De Rechtbank Rotterdam heeft op 12 april 2021 uitspraak gedaan over een verzoek tot het ontslag van een executeur.

Het verzoek strekt tot ontslag van verweerder uit zijn hoedanigheid van executeur van de nalatenschap van erflaatster en tot benoeming van verzoeker tot opvolgend executeur.

Erfrecht. Ontslag van een executeur. Inlichtingenplicht. Wantrouwen. Beheer. Gewichtige redenen voor ontslag? Benoeming van een opvolgend executeur. Schorsing.

De rechter oordeelt als volgt.

Ingevolge artikel 4:148 BW rust op verweerder in de hoedanigheid van executeur een inlichtingenplicht, niet een verantwoordingsplicht.

Verweerder heeft de erfgenamen altijd voorzien van een antwoord en heeft hen in de gegeven omstandigheden voldoende informatie verstrekt, hoewel dat voor verzoeker (en belanghebbende) nooit voldoende is en zal zijn.

Het is echter niet de bedoeling dat verweerder gedurende de afwikkeling van de nalatenschap rekening en verantwoording aflegt; dat gebeurt pas bij beëindiging van zijn taak.

Verzoeker en de andere erfgenamen zijn begin 2020 geïnformeerd over de strekking van de procedure tegen de voormalig bewindvoerder en verweerder zal de erfgenamen op de hoogte stellen van het oordeel van de kantonrechter in die procedure, zoals alsdan vastgelegd zal zijn in een beslissing.

Het verzoek tot ontslag van de executeur kan alleen worden beoordeeld vanaf de aanvang van de taakuitoefening van de executeur en niet over de periode daarvoor.

In het onderhavige geval is daarom voor wat betreft het door verzoeker gestelde wantrouwen geen sprake van een nieuw feit waarop het ontslag gebaseerd kan worden.

Dat wantrouwen kent zijn oorsprong in de familiegeschiedenis en is dus geen wantrouwen dat is ontstaan door handelingen van verweerder in de hoedanigheid van executeur.

Enkel subjectieve belevenissen zijn ontoereikend voor het verlenen van ontslag van de executeur.

Het is juist verzoeker (en belanghebbende) die verweerder in zijn hoedanigheid van executeur heeft tegengewerkt.

De afwikkeling van de nalatenschap is inmiddels in een vergevorderd stadium en is voor het overige inzichtelijk te verantwoorden, zodat het niet nodig is om de executeur te vervangen.

De benoeming van een andere executeur is niet opportuun, omdat dat tot meer kosten zal leiden.

Een erfgenaam kan op grond van het bepaalde in artikel 4:149 lid 1 sub f jo. lid 2 BW de kantonrechter verzoeken de executeur ontslag te verlenen om gewichtige redenen.

Van een gewichtige reden is sprake als de executeur in ernstige mate tekort is geschoten in de vervulling van zijn taak, als van één of meer erfgenamen niet kan worden gevergd dat de nalatenschap waarin zij deelgenoot zijn nog langer wordt beheerd door de executeur of als door ernstig wantrouwen de persoonlijke vertrouwensrelatie tussen een erfgenaam en de executeur ernstig is verstoord.

Het wantrouwen moet van voldoende omvang en gewicht, langdurig aan de gang en niet aanstonds van grond ontbloot zijn.

Op grond van artikel 4:144 BW heeft de executeur de taak om de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen, die tijdens zijn beheer uit die goederen behoren te worden voldaan.

Voor de definitie van ‘beheer’ dient aansluiting te worden gezocht bij het bepaalde in artikel 3:170 BW (HR 21 november 2008, HR:2008:BD5985, NJ 2009/116).

In dat wetsartikel is bepaald dat onder ‘beheer’ zijn begrepen alle handelingen die voor de normale exploitatie van een goed dienstig kunnen zijn, als ook het aannemen van aan de gemeenschap verschuldigde prestaties.

Het beheer van de nalatenschap brengt mee dat de executeur gedurende zijn beheer bij de vervulling van zijn taak als vertegenwoordiger van de erfgenamen optreedt, zowel in als buiten rechte (artikel 4:145 lid 2 BW).

Daarnaast rust op de executeur een inlichtingenplicht.

Hij dient aan een erfgenaam alle door deze gewenste inlichtingen omtrent de uitoefening van zijn taak geven (artikel 4:148 BW).

Uit de overgelegde stukken en ook uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat verweerder de erfgenamen, ondanks verzoek daartoe, niet inhoudelijk wil informeren over de door hem geïnitieerde procedure tegen de voormalig bewindvoerder en evenmin openheid van zaken wil geven over de door hem gevraagde beslissing in die procedure.

