De Rechtbank Limburg heeft op 23 augustus 2021 uitspraak gedaan over de wijze van afleggen van rekening en verantwoording door een particuliere bewindvoerder.

In 2019 is de erflaatster overleden.

De erfgenamen van de erflaatster zijn haar zes kinderen.

Vanwege het vooroverlijden van de echtgenoot van de erflaatster sorteert haar testament geen effect en is de wettelijke verdeling op de nalatenschap van de erflaatster van toepassing.

Bij beschikking van de kantonrechter in deze rechtbank van 20 april 2016 is het verzoekschrift tot instelling van een bewind over de goederen die (zullen) toebehoren aan erflaatster alsmede de instelling van een mentorschap ten behoeve van de erflaatster afgewezen.

Bij beschikking van de kantonrechter in deze rechtbank van 16 januari 2017 is het verzoekschrift tot instelling van een bewind over de goederen die (zullen) toebehoren aan de erflaatster) opnieuw afgewezen.

Verzoeker vraagt te bepalen dat verweerder binnen twee weken na deze beschikking een boedelbeschrijving per overlijdensdatum van de erflaatster, met een voorlopige schuldenstaat en alle andere door verzoeker vermelde inlichtingen en/of bescheiden, waaronder kopieën van de afschriften van alle (bank-, giro en beleggings-)rekeningen van de erflaatster vanaf 7 jaar voorafgaand aan het overlijden tot en met heden, waarop tevens zichtbaar is wat de saldi op de sterfdatum was, een kopie van de aangiftes IB 2016, 2017, 2018, 2019 en 2020 en aangifte erfbelasting, en daarmee verband houdende aanslagen, en alle andere relevante bescheiden waaronder een kopie van de levensverzekeringen en opgave van alle door erflaatster gedane giften aan hem verstrekt, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat verweerder nalatig is hieraan te voldoen met een maximum van € 20.000,-.

Erfrecht. Particuliere bewindvoerder. Vereffenaar. Rekening en verantwoording. Boedelbeschrijving. Wijze van het afleggen van rekening en verantwoording.

De rechter oordeelt als volgt.

Volgens vaste rechtspraak kan een verplichting tot het doen van rekening en verantwoording worden aangenomen indien tussen partijen een rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan krachtens welke de een jegens de ander (de rechthebbende) verplicht is om zich omtrent de behoorlijkheid van enig vermogensrechtelijk beleid te verantwoorden.

Een zodanige verhouding kan voortvloeien uit de wet, een rechtshandeling of ongeschreven recht (vgl. onder meer Hoge Raad, 9 mei 2014, HR:2014:1089, NJ 2014/251).

Dat van een dergelijke verhouding sprake was staat genoegzaam in rechte vast nu beide partijen hebben verklaard dat verweerder bij leven van de erflaatster haar vermogensrechtelijke belangen heeft behartigd.

Het voorgaande, in samenhang bezien met de overweging in de beschikking van de kantonrechter van 20 april 2016, waarin is gestipuleerd dat verweerder ieder jaar (op 1 juli en 31 december) rekening en verantwoording aflegt, leidt tot de conclusie dat verweerder vanaf 20 april 2016 tot en met de datum van het overlijden van de erflaatster aan verzoeker en de overige belanghebbenden die daarom hebben gevraagd rekening en verantwoording, die voldoet aan de eisen zoals die ook aan een particuliere bewindvoerder worden gesteld (de betreffende documenten zijn te vinden op www.rechtspraak.nl), diende af te leggen.

Anders dan verweerder betoogt, heeft hij daar niet volledig aan voldaan.

De stukken die verweerder ter zake in het geding heeft gebracht zijn, zonder aanlevering van bankafschriften, nota’s en overige bescheiden die de inkomsten en uitgaven onderbouwen, onvoldoende om te kunnen spreken van aan een rekening en verantwoording in voormelde zin te stellen eisen.

Dat brengt met zich dat verzoeker en de overige belanghebbenden die daarom hebben gevraagd er voldoende belang bij hebben dat verweerder daartoe alsnog door de rechter zal worden veroordeeld als nader in het dictum is bepaald.

Nu hieruit tevens voortvloeit dat verweerder een boedelbeschrijving van de nalatenschap van de erflaatster, ingericht overeenkomstig het model dat op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd en voorzien van de daarbij voorgeschreven bijlagen, per datum van het overlijden van de erflaatster moet opmaken en deze aan de andere erfgenamen moet doen toekomen, zal verweerder ook daartoe worden veroordeeld op de wijze als nader in het dictum is bepaald.

Voor verderstrekkende voorzieningen is geen plaats.

De dwangsom zal worden gematigd als in het dictum is bepaald.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over bewind in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.