De Rechtbank Limburg heeft op 20 juli 2022 uitspraak gedaan in kort geding over de vraag of de executeur bevoegd was tot de verkoop van een onroerende zaak uit de nalatenschap.
Executeur is bevoegd een tot de nalatenschap behorende onroerende zaak te verkopen indien nodig ter voldoening van schulden van de nalatenschap en zonder voorafgaand overleg met of instemming van de erfgenamen. Notaris moet medewerking verlenen aan notariële overdracht.
De executeur legt, samengevat weergegeven, aan zijn vorderingen ten grondslag dat hij op grond van artikel 8 van het testament exclusief, en dus zonder overleg met, en toestemming van de erfgenamen, bevoegd is de woning te verkopen en te leveren.
Subsidiair stelt hij zich op het standpunt dat hij uit hoofde van zijn beheersbevoegdheid genoodzaakt is om tot verkoop van de woning over te gaan gelet op de slechte staat van de woning en de mogelijk daaruit voortvloeiende schade.
De notaris voert verweer en stelt – samengevat weergegeven – dat artikel 8 van het testament ziet op artikel 4:147 BW waarin is bepaald dat de executeur bevoegd is de door hem beheerde goederen te gelde te maken voor zover dit nodig is voor de tot zijn taak behorende voldoening van schulden van de nalatenschap en de nakoming van de hem opgelegde lasten.
Overeenkomstig het bepaalde in lid 2 van dat artikel heeft erflaatster bepaald dat overleg met de erfgenamen voor de tegeldemaking niet nodig is.
De executeur heeft volgens de notaris niet gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt of bewezen dat de tegeldemaking van de woning nodig zou zijn voor voldoening van schulden van de nalatenschap zodat een bevoegdheid als bedoeld in artikel 4:147 lid 1 BW ontbreekt.
Erfrecht. Is de executeur bevoegd tot de verkoop van de onroerende zaak? Schulden van de nalatenschap. Tegeldemaking. Instemming of overleg van de erfgenamen noodzakelijk? Medewerking van notaris verplicht aan de levering?
De rechter oordeelt als volgt.
Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de vordering en is door de notaris als zodanig ook niet betwist.
Partijen zijn verdeeld over de vraag of de executeur bevoegd is een goed van de nalatenschap te verkopen, meer in het bijzonder de genoemde onroerende zaak, en in eigendom over te dragen.
Zij zijn het er wel over eens dat de executeur beheersexecuteur is en niet ook afwikkelingsbewindvoerder.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de gevraagde voorziening moet worden toegewezen en overweegt daartoe als volgt.
In het testament zijn niet expliciet de taken van de executeur opgenomen zodat daarvoor aansluiting gezocht dient te worden bij het bepaalde in artikel 4:144 BW.
De executeur heeft derhalve tot taak de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen.
Weliswaar heeft erflaatster uitdrukkelijk in het testament onder artikel 8 opgenomen dat de executeur goederen te gelde mag maken, maar, in het licht van voornoemde bepaling (artikel 4:144 BW), betekent dit niet dat de executeur dit te allen tijde kan doen.
Daarvoor dient aansluiting te worden gezocht bij artikel 4:147 lid 1 BW dat bepaalt dat de executeur bevoegd is de door hem beheerde goederen te gelde te maken, voor zover dit nodig is voor de tot zijn taak behorende voldoening van schulden van de nalatenschap.
En voor het geval dat de executeur van die bevoegdheid gebruik dient te maken, heeft erflaatster bepaald dat overleg met of toestemming van de erfgenamen daarvoor niet nodig is.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de executeur daar nog aan toegevoegd dat het geld dat beschikbaar is voor de woning, op is.
Er staat volgens hem nog ruim € 300,00 op de rekening, maar aan het einde van de maand dient opnieuw verzekeringspremie betaald te worden, aldus de executeur.
De notaris heeft deze stellingen van de executeur niet bestreden.
Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is daarmee aannemelijk dat de boedelrekening thans niet meer toereikend is om de kosten die gepaard gaan met het beheer en behoud van de woning te voldoen en dat, indien de woning niet in eigendom wordt overgedragen, deze kosten alleen maar verder zullen oplopen.
Onder de in artikel 4:7 lid 1 BW genoemde schulden van de nalatenschap vallen ook de kosten van executele waaronder, in de visie van de voorzieningenrechter, ook de met het beheer, behoud en bewaring van de woning gepaard gaande kosten, zoals verzekeringspremies, behoren.
Daarmee is voldaan aan het vereiste van artikel 4:147 lid 1 BW en is de bevoegdheid van de executeur om tot verkoop van de woning over te gaan gegeven.
Gelet op al het vorenstaande zal de vordering van de executeur worden toegewezen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.