder een verzoek tot opheffing gezamenlijk te doen.
In zijn eerste grief stelt eiser dan ook dat de kantonrechter verweerder niet-ontvankelijk had moeten verklaren in haar verzoek tot opheffing, omdat zij een dergelijk verzoek samen met eiser had moeten indienen of in ieder geval met zijn instemming.
Erfrecht. Vereffening. Verzoek tot opheffing van de vereffening. Schulden van de nalatenschap. Stelplicht. Geringe waarde der baten van de nalatenschap? Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Artikel 4:195 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat als een nalatenschap door een of meer erfgenamen beneficiair aanvaard is en zij uit dien hoofde overeenkomstig de volgende afdeling van titel 6 moet worden vereffend, dan alle erfgenamen vereffenaar zijn.
Artikel 4:198 BW bepaalt dat de vereffenaren hun bevoegdheden tezamen uitoefenen, tenzij de kantonrechter anders bepaalt of sprake is van daden als opgesomd in dit artikel.
Op grond van artikel 4:209 lid 1 BW kan de kantonrechter, indien de geringe waarde der baten van een nalatenschap daartoe aanleiding geeft, op verzoek van de vereffenaar of een belanghebbende hetzij de kosteloze vereffening van de nalatenschap, hetzij de opheffing van de vereffening bevelen.
Op een verzoek tot opheffing wordt de verzoeker gehoord of behoorlijk opgeroepen, alsmede voor zover zij bestaan en bekend zijn, de erfgenamen, de vereffenaar en de boedelnotaris.
Ontvankelijkheid van verzoek tot opheffing
Het hof constateert dat eiser en verweerder gezamenlijk vereffenaar zijn van de nalatenschap van erflater.
Gezien het wettelijk kader dienen zij dan ook samen op te treden en dus in beginsel samen de opheffing van de vereffening te verzoeken.
Naar het oordeel van het hof heeft de kantonrechter in dit geval terecht anders bepaald en verweerder ontvangen in haar verzoek, ook al heeft [verweerder] dat verzoek niet samen met eiser ingediend.
Daarbij is van belang dat in de procedure in eerste aanleg al duidelijk was dat verweerder en eiser op meerdere punten ernstig met elkaar van mening verschilden.
Dat blijkt niet alleen uit het verzoek tot opheffing waarin verweerder spreekt van een dispuut met eiser, maar ook uit de brieven van eiser aan verweerder van 15 oktober 2022 en 23 oktober 2022, waarin hij schrijft dat hij aanwijzingen ziet dat verweerder een bedrag van (afgerond) € 78.000,- heeft onttrokken aan de nalatenschap en dat zij inboedel heeft verduisterd (waarvan hij aangifte heeft gedaan bij de politie).
Eveneens van belang is dat eiser weliswaar niet het verzoek tot opheffing mede ingediend heeft – dan wel ermee heeft ingestemd -, maar dat hij wel betrokken is in de procedure bij de kantonrechter (anders dan in de zaak waarnaar eiser heeft verwezen van het hof Den Haag van 17 januari 2018 (GHDHA:2018:131)).
Dat eiser niet in zijn hoedanigheid van vereffenaar voor de zitting was opgeroepen, maar alleen in zijn hoedanigheid van erfgenaam, maakt dat niet anders: van belang is slechts het feit dat eiser betrokken was: hij is opgeroepen voor de zitting, hij heeft vóór de zitting stukken ingediend, ter zitting is hij gehoord, zijn gemachtigde heeft een pleitnota overgelegd en na de zitting is eiser in de gelegenheid gesteld om alsnog te reageren op eerder door verweerder overgelegde stukken, van welke gelegenheid hij gebruik heeft gemaakt.
In het onderhavige geval, waarin de standpunten van de beide vereffenaars zeer uiteenlopen en hun geschillen vooral handelen over de (na de vereffening volgende) verdeling van de nalatenschap, heeft de kantonrechter naar het oordeel van het hof terecht en op goede gronden een van beide vereffenaars ontvangen in diens verzoek tot opheffing en het afdoende geacht dat de andere vereffenaar in de gelegenheid is gesteld om zich uit te laten over het verzoek.
