In het erfrecht is het niet altijd meteen duidelijk welke procedure het meest is aangewezen. De keuze voor een “verkeerde” procedure kost onnodig tijd en geld. Wat was er aan de hand bij de Rechtbank Midden-Nederland?
Er zijn drie kinderen, allen erfgenaam, waarvan er twee beneficiair hebben aanvaard. Eén van de kinderen verzoekt de rechtbank een vereffenaar te benomen, een ander is het met dat verzoek eens en de derde niet. In het verzoek is aangegeven dat de afwikkeling van de nalatenschap in een impasse is geraakt. Er is reeds jarenlang sprake van een verstoorde verhouding tussen partijen. Bij leven beheerde één van de kinderen (kind B) het geld van erflater, een ander vermoedt financieel misbruik en meent dat er daarom nog vorderingen zijn op het kind dat geld heeft opgenomen voor eigen doeleinden. Verder is er nog een sloep verdwenen en ook is de overwaarde van een woning, ad € 300.000,- (grotendeels) verdwenen zonder verklaring.
Om de impasse te doorbreken en de erfenis correct af te wikkelen is volgens verzoeker een derde nodig. Een vereffenaar kan – zo wordt gesteld – zelfstandig onderzoek doen naar de schulden van kind B aan erflater. Daarom wordt de rechtbank verzocht een vereffenaar te benoemen.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 4:203 lid 1 sub a BW de rechtbank na een beneficiaire aanvaarding een vereffenaar kan benoemen op verzoek van een erfgenaam. Tot zover is er dus niets aan de hand. Echter, de taak van een vereffenaar is het voldoen van de schulden van de nalatenschap. De verplichting tot vereffening van de nalatenschap in geval van beneficiaire aanvaarding door één of meer erfgenamen, strekt tot bescherming van de schuldeisers van de nalatenschap.
In dit geval blijkt dat alle schulden reeds zijn voldaan. Over de beweerdelijke schulden aan de nalatenschap op basis van mogelijk onrechtmatig handelen van één van de erfgenamen gaat de vereffening niet. De aangifte erfbelasting is ook al gedaan en de aanslag is voldaan.
De rechtbank komt daarom tot het oordeel dat de vereffening reeds is voltooid. Verzoeker heeft aldus geen rechtens te honoreren belang meer bij haar verzoek. Het verzoek wordt afgewezen.
Het voorgaande betekent natuurlijk niet dat kind B niets aan de nalatenschap is verschuldigd. De uitspraak betekent alleen dat daar voor de vereffenaar geen taak ligt. Als er voor de vereffenaar voor het overige ook niets meer is te doen omdat alle schulden zijn voldaan, wordt het verzoek tot benoeming van een vereffenaar logischerwijs afgewezen.
Onze advocaat erfrecht kan met u de verschillende mogelijkheden bespreken en u adviseren omtrent de te volgen procedure. Als er meerdere mogelijkheden zijn bespreken wij met u alle voor- en tegen argumenten.
Lees hier de hele uitspraak.