Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 14 oktober 2021 uitspraak gedaan over de vraag of een verzoeker ontvankelijk was in een verzoek tot vernietiging van schenkingsmachtigingen.
Op 7 maart 2008 heeft de betrokkene A, (hierna: betrokkene), geboren in 1936 te A en overleden in 2020, verzoekster en haar echtgenoot bij notariële akte gemachtigd om hem te vertegenwoordigen bij de waarneming van zijn materiële in immateriële belangen.
Op 19 mei 2008 heeft betrokkene verzoekster bij testament benoemd tot executeur en haar tot zijn enige en algehele erfgename benoemd.
Bij beschikking van 17 maart 2011 heeft de kantonrechter te Nijmegen een provisioneel bewind ingesteld over de goederen van betrokkene.
Daarbij is A benoemd tot provisioneel bewindvoerder.
Bij beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Nijmegen, van 8 november 2011 is betrokkene wegens een geestelijke stoornis onder curatele gesteld.
Bij de bestreden beschikking van 23 september 2013 heeft de kantonrechter in de rechtbank Gelderland de curator machtiging verleend voor een schenking ter grootte van € 2.057,- voor elk van de zes broer en zussen van betrokkene over 2013.
Vervolgens is jaarlijks, tot en met 2019, door de kantonrechter machtiging verleend voor een schenking van dezelfde omvang als in 2013.
Bij beschikking van 13 januari 2020 is een verzoek om machtiging voor een schenking door de kantonrechter afgewezen, omdat na die schenking het vermogen van betrokkene kleiner zou worden dan € 30.000,-.
Verzoekster is in hoger beroep gekomen van de beschikking van 23 september 2013 en de beslissingen waarbij in de jaren 2014 tot en met 2019 machtiging is verleend voor een schenking.
Zij verzoekt het hof om de beschikking van 23 september 2013 alsmede alle daarna gegeven beslissingen, waarbij schenkingsmachtigingen werden verleend over de jaren 2014 tot en met 2019, te vernietigen.
De voormalig curator heeft verweer gevoerd.
Hij vraagt het hof verzoekster niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek in hoger beroep dan wel haar verzoek af te wijzen en haar te veroordelen in zijn proceskosten.
De broers en zus (de overige belanghebbenden) hebben verweer gevoerd.
Zij vragen het hof verzoekster niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek in hoger beroep dan wel haar verzoek af te wijzen en haar te veroordelen in hun proceskosten.
Erfrecht. Executele, bewind en curatele. Executeur is tevens erfgenaam. Verzoek te mogen schenken. Belanghebbende? Ontvankelijkheid.
De rechter oordeelt als volgt.
Ingevolge artikel 798, lid 1 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) wordt onder belanghebbende verstaan degene op wiens rechten of verplichtingen de zaak rechtstreeks betrekking heeft.
Op grond van het tweede lid van genoemd artikel worden in zaken van curatele, onderbewindstelling of mentorschap onder belanghebbenden bovendien verstaan de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel en de kinderen of, bij gebreke van dezen, de ouders, broers en zusters van degene wiens curatele, goederen of mentorschap het betreft.
Verzoekster stelt dat zij als belanghebbende hoger beroep kan instellen omdat zij sinds 2008 enig erfgenaam en executeur-testamentair van betrokkene is.
Door de schenkingen is het vermogen van betrokkene aanzienlijk verkleind, waardoor zij ernstig benadeeld is.
Zij stelt voorts dat zij tijdig hoger beroep heeft ingesteld omdat zij pas op 28 september 2020 heeft kennisgenomen van de beschikking van de kantonrechter van 23 september 2013 en pas op 16 september 2020 van de overige door de kantonrechter verleende machtigingen voor de schenkingen.
Het hof is van oordeel dat verzoekster niet kan worden ontvangen in haar verzoek in hoger beroep.
Het hof volgt de broers, zus en de voormalig curator in hun stellingen dat verzoekster in 2013, ten tijde van de behandeling van het eerste schenkingsverzoek door de kantonrechter, geen belanghebbende was.
Op grond van het door betrokkene op 19 mei 2008 opgemaakte testament, waarbij verzoekster was benoemd tot enige erfgenaam en executeur-testamentair, kon zij destijds nog niet worden aangemerkt als belanghebbende, “op wiens rechten of verplichtingen de zaak rechtstreeks betrekking had” (zie artikel 798, eerste lid Rv).
Een testament krijgt immers pas werking met ingang van het moment van overlijden van de erflater, in dit geval dus in 2020.
Verzoekster behoorde voorts niet tot de in het tweede lid van artikel 798 Rv genoemde personen, die in zaken van curatele, onderbewindstelling of mentorschap bovendien onder belanghebbenden worden verstaan.
Verzoekster is na de indiening van het eerste schenkingsverzoek in 2013, maar ook na de indiening van de in de daaropvolgende jaren ingediende schenkingsverzoeken, naar het oordeel van het hof daarom door de kantonrechter terecht niet aangemerkt als belanghebbende.
Zij had dus destijds al geen hoger beroep kunnen instellen tegen die beschikkingen.
Dit betekent dat zij in 2020 niet alsnog hoger beroep kan instellen tegen beschikkingen, waartoe die mogelijkheid voor haar in 2013 en in de daaropvolgende jaren ook niet bestond.
Het hof zal verzoekster niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek in hoger beroep.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over curatele of bewind, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.