De Rechtbank Limburg heeft op 7 december 2021 uitspraak gedaan over de vraag of een notaris voldoende belang had bij een verzoek tot de benoeming van een vereffenaar.

Uit het Centraal Testamentenregister blijkt dat erflaatster op 10 juni 2003 bij uiterste wil over haar nalatenschap heeft beschikt.

Erflaatster heeft hierbij (onder last van het in het testament gemeld keuzelegaat en van een vruchtgebruiklegaat haar echtgenoot en haar dochter tot haar erfgenamen benoemd.

Erflaatster heeft haar echtgenoot in haar testament tevens benoemd tot executeur van haar nalatenschap en, indien hij zijn benoeming niet kan of wil aanvaarden of zijn taak niet kan of wil voortzetten, benoemt zij in zijn plaats haar dochter tot executeur.

Het verzoek strekt tot het benoemen van een vereffenaar van een nalatenschap ex artikel 4:204 lid 1 sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Erfrecht. Vereffening. Verzoek tot benoeming van een vereffenaar. Belanghebbende. Notaris. Toetsing. Ontvankelijkheid. Wettelijke verplichtingen notaris. Consignatiekas. 

De rechter oordeelt als volgt.

Ter onderbouwing van zijn verzoek heeft verzoeker aangevoerd dat hij vanaf 31 januari 2017 het aan de erfgenamen toekomende deel op zijn kwaliteitsrekening houdt, omdat de erfgenamen op dat moment nog niet de beschikking hadden over een bankrekeningnummer op naam van de (gezamenlijke) erfgenamen.

Ondanks herhaaldelijke verzoeken daartoe, heeft verzoeker nog steeds geen informatie over de bestemming van deze gelden.

Bovendien is het voor verzoeker onduidelijk wie de nalatenschap van erflaatster bevoegdelijk beheert.

Verzoeker stelt zich op het standpunt dat hij de nodige inspanningen heeft verricht om van de erfgenamen antwoord te krijgen op de vraag naar wie of naar welk bankrekeningnummer het geld moet worden overgemaakt.

Daarnaast kan van hem niet gevergd worden nog langer te blijven fungeren als bewaarder van het geld.

De kwaliteitsrekening van verzoeker is daar ook niet voor bedoeld.

Nu de Wet op het notarisambt hem daarbij verbiedt om gelden van derden lang onder zich te houden, ziet verzoeker zich genoodzaakt om de rechtbank te verzoeken op voorgaande gronden een vereffenaar te benoemen.

De dochter heeft bij e-mail bericht van 9 september 2021 aan de rechtbank laten weten zich niet te verzetten tegen benoeming van een vereffenaar.

De echtgenoot heeft, hoewel hij deugdelijk is opgeroepen, geen schriftelijke reactie ingestuurd en is ook niet ter zitting verschenen.

De laatst bekende woonplaats van erflaatster was M, zodat deze rechtbank bevoegd is kennis te nemen van het verzoek.

Het verzoek is gegrond op artikel 4:204 lid 1 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW), waarin is bepaald dat als een nalatenschap niet onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard, de rechtbank een vereffenaar kan benoemen op verzoek van een belanghebbende of van het Openbaar Ministerie, wanneer er geen erfgenamen zijn, wanneer het niet bekend is of er erfgenamen zijn, of wanneer de nalatenschap niet door een executeur wordt beheerd en de erfgenamen die bekend zijn haar geheel of ten dele onbeheerd laten.

Het verzoek in de zin van artikel 4:204 lid 1 onder a van het BW kan worden gedaan door een belanghebbende.

Hoewel dit een ruim begrip is, is de rechtbank van oordeel dat verzoeker niet als een belanghebbende kan worden aangemerkt.

Daartoe heeft de rechtbank het volgende overwogen.

Het verzoek komt er in de kern op neer dat verzoeker aan zijn betalingsverplichting aan de rechthebbenden wil voldoen, maar dat dit niet mogelijk is bij gebreke van gegevens van de erfgenamen over waar betaling kan plaatsvinden, hoewel meermaals is gepoogd deze informatie te verkrijgen.

Verder staat vast dat noch de echtgenoot, noch de dochter (uitbetaling van) het aan erflaatster toekomende deel van de levering van het bedrijfsregistergoed hebben geclaimd.

Daardoor is verzoeker feitelijk al jarenlang niet in staat om aan zijn betalingsverplichting jegens de rechthebbenden na te komen.

Juist voor die gevallen heeft, zoals de notaris overigens zelf ook ter zitting heeft toegelicht, de wetgever de consignatiekas in het leven geroepen.

Uit de informatie op www.rijksoverheid.nl betreffende het onderweg “consignatiekas” volgt dat in de praktijk vooral notarissen (en advocaten) gebruik maken van de mogelijkheid om gelden te storten in de consignatiekas.

Aldus bestaat er voor verzoeker een, in de praktijk veel gebruikte, alternatieve mogelijkheid om aan zijn wettelijke verplichtingen voortvloeiende uit zijn ambt te voldoen en is hij reeds daarom geen belanghebbende bij het verzoek tot benoeming van vereffenaar van de nalatenschap.

Dat storting in de consignatiekas, zoals verzoeker het zelf ter zitting heeft genoemd, “een paardenmiddel” is en dat het voor de erfgenamen beter zou zijn als er een vereffenaar zou worden benoemd, leidt gelet op hetgeen hiervoor is overwogen niet tot een ander oordeel.

Het is, alle goede bedoelingen ten spijt, immers niet aan verzoeker, nu hij geen ‘boedelnotaris’ is en ‘slechts’ betrokken is bij de levering van een registergoed, om voor de erfgenamen te bepalen dat zij de nalatenschap op dit moment moeten vereffenen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de benoeming van een vereffenaar in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.