De Rechtbank Limburg heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of er een einde van de taak van executeur was gekomen bij de wettelijke vereffening na beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap.

Verzoeker en gedaagde zijn de kinderen van mevrouw A (hierna: moeder) en de heer B (hierna: vader).

Moeder is overleden in 2018 en vader is overleden in 2008.

Moeder heeft een testament opgemaakt, waarbij verzoeker en gedaagde, voor gelijke delen, tot erfgenaam zijn benoemd.

De nalatenschap van moeder is door verzoeker en gedaagde beneficiair aanvaard.

Verzoeker verzoekt dat de kantonrechter bepaalt dat de taak van executeur (overige gedaagde) per 3 juni 2019, dan wel per 3 oktober 2019, dan wel per 30 september 2020 is geëindigd en dat tot vereffening dient te worden overgegaan.

Verzoeker legt aan zijn verzoek ten grondslag dat de door gedaagde als executeur opgemaakte vermogensopstellingen niet kloppen.

Verzoeker betwist immers de daarin opgenomen schuld van hem, verzoeker, aan de nalatenschap van (afgerond) € 287.000,-.

Wel erkent verzoeker een lening van € 65.000,- (exclusief rente) te hebben verkregen.

Een en ander heeft tot gevolg dat sprake is van een negatieve nalatenschap en dat gedaagde in het licht van artikel 4:202 BW niet kan aantonen dat de goederen van de nalatenschap “ruimschoots” voldoende zijn.

De taak van gedaagde als executeur is daarom van rechtswege geëindigd.

De nalatenschap dient, aldus verzoeker, vereffend te worden.

Gedaagde heeft verweer gevoerd en concludeert tot afwijzing van het verzoek.

Daartoe voert hij – samengevat weergegeven – aan dat het saldo van de nalatenschap wel degelijk ruimschoots toereikend is (en ook altijd is geweest) zodat zijn executeurschap ook niet van rechtswege is geëindigd.

Los daarvan kan aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek van verzoeker niet eens worden toegekomen.

Verzoeker heeft deze kwestie immers reeds meermaals aan de rechtbank voorgelegd en de rechtbank heeft daarop ook beslist.

Het ging in die procedures over dezelfde vorderingen (verzoeken), dezelfde rechtsbetrekking en dezelfde feiten zodat op grond van artikel 236 Rv deze kwestie thans niet opnieuw voorgelegd kan worden en verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoek.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

Erfrecht. Executele. Einde van de taak van de executeur? Wettelijke vereffening na beneficiaire aanvaarding. Is de nalatenschap ruimschoots voldoende? Kracht van gewijsde.

De rechter oordeelt als volgt.

Ingevolge artikel 236 lid 1 Rv hebben beslissingen die de rechtsbetrekking in geschil betreffen en zijn vervat in een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, in een ander geding tussen dezelfde partijen bindende kracht.

Dit houdt in dat de beslissingen in dat vonnis voor partijen bindend zijn en dat in latere procedures tussen dezelfde partijen onbetwistbaar vastligt wat de rechter omtrent de rechtsbetrekking tussen deze partijen in dat vonnis heeft beslist.

Deze beslissingen hebben aldus gezag van gewijsde.

Voorop gesteld wordt dat artikel 236 Rv, dat expliciet spreekt van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, volgens vaste rechtspraak analoog van toepassing is op beschikkingen in verzoekschriftprocedures.

In het onderhavige geval is naar het oordeel van de kantonrechter aan alle voorwaarden, die artikel 236 lid 1 Rv stelt, voldaan.

Immers, de beschikkingen van 19 januari 2021 hebben kracht van gewijsde verkregen.

Vast staat dat geen van partijen hoger beroep heeft ingesteld tegen deze beschikkingen en dat de beroepstermijn inmiddels is verstreken.

Voorts is gesteld noch gebleken dat binnen de daarvoor geldende termijnen een buitengewoon rechtsmiddel daartegen is aangewend.

Verder is eveneens sprake van dezelfde partijen in de zin van voornoemd artikel en van de vereiste zelfde rechtsbetrekking.