Eiser stelt in zijn eerste grief verder de door verweerder verzochte aanwijzing tot instructie van partijen aan de orde.
Nu deze aanwijzing pas door de kantonrechter had kunnen worden gegeven, indien verweerder niet-ontvankelijk was verklaard in haar verzoek tot opheffing of als dit verzoek zou zijn afgewezen, komt het hof aan de beoordeling van dit deel van de grief niet meer toe gezien hetgeen hiervoor is overwogen.
Opheffing van de vereffening
De tweede grief van eiser betreft het bevel van de kantonrechter tot de opheffing van de vereffening, gebaseerd op de stelling van [verweerder] dat alle schulden in de nalatenschap zijn voldaan.
Eiser betwist dat alle schulden zijn voldaan; hij stemt niet in met de door verweerder opgestelde boedelbeschrijving aangezien verweerder hem niet van deugdelijke informatie heeft voorzien aan de hand waarvan hij de boedelbeschrijving kan controleren; hij heeft geen inzage gekregen in de administratie van erflater en aan hem is geen overzicht gegeven van de inboedel die verweerder uit de woning van erflater heeft gehaald.
Eiser wil vooral opheldering krijgen over de pinopnamen die van 2017 tot het overlijden van erflater door verweerder zijn gedaan, van in totaal € 78.850,-.
Verweerder dient te bewijzen dat al deze opnamen ten goede van erflater (en aanvankelijk nog van erflaatster) zijn gekomen.
Mogelijk is sprake van een onrechtmatige daad als verweerder het geld voor zichzelf heeft gebruikt.
Eerst moet dus worden vastgesteld of er een schuld van verweerder aan de nalatenschap is, voordat de verdelingsfase aanbreekt.
Eiser vermoedt verder dat verweerder meer dan de gebruikelijke schenkingen van hun ouders heeft gekregen.
In dat geval is hij als legitimaris schuldeiser van de nalatenschap, hetgeen zal moeten blijken uit bankafschriften en belastingaangiften.
Verder dient wellicht nog aangifte erfbelasting en inkomstenbelasting te worden gedaan.
Eiser sluit voorts niet uit dat hij uit hoofde van de nalatenschap van zijn moeder nog een vordering heeft op de nalatenschap van erflater.
Zolang deze punten openstaan, kan en mag de vereffening volgens eiser niet worden opgeheven.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat er geen schulden meer zijn die nog niet zijn voldaan uit de nalatenschap dan wel uit haar eigen vermogen, zodat de vereffeningsfase is afgerond.
De vorderingen die eiser meent te hebben op verweerder zal hij moeten inbrengen in een verdelingsprocedure.
Zij weerspreekt dat zij informatie heeft achtergehouden voor eiser ; verweerder heeft hem meerdere keren de kans gegeven om inzage te krijgen in de administratie van erflater.
Eiser weigerde dat en wilde kopieën van de afgelopen zeven jaar.
Hij heeft van haar onder andere de bankafschriften van de afgelopen vijf jaar en de aangiften inkomstenbelasting van 2019 tot en met 2022 ontvangen.
De inboedel van erflater had volgens verweerder geen waarde meer.
Ter onderbouwing van die stelling verwijst verweerder naar de e-mail van de taxateur van 23 november 2023.
Verweerder heeft eiser meermaals gevraagd of hij naar de inboedel wilde komen kijken en welke spullen hij wilde hebben.
Eiser heeft niet gereageerd.
Verweerder betwist dat zij zonder medeweten en instemming van haar ouders geld van hun bankrekening heeft gepind.
Zij gaven haar opdracht tot deze opnamen, waarna verweerder in hun opdracht boodschappen deed in aanwezigheid van erflaatster dan wel de erflater. Van het restant betaalden erflaters hun overige kosten van levensonderhoud.
Zij voldeden bijna al hun lasten en kosten contant, zoals ook blijkt uit hun bankafschriften.
