Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 4 april 2023 uitspraak gedaan over de vraag of er gewichtige redenen waren die het ontslag van de executeur rechtvaardigden.

De kantonrechter heeft – kort samengevat – de verzoeken in eerste aanleg om kind 2 te ontslaan als executeur in de nalatenschap van erflater onder benoeming van kind 1 als executeur afgewezen, daartoe overwegende dat er geen sprake is van een gewichtige reden die het ontslag van de executeur rechtvaardigt.

De kantonrechter zag geen aanleiding om in dit stadium van de afwikkeling van de nalatenschap de executeur te ontslaan.

De kantonrechter is voorts van oordeel dat nu de executeur kind 1 van de stand van zaken op de hoogte heeft gehouden, het door kind 1 gestelde omtrent het gebrek aan vertrouwen evenmin een gewichtige reden vormt om tot ontslag van de executeur over te gaan dan wel om de executeur te veroordelen de door de verzoeker gevraagde informatie aan hem te verstrekken.

Het kind stelt dat de executeur niet langer in functie kan blijven nu er gewichtige redenen zijn die het ontslag van de executeur rechtvaardigen, welke redenen de kantonrechter heeft miskend dan wel onvoldoende heeft meegewogen.

Volgens kind 1 is de executeur tekortgeschoten in de uitoefening van de op haar rustende taken en verplichtingen waardoor de erfgenamen zijn benadeeld en hun belangen onvoldoende zijn gediend.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat de executeur onvoldoende capabel is om voortvarend op te treden.

Zo heeft zij in 2015 na ontdekking van de buitenlandse tegoeden waarover geen belasting was afgedragen, geen enkele actie ondernomen om de rekeningen op te heffen of daarnaar onderzoek te doen.

Dit geldt ook voor de vordering van € 30.000,- op de familie X en de vordering uit hoofde van geldlening van ruim € 300.000,- op Y.

De executeur heeft nagelaten na te gaan wat de verhaalsmogelijkheden zijn en ook op welke wijze deze benut konden worden.

Zij heeft eveneens nagelaten een procedure te starten om deze vordering te innen en heeft bovendien de rente te veel laten oplopen.

De afwikkeling van de nalatenschap heeft inmiddels al meer dan zeven jaar geduurd en het einde is niet in zicht.

Dit alles maakt volgens kind 1 de executeur ongeschikt om de executele te vervullen.

Daarnaast geniet de executeur al geruime tijd niet het vertrouwen van de overige erfgenamen – wat eveneens een grond voor ontslag is – en laat zij na de erfgenamen voldoende te informeren.

Zowel kind 3 als kind 4 scharen zich achter de stellingen van kind 1 en wensen dat kind 2 als executeur wordt ontslagen en dat kind 1 opvolgende executeur wordt.

De kantonrechter heeft de proceskosten gecompenseerd, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Art. 4:144 BW, 4:148 BW en 4:149 BW

Erfrecht. Executele. Tekortkoming executeur. Informatieverstrekking. Wantrouwen. Voortgang. Trage afwikkeling. Innen van vorderingen. Zijn er gewichtige redenen voor het ontslag van de executeur? Afleggen van rekening en verantwoording.

De rechter oordeelt als volgt.

De executeur heeft ingevolge artikel 4:144 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de taak de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen, die tijdens zijn beheer uit die goederen behoren te worden voldaan.

De executeur moet aan de erfgenamen alle door hen gewenste inlichtingen geven over de uitoefening van zijn taak (artikel 4:148 BW).

De erflaatster heeft geen testamentaire lasten aan de executeur opgelegd en geen beschikkingen gemaakt die hiervan afwijken.

De taak van de executeur eindigt door ontslag dat de kantonrechter hem met ingang van een bepaalde dag verleent (artikel 4:149 lid 1 aanhef en onder f BW).

Het ontslag wordt hem verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij om gewichtige redenen, zulks op verzoek van een mede-executeur, een erfgenaam of het openbaar ministerie, dan wel ambtshalve.

