Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 17 augustus 2021 uitspraak gedaan over een ontslag van de executeur wegens het ernstig tekortschieten in de vervulling van zijn taken.

Verweerster heeft – voor zover in hoger beroep van belang – de kantonrechter verzocht om de executeur wegens gewichtige redenen te ontslaan uit zijn functie van executeur en te bepalen dat hij rekening en verantwoording dient af te leggen aan haar en de overige erfgenamen.

Bij de beschikking van de kantonrechter van 10 juli 2020 is – samengevat – verzoeker ontslag verleend van zijn taak als executeur, is bepaald dat hij binnen één maand rekening en verantwoording op grond van artikel 4:151 van het Burgerlijk Wetboek (BW) dient af te leggen aan verweerster en de overige erfgenamen, en is hij veroordeeld in de proceskosten.

Erfrecht. Ontslag executeur wegens tekortschieten in de vervulling van zijn taken. Rekening en verantwoording. Proceskostenveroordeling.

De rechter oordeelt als volgt.

Het hof is, net als de kantonrechter, van oordeel dat er gewichtige redenen zijn voor ontslag van verzoeker als executeur.

De executeur heeft een aantal kernverplichtingen in ernstige mate verzaakt.

Uit de stukken blijkt dat verzoeker niet met bekwame spoed – zoals is voorgeschreven in artikel 4:146 lid 2 BW – een boedelbeschrijving heeft opgesteld, maar pas in november 2019 en eerst na aandringen van verweerster.

Deze boedelbeschrijving was niet voorzien van onderliggende stukken.

Verweerster heeft om deze stukken verzocht.

Zij heeft daar ingevolge het bepaalde in artikel 4:148 BW – herhaald in artikel 10 van het testament – recht op.

Verzoeker heeft echter geweigerd nadere stukken aan verweerster te geven en heeft aangegeven pas inzage te zullen verstrekken na volledige eindafwikkeling en verdeling.

Aan beide kernverplichtingen, te weten het met bekwame spoed opstellen van een boedelbeschrijving en het verstrekken van alle gewenste inlichtingen, heeft verzoeker dus niet voldaan.

Ingevolge het testament had verzoeker tot taak de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen.

Gebleken is echter dat hij voorschotten heeft uitgekeerd, wat als een verdelingshandeling moet worden aangemerkt.

Verzoeker heeft weliswaar betwist dat hij als executeur voorschotten zou hebben uitgekeerd, maar tijdens de zitting bij de rechtbank heeft hij dit zelf bevestigd – zoals blijkt uit de door hem overgelegde spreekaantekeningen – en ook in de bijlage bij de overeenkomst die verzoeker in oktober 2019 aan X heeft gezonden staat vermeld ‘uitkering voorschot erfdeel’.

Ter zitting bij het hof is verder naar voren gekomen dat verzoeker inmiddels de andere erfgenamen volledig heeft uitbetaald, en dat hij het geld dat volgens hem aan verweerster toekomt onder zich zal houden totdat verweerster akkoord gaat met zijn berekening.

Ook dit duidt op ‘verdelen’, wat buiten het wettelijke takenpakket valt van verzoeker als executeur.

Op grond van artikel 4:151 BW is een executeur wiens bevoegdheid tot beheer van de nalatenschap is geëindigd, verplicht aan degene die na hem tot het beheer bevoegd is, rekening en verantwoording af te leggen, op de wijze als voor bewindvoerders is bepaald.

Hoewel verzoeker zelf reeds in juli 2020 heeft aangegeven dat zijn executeurstaken al geruime tijd zijn geëindigd, heeft hij de goederen niet ter beschikking gesteld van de erfgenamen (artikel 4:150 lid 1 BW), maar is hij, zoals hierboven is omschreven, tot het (verder) – naar eigen inzicht – verdelen van de nalatenschap overgegaan.

Een deugdelijke eindrekening en verantwoording inclusief onderliggende stukken ontbreekt.

Weliswaar heeft verzoeker een Excel-sheet verstrekt met daarop vermeld activa en passiva van de nalatenschap, en heeft hij nadien een stapel declaraties aangeleverd, maar volgens verweerster zijn veel declaraties niet onderbouwd dan wel dubieus en ontbreken de bankafschriften waaruit betaalde kosten zouden kunnen blijken.

Het niet ter beschikking stellen van de goederen aan de erfgenamen en het nalaten van het opstellen van een deugdelijke eindrekening en verantwoording wijzen eveneens op een niet-behoorlijke vervulling van de taak van executeur.

Al met al is verzoeker ernstig tekortgeschoten in de vervulling van zijn taken en is zijn ontslag als executeur terecht verleend.

Ingevolge artikel 4:151 BW is een executeur wiens bevoegdheid tot beheer van de nalatenschap is geëindigd, verplicht aan degene die na hem tot het beheer bevoegd is of, bij gebreke aan een opvolgend executeur aan de erfgenamen, rekening en verantwoording af te leggen, op de wijze als in artikel 4:161 BW voor bewindvoerders is bepaald.

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen heeft verzoeker hieraan nog niet voldaan.

De beschikking dient ook op dat punt te worden bekrachtigd.

Het hof is van oordeel dat verzoeker door de rechtbank terecht in de kosten van de procedure is veroordeeld, en zal dat in hoger beroep ook doen.

Verzoeker bepleit in hoger beroep immers vernietiging van de beschikking van 10 juli 2020 waarin zijn ontslag is verleend, terwijl hij zelf stelt dat zijn taak al voor die tijd was beëindigd.

In die zin zijn de kosten daarom nodeloos gemaakt, los van het feit dat verzoeker ook in hoger beroep in het ongelijk wordt gesteld.

Ook deze proceskosten in hoger beroep mogen niet ten laste worden gebracht van de nalatenschap.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het afleggen van rekening en verantwoording in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.