Verweerder wijst erop dat uit de aangiften inkomstenbelasting volgt dat zij geen schenkingen van haar ouders heeft ontvangen.
Het is juist eiser die in 1998 en 1999 diverse schenkingen van de ouders heeft gekregen, zoals blijkt uit het giroboekje (totaal € 16.107,-).
Verweerder rekent tot slot voor dat zij noch eiser een vordering had op erflater uit hoofde van de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster.
Het hof overweegt dat uit het hierboven vermelde artikel 4:209 BW volgt dat de opheffing van de vereffening kan worden bevolen als de geringe waarde der baten van een nalatenschap daartoe aanleiding geeft.
Aangezien verweerder het verzoek tot opheffing van de vereffening heeft ingediend, rust op haar de stelplicht ten aanzien van de geringe waarde van de baten van de nalatenschap van erflater.
Verweerder heeft gemotiveerd gesteld dat zij alle schulden van de nalatenschap heeft voldaan.
Zij heeft toegelicht dat erflaters bij leven een gering inkomen hadden en dat zij niet over een aanzienlijk vermogen beschikten; ten tijde van de indiening van het verzoek tot opheffing bedroeg het saldo op de bankrekening van erflater € 353,08.
Verweerder heeft bij brief aan de rechtbank van 1 november 2022 een boedelbeschrijving gevoegd, gedateerd 31 oktober 2022.
Daarin schrijft zij dat zij na het overlijden van erflater een aantal rekeningen heeft betaald van de bankrekening van erflater (waarvan het saldo op de dag van zijn overlijden € 11.935,48 bedroeg), zoals zijn ziektekosten, belasting, huur, bankkosten en de kosten van de uitvaart.
Als bijlagen bij de boedelbeschrijving heeft [verweerder] gevoegd een overzicht van het saldo van de bankrekening van erflater per de datum van zijn overlijden (plus de bij- en afschrijvingen tot en met 6 juli 2022), de bankafschriften van de ING Bank van 8 maart 2022 tot en met 6 juli 2022, de nota van de uitvaart en een overzicht met de betalingen die zij ten behoeve van erflater heeft gedaan (onderbouwd met betalingsbewijzen en nota’s).
Het hof overweegt dat de vereffening in het geval van beneficiaire aanvaarding door een of meer van de erfgenamen strekt ter bescherming van de schuldeisers van de nalatenschap.
Met voornoemde stukken heeft verweerder naar het oordeel van het hof genoegzaam onderbouwd dat alle schulden van de nalatenschap zijn voldaan en dat ten tijde van de indiening van het verzoek een gering bedrag aan baten van de nalatenschap is overgebleven.
De kantonrechter heeft bepaald dat de kosten van de vereffening nihil zijn.
Daartegen is niet gegriefd, zodat ook het hof daarvan uitgaat.
Eiser heeft een en ander onvoldoende gemotiveerd weersproken.
Zijn betoog dat hij de boedelbeschrijving niet goed kan controleren, gaat niet op nu hij naast bovengenoemde stukken ook de aangiften inkomstenbelasting van 2019 tot en met 2022 heeft ontvangen alsook de bankafschriften van erflater vanaf 1 januari 2021.
Zijn stellingen zien vooral op de omvang van de nalatenschap, bijvoorbeeld waar hij stelt dat de pinopnamen die verweerder heeft gedaan met de bankpas van erflater mogelijk niet (volledig) ten goede van erflater zijn gekomen.
Zoals de kantonrechter met juistheid heeft overwogen, zal dit soort stellingen aan de orde moeten komen bij de verdeling van de nalatenschap.
Dat geldt ook voor de stellingen van eiser ten aanzien van – onder andere – de inboedel, de schenkingen aan verweerder en de nalatenschap van erflaatster.
Gelet op het voorgaande is voldoende komen vast te staan dat sprake is van een geringe waarde der baten van de nalatenschap.
De kantonrechter heeft dan ook terecht de opheffing van de vereffening bevolen.
Het hof zal de bestreden beschikking bekrachtigen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.