De Rechtbank Limburg heeft op 11 augustus 2021 uitspraak gedaan over de vraag of de executeur kon worden gedagvaard ter verstrekking van informatie ter berekening van de legitieme na beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap.

Bij testament heeft erflater de gedaagde A tot zijn enige en algehele erfgename benoemd.

Daarnaast heeft erflater gedaagde B tot executeur van zijn nalatenschap benoemd.

Erfrecht. Executeur. Dagvaarden executeur ter verstrekking van informatie ter berekening van de legitieme. Beneficiaire aanvaarding en wettelijke vereffening.

De rechter oordeelt als volgt.

Gedaagde B is in zijn hoedanigheid van executeur van de nalatenschap en pro se gedagvaard.

Gedaagde A heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard.

Dit brengt mee dat deze op grond van artikel 4:202 BW moet worden vereffend.

Uit artikel 4:149 lid 1 sub d volgt dat de taak van de executeur eindigt in het geval de nalatenschap moet worden vereffend.

Hoewel uit artikel 4:150 BW volgt dat de beëindiging van de taak van de executeur niet altijd tot gevolg heeft dat zijn beheer automatisch eindigt, is dat hier wel het geval (Asser / Perrick 4 2017/700).

Gelet hierop kan gedaagde B niet op de voet van artikel 4:78 BW in zijn hoedanigheid van met de beheer van de nalatenschap belaste executeur worden aangesproken ter verkrijging van de informatie die eiser als legitimaris nodig heeft om zijn legitieme portie te kunnen berekenen.

Ook valt niet in te zien op grond waarvan gedaagde B pro se gehouden zou zijn tot verstrekking van die informatie aan eiser.

Als het al juist zou zijn dat gedaagde B “er een potje van heeft gemaakt” kan die omstandigheid niet leiden tot een ander oordeel.

Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat gedaagde B als gevolmachtigde van gedaagde A de op haar als vereffenaar rustende taken vervult.

De in dit kader aan te spreken persoon is dan immers de volmachtgever gedaagde A.

Daarom zal de vordering voor zover die ertoe strekt dat gedaagde B in zijn hoedanigheid van executeur dan wel pro se wordt veroordeeld tot het verstrekken van informatie aan eiser bij eindvonnis worden afgewezen.

Voor de vordering die strekt tot vaststelling van zijn legitieme portie geldt hetzelfde.

Niet valt in te zien op grond waarvan eiser er belang bij heeft dat, in het geval de legitieme portie een positieve waarde vertegenwoordigt, zijn hieruit voortvloeiende aanspraak jegens gedaagde B, in zijn hoedanigheid van executeur wordt vastgesteld.

Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de taak van gedaagde B als executeur is geëindigd.

Ook valt niet in te zien op grond waarvan eiser er belang bij heeft dat een eventuele aanspraak jegens gedaagde B pro se wordt vastgesteld.

Aangezien de vorderingen voor zover deze jegens gedaagde B pro se dan wel in zijn hoedanigheid van executeur zijn ingesteld bij eindvonnis worden afgewezen, treft de vordering die ertoe strekt dat gedaagde B wordt veroordeeld tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, hetzelfde lot.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur of over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.