Wanneer erfgenamen onderling zodanig in conflict zijn dat zij er niet in slagen om gezamenlijk de erfenis af te wikkelen is het onder omstandigheden zinvol om een vereffenaar te laten benoemen door de rechtbank. Het is van belang om daarbij te bedenken het in de meeste gevallen weinig zin heeft om een leek te laten benoemen, veelal is een notaris, een advocaat of een accountant de meest aangewezen deskundige om alsnog de nalatenschap te vereffenen. Uiteraard kost dit geld en het is de kantonrechter die uiteindelijk het loon van de vereffenaar vaststelt.

In de kwestie waar de rechtbank Midden-Nederland op 20 maart jl. over oordeelde lagen de erfgenamen enorm met elkaar overhoop. Er was twee jaar eerder door de rechtbank een vereffenaar benoemt. Deze vereffenaar had een uurloon van eerst € 235,00 en later € 285,00. De vereffenaar had de kantonrechter gevraagd zijn loon vast te stellen op  € 22.350,60 (incl. BTW), zulks in aanvulling op het eerder aan hem bij wijze van voorschot toegekende loon van € 37.998,78 (incl. BTW).

De erfgenamen verzoeken de kantonrechter het loon van de vereffenaar te matigen. Allereerst stelde de kantonrechter vast dat er geen wettelijke grondslag bestaat op grond waarvan een erfgenaam kan verzoeken het loon te matigen of te beperken. De kantonrechter stelt het loon vast en beoordeelt of het gevraagde loon redelijk is. Uiteraard kan de informatie die verzoekers hebben aangeleverd bij die beoordeling een rol spelen.

In dit geval ziet de kantonrechter geen aanleiding om het gevraagde loon te matigen:

“Niet is gebleken dat de vereffenaar te veel uren in rekening heeft gebracht of een te hoog tarief heeft gehanteerd. Dat, zoals de vereffenaar heeft toegelicht, de wijze waarop verzoekers zich tot elkaar en tot hem verhouden, leidt tot veel werk, acht de kantonrechter zeer aannemelijk. Verzoekers verkeren in ernstige onmin met elkaar. Zij lijken niet van plan te zijn om elkaar op enige constructieve en oplossingsgerichte wijze tegemoet te treden: ook ter zitting vlogen verwijten over en weer, strooiden zij zout in elkaars (oude) wonden en was van enige terughoudendheid in de kwalificatie van elkaars intenties en persoon geen sprake. Dat verzoekers de nalatenschappen als juridisch niet complex beschouwen doet daar niet aan af. Daargelaten het antwoord op de vraag of deze nalatenschappen juridisch complex zijn, wordt de complexiteit van deze vereffening in ieder geval gevormd door vorenbedoelde verhoudingen”.

Met andere woorden, deze familieruzie kost verzoekers bij elkaar ten minste € 60.000,00!

Overigens moet de onderhavige procedure de verzoekers ook weer veel geld hebben gekost. Zij hebben een veelheid van verzoeken ingediend, welke verzoeken vrijwel allemaal door de kantonrechter zijn afgewezen, simpelweg omdat de voorliggende verzoeken niet zozeer betrekking hadden om de vereffening als wel op de verdeling. En de verdeling is geen taak van de vereffenaar.

Ook uit die ingediende verzoeken blijkt dat de erfgenamen in dit geval bereid zijn om tot het uiterste te gaan. De verzoeken betreffen onder andere: vergoedingen voor een  defecte vriezer, de kosten van grasmaaien, € 3,42 aan rentederving wegens verlate overboeking van een voorschot op het erfdeel, € 11,50 aan rentederving wegens verlate overboeking van een voorschot op het erfdeel, schade geleden door het weggooien van twee haarvlechten van erflaatster etc. Allemaal kwesties waarvan de kantonrechter meent dat zij niet betrekking hebben op de vereffening. Kwesties dus, waar de erfgenamen opnieuw ruzie over kunnen maken wanneer de vereffenaar klaar is met zijn werk.

Klik hier voor de hele uitspraak.