De Rechtbank Midden-Nederland heeft onlangs uitspraak gedaan in een geschil tussen een erfgenaam en een vereffenaar over de aanvaarding en de uitleg van een legaat.
Volgens eiser sorteert het legaat aan moeder geen effect omdat zij het legaat op ondubbelzinnige wijze heeft verworpen.
De vorige vereffenaar heeft bij moeder geverifieerd of zij het legaat wilde verwerpen en dit heeft zij bevestigd.
De advocaat van moeder heeft op 8 juni 2023 ook bevestigd dat moeder afstand doet van het legaat.
Eiser heeft het legaat onvoorwaardelijk aanvaard en daarom is hij legataris en heeft hij dus recht op het legaat.
Dit is door de vereffenaar ook opgenomen in de boedelbeschrijving en de aangifte erfbelasting.
De vereffenaar stelt dat nog niet vaststaat wie tot het legaat gerechtigd is.
Moeder overweegt namelijk om de verwerping van het legaat ongedaan te maken.
Daarnaast heeft zij haar verklaringen gericht tot de vereffenaar en zijn voorganger, terwijl zij voor een rechtsgeldige afstandsverklaring haar verklaring tot de erfgenamen had moeten richten.
Ook in het geval dat moeder het legaat wel rechtsgeldig zou hebben verworpen, staat niet vast dat het legaat aan eiser toekomt.
Eiser heeft het legaat namelijk slechts aanvaard op voorwaarde dat voor de berekening van het legaat de waarde van € 330.000,00 van het pand, dan wel de actuele waarde op het moment van afwikkeling van de nalatenschap, zal worden genomen.
Erfrecht. Vereffening. Geschil tussen erfgenaam en vereffenaar over aanvaarding en uitleg van een legaat. Peildatum waardering legaat. Redelijkheid en billijkheid. Wettelijke rente. Verzuim.
De rechter oordeelt als volgt.
De rechtbank is van oordeel dat uit de verklaringen van moeder van 6 januari 2022 en 24 januari 2022 aan de vorige vereffenaar voldoende blijkt dat zij het legaat op ondubbelzinnige wijze heeft verworpen.
Daarna heeft zij kennelijk ook nog verklaard dat zij afstand heeft gedaan van het vorderingsrecht uit hoofde van het legaat.
Omdat moeder het legaat daarvoor al heeft verworpen, heeft zij afstand gedaan van een vorderingsrecht dat haar op dat moment niet toekwam.
Daarom hoeft niet beoordeeld te worden of zij op de juiste wijze afstand heeft gedaan van haar vorderingsrecht.
Aangezien niet is gebleken dat moeder de verwerping van het legaat ook daadwerkelijk heeft vernietigd, gaat de rechtbank ervan uit dat moeder de verwerping van het legaat niet ongedaan heeft gemaakt.
Het legaat ten gunste van moeder sorteert ten gevolge van haar verwerping geen effect en daarom is eiser legataris.
Hoewel aanvaarding van een legaat voor de verkrijging niet nodig is, is de rechtbank van oordeel dat eiser het legaat onvoorwaardelijk heeft aanvaard.
Dit is bovendien ook door eiser op de mondelinge behandeling bevestigd.
Welke peildatum geldt voor de berekening van het legaat?
Eiser stelt dat bij de berekening van de omvang van het legaat moet worden uitgegaan van de waarde op de taxatiedatum van € 330.000,00.
Tussen de overlijdensdatum en de datum afgifte legaat is namelijk dusdanig veel tijd verstreken dat op grond van de redelijkheid en billijkheid moet worden afgeweken van de peildatum die in het testament is opgenomen.
Volgens de vereffenaar zijn er geen feiten of bijzondere omstandigheden die zouden kunnen leiden tot een andere peildatum dan de datum die in het testament is opgenomen.
Ook heeft eiser zelf de rechtbank verzocht om een professionele vereffenaar te benoemen en daarmee heeft hij geaccepteerd dat het legaat pas kan worden afgegeven nadat de uitdelingslijst verbindend is geworden.
De rechtbank volgt het verweer van de vereffenaar.
Uit het testament van erflaatster volgt duidelijk dat als peildatum moet worden uitgegaan van de overlijdensdatum.
De vraag of de maatstaf van artikel 6:2 BW noopt tot afwijking van de overlijdensdatum als peildatum dient te worden beantwoord aan de hand van alle relevante omstandigheden van het geval.
