Van onze advocaat executeur. De Rechtbank Midden-Nederland heeft op 9 maart 2018 uitspraak gedaan over het verzoek van een erfgenaam tot het ontslag van de executeur in de nalatenschap.

Ontslag van de executeur wordt afgewezen omdat de executele al is geëindigd. De executeur heeft ook zijn taak vervuld om een boedelbeschrijving op te stellen. Dat een van de erfgenamen het niet eens is met die boedelbeschrijving maakt dat niet anders.

Artikel 4:149 lid 1 aanhef en onder a BW bepaalt dat de taak van een executeur eindigt wanneer hij zijn werkzaamheden als zodanig heeft voltooid. In dat geval is de executeur op grond van artikel 4:150 lid 1 BW bevoegd ook het beheer over de goederen van de nalatenschap te beëindigen, door die ter beschikking van de erfgenamen te stellen. Daarbij volstaat een eenvoudige kennisgeving aan de erfgenamen door de executeur dat hij zijn taak als geëindigd beschouwt.

Artikel 4:149 lid 1 sub f BW bepaalt dat de taak van een executeur eindigt door ontslag dat de kantonrechter hem met ingang van een bepaalde dag verleent.

De wettelijke grondslag van het verzoek van verzoekster is artikel 4:149 lid 2 BW, dat bepaalt dat het ontslag aan de executeur wordt verleend om gewichtige redenen op verzoek van (onder andere) een erfgenaam. Omdat verzoekster erfgenaam is van erflater, kan zij de kantonrechter verzoeken de executeur te ontslaan om gewichtige redenen.

Ingevolge het bepaalde in artikel 4:149, tweede lid BW kan een executeur pas worden ontslagen als sprake is van gewichtige redenen. De kantonrechter stelt voorop dat onder het begrip gewichtige redenen niet alleen moet worden begrepen de situatie waarin de executeur tekort is geschoten in de uitvoering van zijn taken, maar tevens, ook al is van tekortschieten geen sprake, de situatie waarbij het vertrouwen van een of meer erfgenamen is weggevallen en de relatie ernstig is verstoord. Daarvoor is overigens niet voldoende als een of meer erfgenamen ongefundeerd stellen geen vertrouwen meer te hebben in de executeur. Wel kan voldoende zijn als er sprake is van wantrouwen dat van voldoende omvang en gewicht is, langdurig aan de gang is en niet aanstonds van grond ontbloot is.

De kantonrechter overweegt dat in artikel 4:148 BW een uitgebreide informatieplicht van de executeur is neergelegd. De executeur moet aan een erfgenaam alle gewenste inlichtingen geven.

Ontslag van executeur. Executele geëindigd? Opstellen boedelbeschrijving

Verzoekster als erfgenaam verzoekt de rechter om verweerder als voormalig executeur op grond van artikel 4:149 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) als executeur te ontslaan.

Hiertoe wordt aangevoerd dat de executeur weigert om de door erflaatster gedane schenkingen te erkennen.

Ter onderbouwing van haar stelling dat het schenkingen betreft, heeft erfgenaam ter terechtzitting een brief van een tante overgelegd. Ter terechtzitting heeft erfgenaam betwist dat de executele is geëindigd. Er moet namelijk nog een deugdelijke boedelbeschrijving worden opgesteld en rekening en verantwoording worden afgelegd.

De erfgenaam vraagt om een opvolgend (professionele) executeur te benoemen die een deugdelijke boedelbeschrijving opmaakt, althans die een notaris aanwijst om een notariële boedelbeschrijving op te maken. Ook wordt verzocht om voormalig executeur te veroordelen rekening en verantwoording af te leggen en het beheer van de nalatenschap over te dragen aan de erfgenamen.

Verweerder als voormalig executeur verzoekt de erfgenaam niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek dan wel om haar verzoek af te wijzen en haar te veroordelen in de kosten van dit geding.

De voormalig executeur stelt zich op het standpunt dat de executele is geëindigd omdat hij zijn taken als executeur heeft voltooid.

Er is namelijk een boedelbeschrijving opgemaakt, de schulden van de nalatenschap zijn voldaan, de aangifte erfbelasting is gedaan en de opgelegde aanslag is betaald. Tot slot is er rekening en verantwoording afgelegd en deze is overgelegd als productie bij het verweerschrift, aldus de advocaat van voormalig executeur.

In de boedelbeschrijving heeft verweerder de schenkingen van erflaatster aan erfgenamen opgenomen als vorderingen van de nalatenschap. Voormalig executeur meent namelijk dat dit geen schenkingen zijn, maar voorschotten op de nalatenschap. Dat verzoekster als erfgenaam het niet eens is met de door verweerder opgestelde boedelbeschrijving betekent niet dat hij als executeur niet aan zijn verplichting heeft voldaan om een boedelbeschrijving op te maken.

De erfgename stelt dat in geschil tussen partijen is hoe de overboeking van € 100.000,– per persoon aan erfgenamen moet worden gekwalificeerd. Dit geschil kan worden voorgelegd aan de rechtbank in een dagvaardingsprocedure over de verdeling van de nalatenschap, en niet in deze procedure. Daarom stelt verweerder dat de kosten voor deze procedure nodeloos zijn gemaakt en verzoekt hij om verzoekster te veroordelen in de proceskosten.

De kantonrechter overweegt als volgt. De taak van de executeur eindigt op grond van artikel 4:149 lid 1 sub a BW wanneer hij zijn werkzaamheden als zodanig heeft uitgevoerd. Vaststaat dat verweerder de schulden van de nalatenschap heeft voldaan. Vaststaat ook dat verweerder een boedelbeschrijving heeft opgemaakt. Met de inhoud daarvan is verzoekster het echter niet eens.

De taak van de executeur om een boedelbeschrijving op te maken is beschreven in artikel 4:146 lid 2 BW.

Daaruit blijkt niet dat de executeur tot taak heeft een boedelbeschrijving op te maken waarmee alle erfgenamen het eens zijn. Voorts staat vast dat executeur aangifte erfbelasting heeft gedaan en dat de aanslag erfbelasting is betaald. Het opstellen van een dergelijke aangifte erfbelasting kan gelden als een voldoende adequate boedelbeschrijving, aldus een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 oktober 2016 (GHARL:2016:8011).

De rechter oordeelt daarom dat verweerder heeft voldaan aan zijn verplichting om een boedelbeschrijving te maken. De stelling van erfgenaam dat geen rekening en verantwoording is afgelegd door verweerder, wordt door hem betwist. Ter onderbouwing daarvan legt verweerder de door hem opgemaakte rekening en verantwoording over. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechter dat verweerder aan deze verplichting heeft voldaan.

Dat betekent dat de verweerder als executeur zijn werkzaamheden als zodanig heeft uitgevoerd en dat daarmee de executele is geëindigd. Om die reden zijn de verzoeken van erfgenaam tot ontslag althans schorsing van de executeur niet meer aan de orde. De rechter zal deze verzoeken daarom afwijzen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de taken en de bevoegdheden van de executeur, over het afleggen van rekening en verantwoording door de executeur of over het ontslag van een executeur, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.