Beoordeeld moet worden of er sprake is van een gewichtige redenen die het ontslag van de executeur rechtvaardigen.

Van gewichtige redenen kan sprake zijn wanneer de executeur ongeschikt blijkt tot het uitoefenen van haar taken of in die uitvoering tekortschiet, of wanneer er sprake is van een diepgaand, niet aanstonds weg te nemen wantrouwen van de erfgenamen in de executeur.

Dit wantrouwen dient gestoeld te zijn op concrete en objectieve feiten.

Met kind 1, kind 3 en kind 4 is het hof van oordeel dat sprake is van gewichtige redenen die het ontslag van de executeur rechtvaardigen.

Het hof overweegt daartoe als volgt.

Vast staat dat de nalatenschap in juni 2015 is opengevallen en nu, bijna acht jaar later, nog steeds niet volledig is afgewikkeld, hoewel kind 3 reeds in 2018 de duur van de afwikkeling van de nalatenschap in een gerechtelijke procedure aan de orde heeft gesteld en de kantonrechter toen al bij beschikking van 18 december 2018, voor zover hier relevant, heeft overwogen dat de nalatenschap binnen afzienbare tijd kon worden afgewikkeld, zodat het niet opportuun was om de executeur te ontslaan en een nieuwe executeur te benoemen.

Ook in het verzoekschrift dat heeft geleid tot de bestreden beschikking is de (lange) duur van de afwikkeling als grond voor ontslag aangevoerd.

De kantonrechter heeft overwogen dat de executeur een en ander voortvarender had kunnen aanpakken, daarbij overwegende dat het om een ingewikkelde nalatenschap gaat met vermogensbestanddelen in het buitenland die moeilijk te traceren waren.

Voorts heeft de kantonrechter overwogen dat gelet op de stand van zaken het ernaar uit ziet dat binnen een half jaar de nalatenschap kan worden afgewikkeld.

Alles overziend zag de kantonrechter geen aanleiding om in dit stadium van de afwikkeling van de nalatenschap de executeur te ontslaan.

Inmiddels is na de bestreden beschikking ruim een jaar verstreken en is de nalatenschap nog immer niet afgewikkeld.

Naar het oordeel van het hof heeft de executeur onvoldoende duidelijk gemaakt wat de reden is voor de geringe voortgang sinds de laatste procedure bij de kantonrechter.

Dit had wel op haar weg gelegen.

De trage voortgang van de afwikkeling is al jaren een doorn in het oog van de erfgenamen en heeft geleid tot een volslagen gebrek aan vertrouwen dat de executeur de nalatenschap voortvarend en op behoorlijke wijze kan afwikkelen.

Hoewel de executeur al in een vroegtijdig stadium bekend was met gegevens die duiden op het bestaan van een vordering van de nalatenschap van (destijds) ruim € 300.000,- op Y, heeft zij lang gewacht met het innen van de (restant-)vordering alsmede met het onderzoeken van eventuele verhaalsmogelijkheden.

De executeur heeft weliswaar al in eerste aanleg bij verweerschrift te kennen gegeven dat zij aan het kijken was wat de vervolgstappen zouden kunnen zijn om de nu resterende schuld te kunnen innen, maar ter zitting is het hof van weinig voortgang gebleken.

De executeur heeft ter zitting in eerste aanleg meegedeeld dat binnen een maand na de zitting een procedure zal worden gestart met betrekking tot het restant van de lening, maar zij heeft zowel in eerste aanleg als in hoger beroep niet kunnen toelichten in hoeverre Y verhaal biedt.

Daarbij komt dat de executeur nog steeds niet met de andere erfgenamen heeft besproken of het (financieel) haalbaar is om de vordering op Y uit hoofde van de geldlening te innen en zo ja, welke lijn dient te worden uitgezet.