Eiser heeft slechts tijdsverloop aangevoerd als omstandigheid die noopt tot afwijking van de bij testament bepaalde peildatum.
Dit is onvoldoende en dit betekent dat als peildatum de overlijdensdatum van erflaatster wordt aangehouden en dus wordt uitgegaan van een waarde van € 250.000,00.
Hoe moet het legaat worden uitgelegd?
Partijen verschillen ook van mening over de uitleg van het legaat.
Eiser stelt dat hij uit hoofde van het legaat een vordering van € 330.000,00 dan wel € 250.000,00 heeft.
Dit blijkt primair uit het feit dat de vereffenaar de door eiser ingediende vordering van € 250.000,00 ter verificatie heeft opgenomen.
Het stond de vereffenaar daarna niet meer vrij om de vordering van eiser te verlagen.
Subsidiair is de omschrijving van het legaat in het testament duidelijk.
Het legaat is een geldbedrag gelijk aan de marktwaarde van het pand, verminderd met een eventuele hypotheekschuld.
Ook blijkt uit het testament dat het een voorwaardelijk legaat is dat slechts geldt als het verschil tussen de waarde van het pand en de eventuele schuld uit hypotheek groter is dan € 200.000,00.
Aan deze voorwaarde is voldaan.
De vereffenaar heeft ten onrechte de notaris die het testament heeft opgesteld gevraagd hoe het legaat moet worden uitgelegd, want de tekst van het testament is duidelijk.
Daarom moet geen acht worden geslagen op de uitleg van de notaris.
Ook doet de uitleg van de notaris inhoudelijk niet af aan de uitleg van eiser.
Tot slot is de uitleg van de vereffenaar en de notaris niet meer passend omdat de heer A niet erft van erflaatster.
Volgens de vereffenaar blijkt uit de letterlijke tekst van het testament dat het legaat € 50.000,00 is.
Op de waarde van het pand komt namelijk de € 200.000,00 in mindering en dit bedrag valt in de nalatenschap aangezien de heer A onwaardig is om te erven.
Om vergissingen te voorkomen heeft de vereffenaar navraag gedaan bij de notaris die het testament heeft opgesteld.
De notaris heeft laten weten dat erflaatster heeft bedoeld om een waarde tot en met € 200.000,00 voor de heer A (de door haar benoemde enige erfgenaam) te behouden.
Voor zover de waarde hoger was dan € 200.000,00 heeft erflaatster aan haar moeder dan wel eiser gelegateerd.
De notaris heeft zich voor deze uitleg gebaseerd op de toelichting die hij destijds bij het concepttestament aan erflaatster heeft verzonden.
Ook komen de woorden ‘voor zover … is’ terug in artikelen 4:13 lid 4 en 4:84 BW en in die artikelen hebben de woorden dezelfde betekenis.
De rechtbank sluit aan bij de uitleg van de vereffenaar van het legaat en zal de waarde van het legaat vaststellen op € 50.000,00.
Uit de brief van (een medewerker van) de vereffenaar van 18 augustus 2022 blijkt dat de vereffenaar er vooralsnog vanuit ging dat het legaat € 250.000,00 was.
Dit was dus nog geen definitief standpunt en hier kan eiser geen rechten aan ontlenen.
Aangezien eiser en de vereffenaar van mening verschilden over de uitleg van het legaat stond het de vereffenaar vrij om de notaris om een toelichting te vragen.
Gelet de uitleg van de notaris en de betekenis van de woorden ‘voor zover … is’ op andere plaatsen van de wet, vindt de rechtbank het voldoende aannemelijk dat het de bedoeling van erflaatster was dat de waarde boven € 200.000,00 is gelegateerd aan moeder dan eiser.
Dat de heer A inmiddels onwaardig is om te erven en er dus andere erfgenamen voor hem in de plaats zijn gekomen, maakt dat niet anders.
Voor de uitleg moet immers gekeken worden naar de verhoudingen die het testament kennelijk wenst te regelen en de omstandigheden waaronder de uiterste wil is opgemaakt.
Wettelijke rente
De rechtbank overweegt dat een legaat van een geldsom in beginsel zes maanden na het overlijden van erflaatster opeisbaar wordt, tenzij erflaatster anders zou hebben beschikt.
Wettelijke rente is echter pas verschuldigd vanaf het moment dat de schuldenaar met de betaling van een geldsom in verzuim is geraakt.
Van verzuim is eerst sprake indien de schuldenaar bij schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor nakoming is gesteld, in gebreke is gesteld en nakoming binnen die termijn uitblijft.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.