De Rechtbank Noord-Holland heeft op 19 april 2023 uitspraak gedaan in een geschil tussen de executeur en de erfgenamen over de hoogte van de aan de executeur toekomende beloning en de door de executeur af te leggen rekening en verantwoording.
Deze zaak draait om de vraag welke beloning aan verweerder als executeur van de nalatenschap van de erflaatster toekomt.
Bevoegdheid van de rechter. Verschil tussen dagvaardingsprocedure en verzoekschriftenprocedure.
De kantonrechter stelt ten eerste vast dat verzoekers ten onrechte hebben gemeend dit geschil met een verzoekschrift bij de kantonrechter in te kunnen leiden.
Een wettelijke basis hiervoor is niet voorhanden.
Hierbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat de wet bepaalt dat aan de kantonrechter (bij verzoekschrift) kan worden verzocht om op grond van onvoorziene omstandigheden een in een testament opgenomen beloningsregeling te wijzigen (artikel 4:144 lid 3 en 159 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW)
Hierop ziet het verzoek echter niet.
De kwestie die aan de kantonrechter wordt voorgelegd betreft het vaststellen van het executeursloon met toepassing van de in het testament opgenomen beloningsregeling.
Een geschil hierover kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht, zij het dat de dagvaardingsprocedure daarvoor in beginsel is voorgeschreven.
Gelet op het feit dat het belang van de zaak de € 25.000,00 niet overschrijdt is de kantonrechter bevoegd om van de zaak kennis te nemen (artikel 93 sub b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).
Om proceseconomische redenen zal de kantonrechter in dit geval de zaak niet verwijzen naar de dagvaardingsprocedure, maar thans op het geschil beslissen.
De kantonrechter neemt daarbij in aanmerking dat verzoeker bij de indiening van hun verzoekschrift nog niet werden bijgestaan door professionele rechtsbijstandsverlening.
Bovendien is gebleken dat de financiële en emotionele belangen van partijen niet zijn gediend met een verwijzing op formele gronden, maar wel met een inhoudelijke beslissing over het geschil.
Erfrecht. Executele. Loon van de executeur. geschil tussen de executeur en de erfgenamen over de hoogte van de aan de executeur toekomende beloning en de door de executeur af te leggen rekening en verantwoording.
Inhoudelijk overweegt de kantonrechter als volgt.
Blijkens de in het testament opgenomen beloningsregeling geldt in dit geval als hoofdregel dat aan verweerder als executeur op grond van de wet (artikel 4:144 lid 2 BW) 1% van het saldo van de nalatenschap toekomt, maar erflaatster heeft hierop een uitzondering gemaakt voor het geval de werkzaamheden van zodanige omvang zijn dat uitgaande van een (voor indexering vatbare) vergoeding van honderd euro per uur, het totaalbedrag wegens gemaakte uren dit wettelijk loon overtreft.
Is dat laatste het geval, heeft verweerder aanspraak op loon op basis van dit uurtarief.
Omdat verweerder zich op deze uitzonderingssituatie beroept, is het aan hem om voldoende feiten en omstandigheden aan te dragen waaruit volgt dat deze uitzonderingssituatie van toepassing is.
Naar het oordeel van de kantonrechter is verweerder hierin niet geslaagd.
Hierbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat in het testament is vastgelegd wat de taken van verweerder als executeur zijn geweest.
Kort gezegd gaat het daarbij enkel om het beheer van de nalatenschap tijdens de voldoening van de (eventuele) schulden van die nalatenschap uit de tot de nalatenschap behorende goederen.
Uit de door partijen aan de kantonrechter gegeven informatie kan worden afgeleid dat de nalatenschap niet complex van aard of omvang is geweest.
Gesteld noch gebleken is dat de erflaatster andere schulden/verplichtingen had dan de gebruikelijke schulden die voortvloeien uit de dagelijkse gang van zaken.
Voorts staat vast dat de aan de erflaatster toebehorende woning niet met hypotheek was belast.
Uit dit alles volgt dat het voor de betaling van de nalatenschapsschulden niet noodzakelijk is geweest deze woning (of eventuele andere zaken) te verkopen.
Al met al bestaat geen grond om aan te nemen dat de in redelijkheid gemaakte uren bij de uitoefening van de aan verweerder als executeur bij testament opgedragen taak van zodanige omvang zijn geweest dat een uitzondering moet worden gemaakt op de beschreven hoofdregel.
Ter zitting heeft verweerder onweersproken gesteld dat het saldo van de nalatenschap € 643.414,00 bedraagt.
Het loon van verweerder kan op 1% van dit bedrag, derhalve op € 6.434,14 worden vastgesteld.
Het verzoek onder (i) is toewijsbaar als na te melden.
Het onder (ii) gedane verzoek tot het afleggen van rekening en verantwoording komt ook voor toewijzing in aanmerking.
De taak van de executeur kan als volbracht worden beschouwd, nu de schulden van de nalatenschap zijn betaald.
Voorts hebben verzoeker bij brief van 17 oktober 2022 het beheer van verweerder als executeur beëindigd.
Verweerder is dan ook gehouden om rekening en verantwoording af te leggen.
Anders dan verzoeker verzoeken, hoeft verweerder daarbij geen opgave van uren te doen, omdat hij niet op basis van gewerkte uren wordt betaald.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.