De dagvaarding waarbij Y wordt gesommeerd de lening terug te betalen was ten tijde van de mondelinge behandeling bovendien nog steeds niet aan haar betekend, waar op de zitting bij de rechtbank was gezegd dat de procedure binnen een maand na de zitting zou worden gestart.

Het verstrekken/verkrijgen van informatie is eveneens een heikel punt tussen betrokkenen.

Waar de executeur zich op het standpunt stelt dat zij kind 1, kind 3 en kind 4 voldoende op de hoogte heeft gehouden, ervaren laatstgenoemden dit anders.

Zo heeft de executeur de geplande bespreking over de inning van de vordering op Y afgezegd en heeft zij kind 1, kind 3 en kind 4 niet op de hoogte gehouden van de stand van zaken inzake de vordering op Y.

Het al dan niet verstrekken van informatie heeft tussen de executeur en kind 1, kind 3 en kind 4 herhaaldelijk tot discussies geleid en heeft bijgedragen aan het gestelde wantrouwen.

Dit had de executeur kunnen vermijden door meer informatie te verstrekken en vaker overleg te zoeken, al was het maar om moeilijkheden en wrijvingen te voorkomen.

Transparante informatieverstrekking is noodzakelijk en gewenst.

Daarnaast is kind 1 van mening dat de executeur niet tot actie is te bewegen en, zo begrijpt het hof, haar eigen plan trekt.

De executeur heeft, wetende dat X al een deel van de lening had afgelost, X gesommeerd haar het hele bedrag van de lening te voldoen, waardoor nog een terugbetaling aan X heeft moeten plaatsvinden.

De executeur wijt dit aan eigenmachtig handelen van de overige erfgenamen, maar de overige erfgenamen hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat dit eigenmachtig handelen mede te wijten is aan het niet tijdig handelen van de executeur zelf.

In het licht van het vorenstaande was het eens te meer van belang dat de executeur met kind 1 (en kind 3 en kind 4), zoals de kantonrechter reeds in 2018 heeft overwogen, om de tafel was (waren) gaan zitten om eventuele onduidelijkheden weg te nemen en zo mogelijk afspraken te maken over een vervolg van de afwikkeling van de nalatenschap.

Dit gesprek was wel gepland, maar heeft de executeur afgezegd.

De door de executeur aangevoerde reden voor deze afzegging – te weten dat kind 3 niet had gereageerd op de uitnodiging, kind 4 inmiddels in het buitenland verbleef en kind 1 als gemachtigde voor kind 3 en kind 4 wilde optreden en zij daar in haar positie niets mee kon – acht het hof geen gegronde reden.

Immers, het belang van een gesprek was evident.

De executeur heeft met het afzeggen van deze afspraak niet bijgedragen aan de spoedige voortgang van de afwikkeling van de nalatenschap van erflater, hetgeen wel tot haar taak behoort.

Met de kinderen is het hof van oordeel dat onvoldoende is gebleken de executeur de nalatenschap thans binnen afzienbare tijd zal (kunnen) afwikkelen.

Tijdens de mondelinge behandeling is bij het hof de indruk ontstaan dat de executeur hiertoe het overzicht ontbreekt.

Zo heeft de executeur niet helder voor de geest hoe nu verder te handelen met betrekking tot de aangifte erfbelasting.

Op vragen van de voorzitter haalde zij de aangifte erfbelasting en de aangifte inkomstenbelasting door elkaar.

Voor in beginsel kleine aanpassingen zoals het aanpassen van de aangifte erfbelasting behoeft zij de hulp van de boekhouder.

Ook heeft zij iedere drie weken overleg met haar advocaat over de afwikkeling van de nalatenschap.

Desondanks is het einde van de afwikkeling van de nalatenschap nog niet in zicht.

Gelet op al het vorenstaande is het hof dan ook van oordeel dat de executeur ongeschikt is tot het (verder) uitoefenen van haar taken en dat sprake is van gewichtige redenen die het ontslag van de executeur rechtvaardigen.