Bij gebreke aan informatie over die procedure kan niet worden beoordeeld of een beslissing in die procedure van belang is voor het onderhavige verzoek.

Dat leidt ertoe dat het aanhoudingsverzoek van verweerder, dat daarop is gebaseerd, wordt afgewezen.

Het niet willen verschaffen van informatie over de procedure tegen de voormalig bewindvoerder brengt mee dat ook niet kan worden vastgesteld of het voeren van die procedure binnen de beheerstaken van verweerder als executeur valt en, indien dat wel het geval is, of hij die taken naar behoren uitoefent.

Vaststaat dat die procedure zonder instemming of medeweten van de erfgenamen is gestart.

Daargelaten de andere aangevoerde argumenten, is het voorgaande aan te merken als een gewichtige reden dat tot ontslag van verweerder als executeur dient te leiden.

Het verzoek tot ontslagverlening ligt daarom voor toewijzing gereed.

Dan is aan de orde het verzoek tot het benoemen van verzoeker als opvolgend executeur.

Vooropgesteld wordt dat de kantonrechter op grond van het bepaalde in artikel 4:142 BW alleen een opvolgend executeur kan benoemen, indien erflaatster die mogelijkheid in het testament heeft opgenomen.

Het testament van erflaatster voorziet in een opvolgend executeur indien de eerst benoemde executeur mocht ontbreken dan wel de functie van executeur niet kan of wil uitoefenen.

In het testament is ook bepaald (onder het kopje ‘executele’ en vervolgens onder ‘toevoegen, in de plaats stellen, vervangen’) dat de kantonrechter bevoegd is een vervanger te benoemen en diens loon vast te stellen, indien een benoemde executeur komt te ontbreken.

Aangezien verweerder als executeur wordt ontslagen en dus in die zin komt te ontbreken, acht de kantonrechter zich bevoegd een opvolgend executeur te benoemen, gelet op artikel 4:142 lid 1 BW en het bepaalde in het testament.

Op basis van het testament, komt verzoeker voor benoeming tot opvolgend executeur in aanmerking.

Verzoeker heeft verzocht hem tot executeur te benoemen en hij heeft verklaard bereid te zijn die taak op zich te nemen.

De bepaling in het testament laat in die omstandigheden in beginsel geen ruimte voor de kantonrechter om – anders dan in het testament is bepaald – een neutrale, professionele executeur te benoemen.

Verweerder heeft echter bezwaar gemaakt tegen de benoeming van verzoeker en aangevoerd dat het hem verstandiger lijkt een onafhankelijke derde te benoemen vanwege de verstoorde onderlinge familieverhoudingen.

Benoeming van verzoeker als executeur zal slechts een rolverwisseling betekenen en de verstoorde onderlinge familieverhoudingen en het gestelde wantrouwen niet wegnemen, aldus verweerder.

Uit de processtukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat sprake is van verstoorde onderlinge familieverhoudingen.

De kantonrechter acht het bezwaar van verweerder daarom gegrond.

Dat brengt mee dat het verzoek van verzoeker om benoemd te worden tot opvolgend executeur in deze omstandigheden vooralsnog niet voor toewijzing in aanmerking komt.

De kantonrechter komt dan toe aan het verzoek van verweerder om een onafhankelijke derde te benoemen tot opvolgend executeur.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter aan partijen voorgehouden dat het benoemen van een onafhankelijke derde in overweging wordt genomen, indien daartoe grond en aanleiding bestaat.

Van die situatie is thans sprake. Partijen hebben nog geen voorstel gedaan ter zake de persoon van de te benoemen onafhankelijke derde en zich nog niet uitgelaten over diens door de kantonrechter vast te stellen loon.

Partijen worden in de gelegenheid gesteld zich hierover schriftelijk uit te laten op onder de beslissing te vermelden wijze.

Eerst zal verzoeker in de gelegenheid worden gesteld zich schriftelijk uit te laten.

Daarna mag verweerder op die reactie schriftelijk reageren.

Aangezien partijen zich nog dienen uit te laten als hiervoor bedoeld, eindigt de procedure niet met deze beschikking.

De kantonrechter ziet aanleiding om gebruik te maken van de bevoegdheid ex artikel 4:149 lid 2 BW om ambtshalve verweerder als executeur te schorsen hangende de procedure.

Iedere verdere beslissing wordt in dit stadium van het geding aangehouden

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het ontslag van een executeur, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.