De Rechtbank Limburg heeft op 14 juli 2021 uitspraak gedaan over de vraag of de door de executeur gemaakte advocaatkosten voor rekening van de nalatenschap diende te komen.

Eiser stelt dat gedaagde niet in hoedanigheid van executeur in de ontslagprocedure is betrokken en dat de door haar gemaakte advocaatkosten daarom niet voor rekening van de nalatenschap komen.

Bovendien hebben partijen in de ontslagprocedure een regeling getroffen. Die regeling hield onder meer in dat proceskosten werden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten zou dragen.

Dit betekent volgens eiser dat gedaagde de door haar gemaakte advocaatkosten niet ten laste van de nalatenschap kan laten komen, ook niet als zij de kosten in hoedanigheid van executeur heeft gemaakt.

Gedaagde betoogt dat zij in hoedanigheid van executeur in de procedure bij de kantonrechter is betrokken.

De door haar gemaakte advocaatkosten waren volgens haar noodzakelijk om verweer te voeren tegen haar ontslag als executeur en zijn daarom te scharen onder de kosten van executele.

Het begrip proceskosten ziet volgens gedaagde slechts op het griffierecht en het liquidatietarief en niet op de daadwerkelijk gemaakte advocaatkosten.

Erfrecht. Executele. Beheer door de executeur. Kosten. Schulden van de nalatenschap. Advocaatkosten.

De rechter oordeelt als volgt

Bij de beoordeling van de in geschil zijnde posten neemt de rechtbank het volgende in acht.

Artikel 4:7 lid 1 sub d van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat de kosten van executele, met inbegrip van het loon van de executeur, schulden van de nalatenschap zijn.

Als de executeur gelet op zijn taak en de vervulling daarvan in redelijkheid niet had kunnen komen tot het maken van deze kosten of het ontstaan daarvan had kunnen voorkomen, kan er aanleiding zijn te oordelen dat de executeur deze kosten geheel of gedeeltelijk zelf moet dragen.

Daarbij zijn in elk geval van belang de aard van deze kosten, de reden voor het ontstaan daarvan, de verwijtbaarheid en de vermijdbaarheid daarvan en de omvang van de nalatenschap.

Daarnaast bepaalt artikel 3:170 lid 1 BW dat handelingen dienende tot gewoon onderhoud of tot behoud van een gemeenschappelijk goed, en in het algemeen handelingen die geen uitstel kunnen lijden, door iedere deelgenoot zo nodig zelfstandig kunnen worden verricht.

Op grond van artikel 3:172 BW worden de daarbij gemaakte kosten door de deelgenoten gedeeld naar evenredigheid van hun aandeel in de gemeenschap.

Eiser heeft een verzoek ingediend strekkende tot ontslag van gedaagde als executeur.

Een dergelijk verzoek kan slechts zien op gedaagde in hoedanigheid van executeur.

Anders dan eiser stelt, zijn de advocaatkosten die gedaagde heeft gemaakt in de ontslagprocedure dus niet in privé gemaakt, maar in haar hoedanigheid van executeur.

Het beroep van gedaagde op rechtspraak waaruit volgt dat advocaatkosten van de executeur na een succesvolle verdediging in een ontslagprocedure ten laste van de nalatenschap komen, gaat desondanks niet op.

In de aangehaalde zaken zijn de ontslagprocedures namelijk geëindigd in een beschikking van de kantonrechter waarbij werd geoordeeld dat de executeur geen fouten heeft gemaakt.

In de onderhavige zaak is de ontslagprocedure echter beëindigd als gevolg van een regeling en is geen uitspraak gedaan over de juistheid van het handelen van de executeur.

Bovendien hebben partijen een regeling getroffen en verschillen zij van mening of met die regeling is afgeweken van de door gedaagde ingeroepen rechtspraak.

De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract.

Voor de beantwoording van die vraag komt het namelijk aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Gedaagde heeft niet betwist dat eiser de overeenkomst redelijkerwijs zo mocht begrijpen dat de door die overeenkomst getroffen kosten niet ten laste van de nalatenschap zouden komen.

Zij heeft slechts betwist dat onder het begrip compensatie van kosten ook advocaatkosten zijn begrepen.

De rechtbank stelt voorop dat het begrip compensatie van kosten aansluit bij de in artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering gebezigde terminologie.

De overeenkomst dient daarom zo te worden uitgelegd dat partijen hebben willen aansluiten bij het wettelijk systeem.

Uitgangspunt daarvan is dat bij een compensatie van kosten de andere partij niet wordt geconfronteerd met kosten die de andere partij heeft gemaakt.

Verder neemt het wettelijk systeem tot uitgangspunt dat een eventuele proceskostenvergoeding niet bedoeld is om de daadwerkelijk gemaakte kosten volledig te dekken.

Gelet hierop, dient de overeenkomst zo te worden uitgelegd dat partijen alle door hen gemaakte kosten zelf zouden dragen en dat deze niet op enigerlei wijze ten laste van de andere partij zouden komen.

De door gedaagde gemaakte advocaatkosten in de ontslagprocedure zijn daarom ten onrechte in de rekening en verantwoording opgenomen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over schulden van de nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.