In de procedure die leidde tot de beschikkingen van 19 januari 2021 waren verzoeker, gedaagde en overige gedaagde, evenals in de huidige procedure, de materiële procespartijen in de zin van artikel 236 lid 1 Rv, dat wil zeggen: degenen wiens rechten en belangen de beslissing rechtstreeks betreffen.

In de onderhavige procedure wordt de rechtsbetrekking in geschil eveneens gevormd door het executeurschap van gedaagde en de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen en de rechtsgevolgen daarvan.

De beschikkingen van 19 januari 2021 hebben daarom gezag van gewijsde (bindende kracht) tussen verzoeker en gedaagden.

In alle drie de voorafgaande procedures is het vraagstuk of de taak van gedaagde 1 zou zijn geëindigd op grond van artikel 4:149 BW juncto artikel 4:202 BW omdat er een tekort zou zijn, aan de orde gekomen en heeft de kantonrechter alsook de voorzieningenrechter daar een overweging aan gewijd.

In de beschikking betreffende de verzoeken van verzoeker tot schorsing en ontslag van gedaagde als executeur heeft de kantonrechter uitdrukkelijk geoordeeld dat de stelling van verzoeker dient te worden gepasseerd omdat er sprake was van een voldoende positief saldo per 20 september 2020.

In de procedure tot verkrijging van een machtiging door gedaagde om een algemene vergadering bij elkaar te roepen tot benoeming van een bestuurder voor de vennootschap heeft verzoeker wederom hetzelfde standpunt ingenomen en heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat binnen het bestek van die procedure niet kan worden vastgesteld of de omvang van de nalatenschap al dan niet voldoende is en dat de discussie daarover ten gronde gevoerd zal moeten worden in een bodemprocedure.

De kantonrechter volgt gedaagde derhalve in zijn verweer dat verzoeker in de onderhavige procedure wederom hetzelfde feitencomplex en hetzelfde juridisch geschil voorlegt, terwijl andere rechters die rechtsbetrekking reeds hebben beoordeeld en daarop afdoende hebben beslist.

Van belang is verder dat – indien en voor zover artikel 236 Rv niet aan een inhoudelijke beoordeling in de weg stond – het opmaken van een boedelbeschrijving tot de kerntaken van de executeur behoort.

De (voorlopige) boedelbeschrijving is het document bij uitstek op basis waarvan kan worden beoordeeld of een nalatenschap ruimschoots toereikend is om alle schulden te kunnen voldoen.

Het gaat daarbij niet om een alle erfgenamen bindende vaststelling van de hoogte van de waarde van de afzonderlijke boedelbestanddelen.

Het betreft, zoals terecht door gedaagde opgemerkt, een groeistuk, dat nadien aangevuld kan worden en dat de rechter slechts marginaal kan toetsen.

De kantonrechter leidt uit de stukken af dat gedaagde redenen had om aan te nemen dat de vordering, zoals opgenomen in de boedelbeschrijving, er is.

Gedaagde is voortvarend aan de slag gegaan.

Bij de eerste concept-boedelbeschrijving heeft hij uitdrukkelijk aangegeven dat deze nog niet volledig was en dat een aantal onduidelijkheden wellicht nog nader onderzocht diende te worden.

Vervolgens heeft hij een tweede vermogensopstelling gemaakt waarin aanvullende informatie is opgenomen en ook die vermogensopstelling is positief.

Op dit moment is derhalve geen sprake van vaststaande feiten op grond waarvan de kantonrechter kan concluderen dat de nalatenschap niet ruimschoots voldoende zou zijn.

Voor zover er een inhoudelijke discussie bestaat over de in de vermogensopstelling opgenomen bestanddelen, volgt de kantonrechter de overweging van de voorzieningenrechter dat die discussie thuishoort in een bodemprocedure.

Partijen zullen derhalve de uitkomst van die procedure dienen af te wachten.

Artikel 236 Rv staat er derhalve aan in de weg dat de kantonrechter zich thans opnieuw over deze kwestie uitlaat.

De beslissingen in de gegeven beschikkingen zijn bindend.

Het verzoek van verzoeker zal daarom worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.