Van onze advocaat executeur. De Rechtbank Rotterdam heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan in kort geding over de opgave en inzage van bescheiden en het afgeven van goederen van een nalatenschap.
De erfgenaam en executeur (eiser) vordert bij vonnis de overige erfgenamen (gedaagden) te veroordelen om opgave te doen van alle zaken, goederen, gelden en geldswaarden en schriftelijke bescheiden waarover zij zich reeds voor en ook na het overlijden van erflaatster hebben ontfermd en vervolgens al die hier genoemde of bedoelde zaken aan eiser als erfgenaam over te dragen.
Eiser als erfgenaam en executeur legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij ingevolge het testament van erflaatster als erfgenaam gerechtigd is om alle goederen die zij heeft nagelaten in bezit te nemen en als executeur met de afwikkeling van de nalatenschap is belast.
Eiser als erfgenaam en executeur stelt dat hij spoedeisend belang heeft bij zijn vordering, omdat hij de nalatenschap dient af te wikkelen en daartoe aangifte erfbelasting dient te doen, en omdat hij als erfgenaam gerechtigd is om over de nalatenschap te beschikken.
De overige erfgenamen (gedaagden) hebben, na dat voorafgaand aan deze procedure al te hebben aangeboden, in deze procedure opgave gedaan van de bezittingen van erflaatster die zich onder hen bevinden en hebben kopieën van bankafschriften overgelegd waaruit de saldi van de bankrekeningen van erflaatster op de voor de aangifte erfbelasting relevante data blijken. De executeur vindt de opgave van de bezittingen niet afdoende en gelooft niet dat dit alle nog resterende goederen zijn. Daarnaast stelt hij er recht op te hebben te weten wat er in de periode 2013 tot en met 2015 met het geld op de bankrekening is gebeurd.
Opgave van bescheiden. Ter beschikkingstelling van goederen uit de nalatenschap. Spoedeisend belang?
De rechter oordeelt als volgt.
De rechter overweegt dat de erfgenaam en executeur zijn spoedeisend belang bij het gevorderde onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt.
De executeur heeft ter zitting geen antwoord kunnen geven op de vraag van de rechter, wanneer de erfenis moet zijn afgewikkeld en, of en wanneer, in dat kader een aangifte erfbelasting moet zijn gedaan. Op dit laatste punt bleek er nog geen uitnodiging tot het doen van aangifte te zijn ontvangen en, zo nodig, ook nog geen gebruik te zijn gemaakt van de mogelijkheid om uitstel aan te vragen voor het doen van de aangifte. Bovendien betwist de executeur niet dat hij op dit moment over voldoende gegevens beschikt om aangifte erfbelasting te kunnen doen.
Evenmin heeft eiser als erfgenaam en executeur het spoedeisend belang om over de nalatenschap te beschikken voldoende aannemelijk gemaakt.
Hij heeft niet toegelicht welk belang hij heeft om, buiten het kader van de afwikkeling van het testament, te beschikken over de goederen van de nalatenschap. Gesteld noch gebleken is voorts van aanwijzingen die het vermoeden van de executeur rechtvaardigen dat de overige erfgenamen goederen aan de nalatenschap onttrekken. Gezien de, door executeur niet betwiste, grote uitgaven voor de begrafenis, de advocaat in de echtscheidingsprocedure, en de eigen bijdrage aan het CAK, ligt het vooralsnog niet voor de hand dat de saldi op de bankrekeningen fors zijn geslonken als gevolg van onterechte onttrekkingen.
Daarnaast is de vordering onvoldoende bepaalbaar. De executeur stelt in de dagvaarding niet welke zaken of goederen aan hem zouden moeten worden overgedragen. Nadat de overige erfgenamen opgave van de bij hen nog aanwezige goederen hebben gedaan, beperkt de executeur zich tot de opmerking dat de nalatenschap meer omvat dan de saldi op de bankrekeningen, een muntenverzameling, antieke kast en een paar doosjes met sieraden. Hij noemt, afgezien van gordijnen, echter nog steeds niet om welke concrete goederen het dan zou gaan.
Uit het overwogene volgt dat de vordering moet worden afgewezen. Dat betekent dat de vraag of de erfgenaam nog beschikt over de hoedanigheid van executeur en uit dien hoofde gerechtigd is om opgave van goederen uit de nalatenschap te vorderen, niet in dit kort geding behoeft te worden beantwoord. Die vraag leent zich, ook gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval, ook niet voor beantwoording in dit kort geding.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over het inzagerecht van bescheiden van de nalatenschap, over de taken en bevoegdheden van een executeur of over het eindigen of van de taak of het ontslag van een executeur, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.