De Rechtbank Noord-Holland heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de vraag of verrekening gedurende de vereffening mogelijk was.
De vraag is of het beroep van gedaagde op verrekening slaagt.
De vereffenaar stelt zich primair op het standpunt dat verrekening in het geheel niet mogelijk is omdat niet is voldaan aan de vereisten die artikel 4:217 BW jo artikel 53 van de Faillissementswet (FW) daaraan stelt.
De vereffenaar voert aan dat de vordering uit het vaderlijk erfdeel op de nalatenschap is ontstaan vóór het overlijden van overledene terwijl de huurschulden zijn ontstaan na haar overlijden.
Erfrecht. Vereffening. Verrekening. Is verrekening gedurende de vereffening mogelijk? Benadeling van schuldeisers? Schulden van de nalatenschap. Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
De kantonrechter volgt de vereffenaar in zijn betoog dat de bevoegdheid tot verrekening niet voortvloeit uit de genoemde wetsartikelen.
Daarmee is echter nog niet gezegd dat een beroep op verrekening niet kan slagen.
Van belang is ook wat partijen met elkaar hebben afgesproken en/of van elkaar mochten verwachten.
Gedaagde heeft in dit verband voldoende aangetoond dat de vereffenaar (aanvankelijk) akkoord is gegaan met verrekening door gedaagde.
Hij wijst daarbij onder meer op een e-mailbericht van 9 juli 2019 aan de advocaat van gedaagde waarin de vereffenaar schrijft: “De huur kon tot nu toe ex artikel 4:217 worden verrekend met het vaderlijk erfdeel dat ik (voorlopig) had begroot op € 147.727,67”.
In deze procedure stelt de vereffenaar zich op het standpunt dat (slechts) om praktische redenen is gekozen verrekening door gedaagde toe te staan, maar de kantonrechter is van oordeel dat de vereffenaar op de aldus verleende toestemming niet eenzijdig kan terugkomen.
Ook de aanwijzing van de kantonrechter van 30 oktober 2019 biedt geen aanknopingspunten voor de stelling dat verrekening niet zo zijn toegestaan.
Integendeel, in de beschikking staat dat de kantonrechter de aanwijzing zal geven dat de vereffenaar over gaat tot het innen van de huur “zodra naar het inzicht van de vereffenaar de vordering van gedaagde op grond van zijn vaderlijk erfdeel door verrekening met de verschuldigde huur teniet dreigt te gaan, omdat anders de belangen van de overige schuldeisers in het gedrang komen”.
De stelling van de vereffenaar dat verrekening in het geheel niet is toegestaan zal dan ook worden verworpen.
De vraag die zich vervolgens aandient is tot welk bedrag de huur kan worden verrekend met het vaderlijk erfdeel.
De vereffenaar voert aan dat pas na het verbindend worden van de uitdelingslijst het uit te keren bedrag vast staat en de vereffenaar verplicht wordt een ieder het volgens deze lijst toekomende bedrag uit te keren.
Nu hiervan nog geen sprake is, is het bedrag waarmee gedaagde wil verrekenen formeel nog niet vastgesteld en is het volgens de vereffenaar theoretisch denkbaar dat er – in het geval van een gebrek aan voldoende gerealiseerd boedelactief – in het geheel geen vordering zal zijn.
Daarnaast voert de vereffenaar aan dat verrekening een doorkruising van de rangorde van de verdeling in de nalatenschap tot gevolg kan hebben.
Het vaderlijk erfdeel betreft immers een concurrente schuld die bij verrekening met de huurpenningen boven de boedelschulden en preferente schulden wordt geplaatst.
De kantonrechter is van oordeel dat hetgeen de vereffenaar heeft aangevoerd in zijn algemeenheid juist is.
Verrekening mag immers niet leiden tot benadeling van andere schuldeisers.
Uit de hiervoor geciteerde overweging blijkt dat de kantonrechter dit ook in zijn aanwijzing tot uitgangspunt heeft genomen.
De kantonrechter is echter van oordeel dat in deze zaak voldoende is gebleken dat voldoende boedelactief aanwezig zal zijn om alle schulden te voldoen.
Volgens gedaagde is een boedelactief te verwachten van ten minste € 1.225.000,00 terwijl de passiva, waaronder zijn vaderlijk erfdeel, in redelijkheid op een bedrag van € 968.000,00 zijn te stellen.
Omdat in de opstelling wordt uitgegaan van een opbrengst van € 900.000,00 voor de verkoop van de woning, welk bedrag naderhand ook daadwerkelijk gerealiseerd is, is dit naar het oordeel van de kantonrechter een reële opstelling.
De kantonrechter is dan ook van oordeel dat niet snel sprake is van een situatie waarin andere schuldeisers door de verrekening benadeeld zouden kunnen worden.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over verrekening in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.