De Rechtbank Amsterdam heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de vraag of een executeur-testamentair beschikkingsbevoegd was om koopovereenkomst te sluiten en tot levering van een woning over te gaan.

Erflaatster is in 2021 overleden.

Erflaatster is eigenaresse geweest van het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de woning (verder: het appartementsrecht).

Erflaatster heeft in haar testament eiseres benoemd tot executeur met de volgende taakstellingen en bevoegdheden:

“Ik benoem mevrouw A [eiseres] tot executeur.

De taak van de executeur is de goederen van mijn nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen, die tijdens zijn beheer uit die goederen behoren te worden voldaan.

De executeur is derhalve onder meer bevoegd legaten af geven.

De executeur is bevoegd de door hem beheerde goederen te gelde te maken, voor zover dit nodig is voor de tot zijn taak behorende voldoening van schulden der nalatenschap.

De executeur is niet verplicht omtrent de keuze van de te gelde te maken goederen en de wijze van tegeldemaking in overleg te treden en heeft geen toestemming nodig voor de tegeledemaking van een goed.”

Primair heeft eiseres gesteld dat zij als executeur beschikkingsonbevoegd was om de koopovereenkomst te sluiten en het appartementsrecht aan gedaagden te leveren.

De vorderingen zijn op die stelling gebaseerd.

Erfrecht. Executeur. Voldoen van schulden. Te gelde maken van goederen. Was de executeur bevoegd om tot de verkoop van de woning over te gaan? Overleg, medewerking of toestemming van erfgenamen noodzakelijk?

De rechter oordeelt als volgt.

Erflaatster heeft in haar testament eiseres benoemd tot executeur van haar nalatenschap.

Daarbij heeft erflaatster uitdrukkelijk bepaald dat eiseres bevoegd is de door haar beheerde goederen te gelde te maken, voor zover dit nodig is voor de tot haar taak behorende voldoening van schulden der nalatenschap en dat zij niet verplicht is omtrent de keuze van de te gelde maken goederen en de wijze van tegeldemaking in overleg te treden en geen toestemming nodig heeft voor de tegeldemaking van een goed.

Deze taakomschrijving en bevoegdheden van eiseres als executeur van de nalatenschap van erflaatster zijn letterlijk overgenomen in de Verklaring van executele van 19 mei 2021.

Bovenstaande taakomschrijving en bevoegdheden van eiseres zijn in overeenstemming met de wettelijke bepalingen over de taak van een executeur van een nalatenschap (Afdeling 4.5.6 Burgerlijk Wetboek (BW)).

Uit artikel 4:147 lid 2 BW volgt immers dat erflaatster kan en mag opnemen dat een executeur niet in overleg met de erfgenamen hoeft te treden over de te gelde maken goederen en de wijze van tegeldemaking.

Erflaatster heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt in haar testament.

Uit de stellingen van eiseres volgt dat de nalatenschap van erflaatster bestond uit het appartementsrecht en een geldbedrag van ongeveer € 11.000,00.

Op het appartementsrecht rustte een hypotheek ter zekerheid van een geldlening waarvan op het moment van overlijden van erflaatster een bedrag van € 182.966,48 nog moest worden afgelost.

Dit is een schuld van de nalatenschap als bedoeld in artikel 4:7 lid 1 onder a BW, zoals gedaagde terecht heeft aangevoerd.

Verder dient eiseres aan vijf rechtspersonen in totaal 20% van de nalatenschap te legateren.

Dit is een schuld van de nalatenschap als bedoeld in artikel 4:7 lid 1 onder h BW, zoals gedaagde eveneens terecht heeft aangevoerd.

Uit de stellingen van eiseres volgt verder dat de schulden van de nalatenschap slechts konden worden voldaan door het appartementsrecht te gelde te maken, dus door het appartementsrecht te verkopen.

Uit het bovenstaande volgt dat eiseres op basis van de aan haar opgedragen taken en bevoegdheden in het testament van erflaatster en in de Verklaring van Executele, beschikkingsbevoegd is geweest om het appartementsrecht te verkopen en te leveren, zonder nader overleg met (dan wel medewerking of toestemming van) de erfgenamen.

Voor zover eiseres heeft bedoeld dat zij beschikkingsonbevoegd is geweest bij het aanvaarden van artikel 18 van de koopovereenkomst, en de daaruit voortvloeiende verplichting tot het sluiten van de depotovereenkomst, wordt dit standpunt verworpen.

In artikel 18 van de koopovereenkomst is de betaling van een deel van de koopsom afhankelijk gesteld van een bericht van de gemeente dat een overstap naar eeuwigdurend erfpacht mogelijk is.

Dit is een wijze van tegeldemaking van het goed ter voldoening van een schuld.

Het bedrag in depot heeft de voldoening van de hypotheekschuld van de nalatenschap niet geraakt.

Het enige gevolg is tot nu toe geweest dat de erfgenamen vooralsnog het bedrag in depot niet kunnen verkrijgen en dat de legaten van de gelegateerde rechtspersonen vooralsnog iets lager zullen uitvallen.

Dat eiseres daardoor beschikkingsonbevoegd zou zijn geweest kan niet worden gevolgd.

De conclusie is dat eiseres beschikkingsbevoegd is geweest de koopovereenkomst (inclusief artikel 18) te sluiten, het appartementsrecht te leveren aan gedaagden en de depotovereenkomst te sluiten.

Alle stellingen van eiseres en de daaraan verbonden rechtsgevolgen over haar eventuele beschikkingsonbevoegdheid worden verworpen.

De vorderingen worden dus afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.