Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 10 augustus 2021 uitspraak gedaan over het tekortschieten van een notaris als vereffenaar.

Klager en zijn zuster hebben onenigheid gekregen over de afwikkeling van de nalatenschap.

Om uit de impasse te geraken heeft klager de rechtbank verzocht om een onafhankelijke vereffenaar te benoemen. De rechter heeft een notaris benoemd.

Klager verwijt de notaris het volgende:

1) Een onthutsend slechte start van de vereffening in 2014 en een dramatisch vervolg tot en met het eerste kwartaal van 2016. Een aantal zaken die in die periode niet goed is gegaan, is van invloed geweest op de definitieve boedelbeschrijving van 2017. Uiteindelijk heeft de vereffening bijna vier jaar geduurd, en daarin heeft de notaris in periodes van bijna één jaar vrijwel niets gedaan;

2) Vrijwel alle wettelijke taken van de vereffenaar zoals bedoeld in artikel 4:211 en volgende Burgerlijk Wetboek zijn niet uitgevoerd. Van enig beheer was geen sprake. Effecten zijn uiteindelijk verkocht zonder overleg met de erfgenamen. Er is geen rekening en verantwoording aan de erfgenamen afgelegd;

3) De notaris heeft het vereffeningsproces niet professioneel en zeer onzorgvuldig behandeld. In de definitieve boedelbeschrijving uit 2017 zijn twaalf posten uit de vermogensopstelling met een waarde van ongeveer € 150.000,- niet opgenomen;

Erfrecht. Vereffening. Notaris als vereffenaar. Tekortkoming. De notaris heeft de vereffening van de nalatenschap niet voortvarend opgepakt.

De rechter oordeelt als volgt.

Evenals de kamer is het hof van oordeel dat de verwijten van klager – die er in essentie op neerkomen dat de notaris slecht met klager heeft gecommuniceerd, hem ontijdig heeft geïnformeerd en op onderdelen onjuist en/of onzorgvuldig heeft gehandeld – terecht zijn.

Zowel in eerste aanleg als in hoger beroep heeft de notaris erkend dat hij de vereffening niet voortvarend heeft opgepakt.

De notaris heeft ook geen verweer gevoerd tegen het verwijt van klager dat de notaris vrijwel alle wettelijke taken van de vereffenaar – zoals voorgeschreven in de artikelen 4:211 e.v. BW – heeft verzaakt, zodat ook van de juistheid van dat verwijt kan worden uitgegaan.

Daarnaast heeft klager de notaris vanaf januari 2018 diverse malen verzocht om een rekening en verantwoording aan welk verzoek pas op 9 februari 2021 gehoor is gegeven, terwijl reeds in eerste aanleg bij dupliek van 13 april 2020 door de notaris is erkend dat die eerder had moeten zijn ingediend en toegezegd daarvoor alsnog zorg te dragen.

Ter zitting in hoger beroep is naar voren gekomen dat de rekening en verantwoording volgens klager niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen en de notaris heeft voorgesteld dat partijen daarover nog eens met elkaar om tafel gaan zitten.

De nalatenschap van erflaatster is tot op heden dus nog steeds niet volledig afgewikkeld, ondanks de door klager veelvuldig ondernomen pogingen de notaris in beweging te krijgen.

De klacht van klager zal dan ook gegrond worden verklaard.

Van een notaris die, al dan niet als vereffenaar, bij de afwikkeling van een nalatenschap betrokken is, mag worden verwacht dat hij de belangen van de erfgenamen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid behartigt en dat hij daarbij in de gegeven omstandigheden voldoende voortvarend handelt.

Uit het voorgaande volgt dat de notaris aan een en ander niet heeft voldaan.

Zorgvuldigheid is één van de kernwaarden van het notariaat en de notaris heeft deze bij voortduring geschonden.

Het hof neemt bij de bepaling van soort en hoogte van de maatregel in aanmerking dat de notaris sinds 2014 faalt in zijn dienstverlening richting klager.

De notaris heeft klager gedurende inmiddels meer dan zeven jaar het bos in gestuurd door niet, te laat of niet naar behoren te reageren op correspondentie van klager en de afwikkeling van de nalatenschap op zijn beloop te laten.

Daarbij duurt het falen van de notaris voort, want de nalatenschap is tot op heden nog steeds niet volledig afgewikkeld.

Het hof rekent dit de notaris zeer aan.

De notaris heeft weliswaar meermaals excuses aan klager aangeboden, maar dit heeft niet geleid tot daden van zijn kant.

Voorts wordt meegewogen dat aan de notaris ter zake van een eerder tuchtrechtelijk verwijt de maatregel van waarschuwing is opgelegd.

Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat niet met de door de kamer opgelegde maatregel – berisping – kan worden volstaan.

Het hof acht de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van vier weken passend en geboden.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de notaris in het erfrecht , belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.