De Rechtbank Gelderland heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de vraag of de door de executeur afgelegde rekening en verantwoording afdoende en deugdelijk was.
Partijen zijn de zonen van de erflaters.
Vader heeft in zijn testament beschikt over zijn nalatenschap en daarbij een ouderlijke boedelverdeling bepaald.
Moeder heeft in haar testament bepaald dat alle kinderen erfgenaam zijn voor gelijke delen en zij heeft gedaagde aangewezen als executeur.
Bij brief van 30 juni 2020 van het notariskantoor is aan de erfgenamen meegedeeld dat gedaagde zijn benoeming tot executeur heeft aanvaard en dat de verklaring van executele inmiddels is afgegeven.
Op 30 juli 2020 hebben eisers de kantonrechter gevraagd gedaagde te ontslaan als executeur wegens gewichtige redenen, hem te verplichten rekening en verantwoording af te leggen op verbeurte van een dwangsom en eiser te benoemen tot vervangend executeur.
Aan gedaagde is met ingang van 12 november 2020 ontslag verleend, eiser is benoemd tot vervangend executeur-afwikkelingsbewindvoerder en gedaagde is verplicht aan eiser rekening en verantwoording af te leggen op straffe van verbeurte van een dwangsom.
Bij brief van 25 maart 2021 hebben eisers aan gedaagde meegedeeld dat hij volgens hun niet heeft voldaan aan de veroordeling tijdig en deugdelijk rekening en verantwoording af te leggen en daarom een bedrag van € 10.000,00 aan dwangsommen verbeurd heeft.
Aan de hand van de bij hen beschikbare informatie hebben zij berekend dat gedaagde een schuld van € 55.093,86 heeft aan de nalatenschap van moeder en zij hebben hem gesommeerd dat aan de nalatenschap te betalen.
Erfrecht. Executele. Afleggen van rekening en verantwoording door de executeur. Ondeugdelijke afgelegde rekening en verantwoording? Inkomsten en uitgaven. Dwangsom.
De rechter oordeelt als volgt.
Gedaagde heeft in het geding gebracht een lijst van “uitgaven en inkomsten bankrekeningnummers van 28 mei 2020 met betrekking tot de nalatenschap van moeder”, welke hij heeft aangemerkt als de rekening en verantwoording die hij als executeur diende af te leggen.
Met deze zeer summiere, niet met stukken onderbouwde opsomming van een aantal inkomende en uitgaande posten heeft gedaagde niet de inzage verschaft in en verantwoording afgelegd het beheer van de nalatenschap waartoe hij gehouden was.
Hij heeft geen opgave gedaan van de begin- en eindsaldi van de twee door hem genoemde bankrekeningen en ook geen rekeningafschriften verstrekt waaruit die saldi blijken.
Het overzicht is onvolledig en onjuist.
Uit het overzicht kan niet worden afgeleid wanneer, waarvoor en aan wie betaald is.
Zo blijkt dat de bedragen die zijn opgenomen onder de naam van een woningcorporatie niet aan de woningcorporatie zijn betaald, maar aan gedaagde zelf.
Het overzicht vermeldt wel de betalingen van € 1.800,00 voor ‘Res. Grafrechten, onderh en decor’ en van € 1.200,00 voor ‘Res. Pot. kst. nal.schap’ maar niet de betaling op dezelfde dag van het bedrag van € 4.500,00 dat gedaagde als aandeel in de nalatenschap aan zichzelf heeft betaald.
De leningen aan gedaagde en de aan hem in consignatie gegeven gelden staan niet in het overzicht vermeld en evenmin de door gedaagde gestelde vordering op moeder.
Overwogen wordt dat deze leningen niet in het overzicht hoeven te worden vermeld, maar dat het bestaan daarvan wel uit een boedelbeschrijving moet blijken.
De vorderingen die de kinderen op moeder hebben uit hoofde van de nalatenschap van vader worden niet vermeld ondanks de overweging in de beschikking van 12 november 2020 dat eventuele vorderingen uit hoofde van die nalatenschap invloed kunnen hebben op de omvang van de nalatenschap van moeder.
De kantonrechter overweegt uitdrukkelijk dat gedaagde zich op het onjuiste standpunt heeft gesteld dat hij geen antwoord hoeft te geven op vragen over de nalatenschap van vader.
Ook ontbreken boedelbeschrijvingen per datum overlijden moeder en bij einde van de executele van gedaagde.
Aan de hand van dit overzicht kan het erfdeel per kind niet berekend worden.
Gedaagde heeft verklaard dat de waarde van de nalatenschap € 9.244,01 betreft en dat moeder dit bedrag mondeling aan hem kenbaar heeft gemaakt.
Kennelijk heeft hij aan de hand daarvan de erfdelen per kind bepaald op € 2.311,33, zoals vermeld in het overzicht.
Als verklaring voor het feit dat hij zichzelf een bedrag van € 4.500,00 als erfdeel heeft uitbetaald, heeft hij betoogd dat hem later bleek dat de waarde van de nalatenschap € 17.966,17 bedroeg, zodat het aan hem toekomende voorschot op € 4.500,00 kon worden berekend.
Gedaagde heeft aangevoerd dat uit een arrest van de Hoge Raad van 7 april 1898, W 7110, volgt dat een rekening en verantwoording de ontvangsten en de uitgaven dient te vermelden en dat zijn overzicht daaraan voldoet.
Overwogen wordt dat ook als van deze toch zeer gedateerde rechtspraak wordt uitgegaan, het overzicht van gedaagde zelfs niet aan die toets voldoet.
Gedaagde heeft op 21 november 2020, op 4 december 2020 en op 2 februari 2021 nog andere stukken toegestuurd, maar ook daarmee heeft hij geen deugdelijke rekening en verantwoording gegeven.
Gedaagde heeft nog gesteld dat eisers voor het overlijden van moeder een deel van de administratie uit haar woning hebben ontvreemd, maar de rechtbank passeert evenals de kantonrechter dit verweer.
De door gedaagde gestelde incidenten nemen niet weg dat hij zijn verplichtingen als executeur dient na te komen, zo heeft de kantonrechter overwogen in de beschikking, en gedaagde is op straffe van verbeurte van dwangsommen verplicht rekening en verantwoording af te leggen.
Hetgeen hiervoor is overwogen leidt tot afwijzing van de vordering van gedaagde om voor recht te verklaren dat hij zich heeft gekweten van de op hem rustende verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording en tot toewijzing van de vordering van eiser voor recht te verklaren dat gedaagde geen rekening en verantwoording heeft afgelegd.
Zoals overwogen gaat de rechtbank ervan uit dat in de beschikking van 12 november 2020 ten onrechte staat dat de dwangsommen ten gunste van eisers komen en dat die dwangsommen aan eiser in zijn hoedanigheid van (opvolgend) executeur toekomen.
De verklaring voor recht zal aldus gegeven worden.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.