Van onze advocaat executeur. De Rechtbank Den Haag heeft op 21 november 2018 uitspraak gedaan over de taken en de bevoegdheden van de executeur.
In 2016 is overleden erflaatster. Bij testament van 10 februari 2012 heeft erflaatster A sr. (haar broer) en gedaagde respectievelijk voor 75% en voor 25% tot erfgenamen van haar nalatenschap benoemd. Ook heeft zij gedaagde benoemd tot executeur van de nalatenschap.
Naar aanleiding van een daartoe strekkend verzoekschrift van A sr. heeft de kantonrechter in deze rechtbank gedaagde bij beschikking van 24 mei 2017 ontslagen als executeur van de nalatenschap van erflaatster, onder meer omdat hij heeft nagelaten om tijdig een boedelbeschrijving op te stellen.
De kantonrechter heeft eiseres bij dezelfde beschikking benoemd tot opvolgend executeur. Daarbij is tevens bepaald dat gedaagde de roerende zaken en administratieve bescheiden met betrekking tot de nalatenschap in het beheer van eiseres diende te brengen en dat hij binnen vier weken rekening en verantwoording diende af te leggen.
Omdat gedaagde in gebreke bleef met de naleving van de genoemde beschikking van de kantonrechter, hebben eiseres en A sr. een kort geding aangespannen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Bij vonnis van 10 augustus 2017 is gedaagde veroordeeld tot nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de beschikking van de kantonrechter, voor zover het betreft het in het beheer van eiseres brengen van administratieve bescheiden. Gedaagde moest aan beide veroordelingen op straffe van een dwangsom binnen twee weken voldoen.
Op 22 augustus 2017 heeft gedaagde een ‘eindafrekening’ opgesteld. Van de zijde van eiseres zijn daarover op 18 oktober 2017 vragen gesteld.
Omdat een reactie van gedaagde uitbleef, heeft de advocaat van eiseres en A sr. door middel van een e-mailbericht van 1 december 2017 de onderhavige procedure aan gedaagde aangekondigd. Deze aankondiging is herhaald in een brief van 29 januari 2018, waarin aan gedaagde tevens is meegedeeld dat eiseres en A sr. zich op het standpunt stellen dat gedaagde de belangen van A sr. heeft geschaad door zich sommen geld toe te eigenen en door de kosten onnodig hoog op te laten lopen.
Tevens is aan gedaagde meegedeeld dat gebleken is dat hij voor het overlijden van erflaatster in totaal een bedrag van € 52.000,- van haar heeft ontvangen, waarover hij geen verantwoording heeft afgelegd. Gedaagde is daarom verzocht dit bedrag per omgaande op de ervenrekening te storten.
Taken en bevoegdheden van de executeur. Einde van het beheer? Bevoegdheid tot het instellen van vorderingen door de executeur.
De rechter oordeelt als volgt.
Gedaagde heeft allereerst betwist dat eiseres als executeur bevoegd is om vorderingen in te stellen tegen gedaagde.
Volgens gedaagde is het beheer van de nalatenschap van eiseres als executeur geëindigd, nu zij in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster geen taken meer behoeft uit te voeren.
Eiseres heeft deze stelling gemotiveerd betwist.
Zij heeft in dat verband verwezen naar artikel 4:149 van het Burgerlijk Wetboek (BW), waarin (samengevat) is bepaald dat de taak van de executeur eindigt (a) wanneer hij zijn werkzaamheden als zodanig heeft voltooid; (b) door tijdverloop, indien hij voor een bepaalde tijd was benoemd; (c) door zijn dood, zijn toelating tot de schuldsaneringsregeling, zijn faillissement of zijn ondercuratelestelling; (d) wanneer de nalatenschap moet worden vereffend, (e) in de bij de uiterste wil bepaalde gevallen en (f) door ontslag door de kantonrechter.
Gesteld noch gebleken is dat zich hier de hiervoor onder (a) tot en met (f) omschreven situaties voordoen.
Eiseres vordert in deze procedure onder meer de veroordeling van gedaagde tot betaling van een bedrag aan de boedel.
Als executeur is eiseres bij uitsluiting van anderen belast met het beheer van de boedel.
Daartoe behoort onder meer het innen van openstaande vorderingen. Zij is dan ook bevoegd deze vordering tegen gedaagde in te stellen.
De executeur is niet bevoegd de verdeling van de nalatenschap te vorderen en ten aanzien van dit gedeelte van de vordering is eiseres inderdaad niet ontvankelijk.
Nu A sr. zich echter heeft gevoegd in de procedure aan de zijde van eiseres en hij als erfgenaam wel bevoegd is tot het instellen van de vordering tot verdeling van de nalatenschap, kan de rechtbank ook deze vordering beoordelen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het beheer van de nalatenschap door de executeur, over het ontslag van een executeur of over het procederen namens de nalatenschap door de executeur, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.