Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 14 maart 2023 uitspraak gedaan over de vraag of de executeur beschikkingsbevoegd was tot het te gelde maken van een woning uit de nalatenschap ter voldoening van een schuld van de nalatenschap.

Met de grieven betoogt de notaris in de kern dat de voorzieningenrechter de wet, met name artikel 4:147 lid 1 BW, onjuist heeft uitgelegd en toegepast, met name omdat geen sprake was van een relevante opeisbare nalatenschapsschuld.

Erfrecht. Executeur. Beheersbevoegdheid. Afwikkelingsbevoegdheid. Beschikkingsbevoegdheid. Te gelde maken van een woning door de executeur. Opeisbaarheid nalatenschapsschuld.

De rechter oordeelt als volgt.

Het hof stelt voorop dat de executeur (de geïntimeerde) op grond van artikel 8 Testament zelfstandig handelingen mocht verrichten.

Als onbestreden vaststelling van de voorzieningenrechter dient in dit beroep verder tot uitgangspunt dat geïntimeerde :

4.2 (…) beheersexecuteur is en niet (ook) afwikkelingsbewindvoerder. (…)”

Dit uitgangspunt volgt ook uit artikel 8 Testament en de notariële Verklaring van executele.

Voor zover hier relevant heeft de executeur op de voet van artikel 4:144 lid 1 BW verder tot taak de goederen der nalatenschap te beheren en de schulden der nalatenschap te voldoen, die tijdens zijn beheer uit die goederen behoren te worden voldaan.

Ingevolge artikel 4:145 lid 2 BW vertegenwoordigt de executeur gedurende zijn beheer bij de vervulling van zijn taak de erfgenamen in en buiten rechte.

In het kader van het voorgaande zijn in het licht van artikel 3:170 lid 2 BW onder beheer te begrijpen: alle handelingen die voor de normale exploitatie van het goed dienstig kunnen zijn.

Daartoe kunnen ook daden van beschikking behoren, mits dat door een normale exploitatie van het goed wordt gevorderd.

Voor alle andere handelingen betreffende een gemeenschappelijk goed is de executeur echter niet exclusief bevoegd, maar zijn in het licht van artikel 3:170 lid 3 BW uitsluitend de deelgenoten gezamenlijk bevoegd.

Bij gebreke van daartoe benodigde (gestelde of gebleken) concrete feiten, kunnen de verkoop en overdracht van de woning hier redelijkerwijs niet gelden als wat nodig is voor een normale exploitatie ervan.

Anders dan geïntimeerde meent, leiden het in zijn opdracht op 2 september 2021 door persoon G uitgebrachte rapport Bouwtechnische keuring en het op 28 september 2021 gedateerde Calcasa-taxatierapport niet tot een ander oordeel.

Zelfs voor zover uit die rapporten technische onvolkomenheden of verbeterpunten zijn af te leiden, zegt dat als zodanig (te) weinig over (enige relatie met) de normale exploitatie van de woning.

Daardoor vallen de verkoop en overdracht van de woning hier niet onder het aan geïntimeerde toekomende beheer ervan en is geïntimeerde daarvoor niet exclusief bevoegd.

Voor zover hier van belang is een executeur op de voet van artikel 4:147 lid 1 BW bevoegd door hem beheerde goederen te gelde te maken, voor zover dit nodig is voor de tot zijn taak behorende voldoening van schulden der nalatenschap.

Deze exclusieve beschikkingsbevoegdheid is gerelateerd aan de betaling van nalatenschapsschulden en de schulden van de nalatenschap zijn opgesomd in artikel 4:7 lid 1 BW.

De door geïntimeerde gestelde slechte staat van de woning en de daaruit mogelijk voortvloeiende schade voor de boedel of voor derden, vallen echter niet onder die opgesomde nalatenschapsschulden.

Voor zover de door geïntimeerde en de voorzieningenrechter bedoelde kosten van behoud en bewaring al als daarin opgesomde kosten van executele kunnen gelden, schept de uitputting van daarvoor gereserveerd (beheer)budget voor geïntimeerde nog geen grondslag voor de (hem in beginsel niet toekomende) bevoegdheid om de woning te verkopen of de verdeling ervan zelfstandig tot stand te brengen.

De enkele aanwijzing als executeur-testamentair maakte geïntimeerde ook nog niet bevoegd om de woning te verkopen of de verdeling ervan zelfstandig tot stand te brengen.

Het voorgaande brengt het hof voorshands tot de conclusie dat de notaris geïntimeerde onbevoegd heeft mogen achten om de door hem beheerde woning als executeur te gelde te maken.

In zoverre heeft de notaris kunnen denken aan zijn in artikel 21 lid 1 Wna vervatte verplichting om de verlangde werkzaamheden te verrichten, tenzij hij op grond van artikel 21 lid 2 Wna verplicht is zijn dienst te weigeren wanneer naar zijn redelijke overtuiging of vermoeden de werkzaamheid die van hem verlangd wordt, leidt tot strijd met het recht of de openbare orde of wanneer hij andere gegronde redenen voor weigering heeft.

De notaris heeft gerede twijfel kunnen hebben aan de geïntimeerde toekomende bevoegdheid om de door hem beheerde woning in het kader van zijn executeurstaak zelfstandig te gelde te maken en heeft redelijkerwijs mogen verlangen dat alle erfgenamen medewerking verlenen aan of nadrukkelijk instemmen met de verkoop en vervreemding van de woning.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.