Het hof zal dan ook conform verzocht het ontslag van de executeur uitspreken.

Aangezien het testament de mogelijkheid biedt om op verzoek van een belanghebbende een vervanger te benoemen wanneer een benoemd executeur komt te ontbreken, ligt aan het hof de vraag voor wie tot opvolgend executeur dient te worden benoemd.

Kind 1 heeft verzocht hemzelf tot executeur te benoemen, hetgeen de voorkeur geniet van kind 3 en kind 4.

De executeur heeft daarentegen verzocht om een professionele executeur te benoemen gezien de verdeeldheid in de familie.

Aan de executeur kan worden nagegeven dat de afwikkeling van de nalatenschap door een professionele executeur mogelijk minder spanningen tussen de erfgenamen met zich brengt dan indien kind 1 tot executeur wordt benoemd.

Daar staat tegenover dat een professionele derde zich zal moeten inlezen in de stukken hetgeen de nodige kosten met zich brengt, welke ten laste van de nalatenschap komen.

Dit terwijl de huidige omvang van de nalatenschap geen ruimte biedt om hoge kosten te maken.

Kind 1 is zich ervan bewust dat de afwikkeling van de nalatenschap ook hem tijd zal kosten, maar heeft hiertegen geen bezwaar en heeft te kennen gegeven de executele kosteloos op zich te willen nemen.

Ter mondelinge behandeling heeft hij een plan van aanpak geschetst hoe hij de afwikkeling van de nalatenschap tot een (spoedig) einde wil brengen.

Kind 1 gaf ook met betrekking tot de inning van de (vermeende) vordering op Y een duidelijk beeld van wat hem voor ogen staat aan te nemen stappen.

Kind 1 heeft reeds eerder en binnen afzienbare tijd de nalatenschap van de moeder van de erfgenamen afgewikkeld – dit naar tevredenheid van kind 3 en kind 4 – en hij heeft derhalve ervaring opgedaan met de werkzaamheden van een executeur.

Dit alles maakt dat het hof van oordeel is dat kind 1 tot opvolgend executeur dient te worden benoemd.

Anders dan de executeur is het hof van oordeel dat niet is gebleken van eventuele wraakgevoelens bij kind 1 jegens de executeur die de uitoefening van de functie zouden kunnen belemmeren.

Dat de executeur bang is dat kind 1 in zijn rol als opvolgend executeur alles gaat controleren en daar conclusies uit zal trekken, leidt evenmin tot een andere conclusie.

Ook aan het einde van de executele dient de executeur rekening en verantwoording af te leggen.

De benoeming van kind 1 tot executeur is bovendien in lijn met de wens van erflater die bij ontstentenis, defungeren of weigering van/door kind 2 in zijn testament kind 1 tot executeur heeft benoemd.

Teneinde de afwikkeling van de nalatenschap tot een goed einde te kunnen brengen zal het hof desgevraagd de executeur gebieden alle informatie, waaronder begrepen mailwisselingen, correspondentie, en bankafschriften die van belang zijn voor de afwikkeling van de nalatenschap, aan het kind ter hand te stellen.

Het hof zal hierbij een termijn van vier weken stellen, nu zij deze termijn gepaster vindt dan de verzochte termijn van drie weken.

Het hof zal, nu de bevoegdheid van de executeur tot beheer van de nalatenschap is geëindigd, ingevolge het bepaalde in artikel 4:151 BW de executeur gebieden om binnen vier weken na deze beschikking rekening en verantwoording over het door haar gevoerde beheer af te leggen aan kind 1.

Het hof ziet in hetgeen kind 1 heeft betoogd onvoldoende reden om aan dit gebod een dwangsom te verbinden.

Immers, niet staat vast dat de executeur niet zal voldoen aan de op haar rustende wettelijke verplichting om rekening en verantwoording af te leggen, zodat een veroordeling dat te doen op straffe van een dwangsom niet op zijn plaats is.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.