De Rechtbank Noord-Holland heeft op 8 december 2021 uitspraak gedaan over de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd was tot de benoeming van een vereffenaar van een nalatenschap met internationale aspecten.
Verzoeker heeft de rechtbank verzocht om, uitvoerbaar bij voorraad, op grond van artikel 4:204 van het Burgerlijk Wetboek (BW) zijn dochter tot vereffenaar te benoemen in de nalatenschap van erflater.
Verzoeker heeft aan dit verzoek ten grondslag gelegd dat er sprake is van een onbeheerde nalatenschap.
Er is geen boedelnotaris of executeur aanwezig, en de erfgenamen hebben geen enkele inspanning verricht om de nalatenschap af te wikkelen.
Verzoeker is belanghebbende bij dit verzoek, nu hij zijn taak als curator wenst te beëindigen door rekening en verantwoording af te leggen aan de vereffenaar van de nalatenschap.
Daarnaast is verzoeker schuldeiser van de nalatenschap.
Erfrecht. IPR. Vereffening. Verzoek benoeming vereffenaar. Rechtsmacht. Toepasselijk recht. Laatste ‘gewone verblijfplaats’ van de erflater. Is benoeming vereffenaar mogelijk?
De rechter oordeelt als volgt.
Rechtsmacht
De nalatenschap van erflater kent internationale aspecten.
Dat betekent dat eerst de vraag moet worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van het verzoek kennis te nemen.
De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend.
Verzoeker heeft zijn woonplaats te A.
Op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de Nederlandse rechter daarom rechtsmacht.
Toepasselijke recht
Vervolgens moet worden vastgesteld welk recht van toepassing is op de vereffening van de nalatenschap en op de taak en bevoegdheden van de vereffenaar voordat kan worden toegekomen aan de vraag of (naar Nederlands recht) een vereffenaar kan worden benoemd.
Anders dan verzoeker meent, geeft het Haags Erfrechtverdrag 1989 geen antwoord op de vraag welk recht op de vereffening van de nalatenschap van erflater van toepassing is, omdat de conflictregel uit dit verdrag niet de vereffening (en de verdeling) omvatte.
Omdat de nalatenschap is opengevallen tussen 1 oktober 1996 en 17 augustus 2015 is artikel 10:149 BW van toepassing.
Ingevolge artikel 10:149 lid 1 BW wordt de vereffening beheerst door het Nederlandse recht indien de erflater zijn laatste gewone verblijfplaats in Nederland had.
Blijkens de wetsgeschiedenis van artikel 4 van de Wet conflictrecht erfopvolging (hierna: WCErf), de gelijkluidende voorganger van artikel 10:149 BW, vallen hieronder onder meer de vraag wie bevoegd is tot vereffening en welke bevoegdheden hem toekomen.
In aansluiting op de vereffeningsregel van artikel 10:149 lid 1 BW worden de taak en de bevoegdheden van een door de erflater aangewezen vereffenaar volgens artikel 10:150 BW door het Nederlandse recht beheerst indien de erflater zijn laatste gewone verblijfplaats in Nederland had.
Vastgesteld moet dus worden waar erflater zijn laatste gewone verblijfplaats had.
Blijkens de Memorie van Toelichting op de WCErf wordt onder “gewone verblijfplaats” in het algemeen verstaan: het land waar een natuurlijk persoon, alle feitelijke omstandigheden in aanmerking genomen, het centrum van zijn maatschappelijke leven heeft.
Daarbij moet mede in aanmerking worden genomen de duurzaamheid van het verblijf en de bedoelingen van de betrokkene.
Het is dus vooral een feitelijk begrip.
Uit het dossier blijkt het volgende.
Erflater had de D. nationaliteit.
Hij woonde en werkte lange tijd in Nederland, al vóór 1994 toen hij onder curatele is gesteld.
Hij had een woning in eigendom in F en ontving een WAO-uitkering en later een pensioenuitkering.
In 2008 heeft erflater in G een testament laten opmaken, waarin hij zijn broers en zussen als enige erfgenamen heeft benoemd.
Op 15 maart 2011 heeft verzoeker de gemeente A meegedeeld dat erflater moet worden uitgeschreven, omdat hij inmiddels woonachtig is in H.
Erflater heeft tot zijn overlijden in 2013 in G gewoond.
Uit de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat erflater is teruggekeerd naar G met de intentie daar te blijven wonen en dat hij (dus) zijn laatste gewone verblijfplaats in G had en niet in Nederland.
Dit betekent dat in ieder geval niet het Nederlandse recht op de vereffening van de nalatenschap van toepassing is.
Het Nederlandse internationaal privaatrecht kent geen gecodificeerde verwijzingsregel voor het op de afwikkeling van een nalatenschap toepasselijke recht, in het geval de laatste gewone verblijfplaats van de erflater buiten Nederland was gelegen.
Voor de vraag welk recht dan wel op de vereffening van toepassing is, zal aansluiting gezocht moeten worden bij de regels van internationaal erfrecht van G als laatste gewone verblijfplaats van erflater.
Het verzoek tot benoeming van een vereffenaar is gebaseerd op artikel 4:204 BW.
Nu de vereffening niet door Nederlands recht wordt beheerst, is afdeling 4.6.3 BW, waaronder artikel 4:204 BW valt, niet van toepassing.
Benoeming van een vereffenaar naar Nederlands recht is dan ook niet mogelijk.
Reeds daarom zal het verzoek tot benoeming van een vereffenaar worden afgewezen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het internationale privaatrecht in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.