De Rechtbank Noord-Holland heeft op 21 april 2022 uitspraak gedaan over de vraag of de executeur persoonlijk aansprakelijk was voor het indienen van een onjuiste aangifte erfbelasting.
In deze zaak staat de vraag centraal of de gewezen executeur (gedaagde) aan de nalatenschap en aan de rechthebbenden de schade moet vergoeden die is ontstaan door het indienen van een onjuiste aangifte erfbelasting.
Gedaagde heeft – en dat staat niet ter discussie – bij het verzorgen van de aangifte erfbelasting geen rekening gehouden met de inhoud van het testament van vader waarin moeder als enig erfgenaam werd aangewezen.
De door gedaagde verzorgde aangifte erfbelasting (ingediend op 31 januari 2020) was dus onjuist omdat deze uitging van het bestaan van vorderingen van de kinderen op moeder vanwege het vooroverlijden van vader.
Erfrecht. Executele. Aansprakelijkheid van de executeur. Zorgplicht. Indienen van een onjuiste aangifte erfbelasting door executeur. Schadevergoeding? Advocaatkosten. Volledige proceskostenveroordeling?
De rechter oordeelt als volgt.
De kantonrechter stelt bij de beoordeling van die vraag voorop dat de executeur bij de uitoefening van zijn taken niet alleen bevoegdheden, maar ook verplichtingen en in het bijzonder een zorgplicht jegens de rechthebbenden heeft.
De kantonrechter is van oordeel dat gedaagde die zorgplicht niet geschonden heeft.
Dit oordeel wordt hieronder toegelicht en daarbij zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
Gedaagde heeft op 14 februari 2020 de brief van 29 januari 2020 van de door hem ingeschakelde fiscaal jurist mr. T, over de onjuistheid in de aangifte, doorgestuurd aan eiseres.
Eiseres heeft vervolgens op 26 februari 2020 een eerste gesprek gehad met de door haar ingeschakelde advocaat mr. B. over de gevolgen van het testament van vader.
Uit de overgelegde brief van 12 maart 2020 mr. T, die een reactie is op de visie van mr. K, blijkt dat mr. T op dat moment nog steeds uitging van het bestaan van de vorderingen van de kinderen op moeder vanwege het vooroverlijden van vader.
Gedaagde heeft deze brief van mr. Top 14 maart 2020 aan eiser verzonden.
Eiseres heeft vervolgens op 26 maart 2020 aan gedaagde verzocht om gegevens zoals banksaldi, rekeningen begrafeniskosten en taxatierapporten en onderliggende stukken te verstrekken.
Gedaagde heeft daarop diezelfde dag gereageerd dat hij ziek is vanwege een Corona-besmetting en dat hij zodra hij weer beter is aan het verzoek zal voldoen.
Gedaagde heeft die boodschap herhaald op 2 april 2020: ‘ik heb sinds drie weken corona’.
De reactie van eiseres hierop komt er op neer dat zij de handelwijze van gedaagde ‘onbehoorlijk en onbeschoft’ vindt.
In de brief van 7 mei 2020 heeft mr. K de executeur aansprakelijk gesteld voor zijn handelen en er op aangedrongen dat de executeur een verzoek tot zijn ontslag bij de kantonrechter indient.
Gedaagde heeft vervolgens mr. X van Nalatenschap Beheer ingeschakeld om de juridische gevolgen van het testament van vader uit 1972 te beoordelen en een juiste boedelverdeling op te stellen.
Mr. V heeft op 20 augustus 2020 zijn bevindingen aan gedaagde ter kennis gebracht.
De kantonrechter is op grond van voorgaande feiten en omstandigheden van oordeel dat de fout die de executeur heeft gemaakt bij het indienen van de aangifte erfbelasting geen tekortschieten in zijn zorgplicht op levert.
Het is voldoende gebleken dat de gevolgen van het testament van vader niet aanstond duidelijk waren, ook voor de ingeschakelde deskundigen niet.
Door direct een advocaat aan te zoeken en niet het gesprek aan te gaan met de executeur hebben eiseres en eiser bijgedragen aan de moeizame communicatie tussen hen en de executeur.
Het had daarbij op hun weg gelegen om de executeur eerst in de gelegenheid te stellen de fout te herstellen.
Nergens blijkt uit dat hij dit zou hebben geweigerd.
In plaats van navraag te doen bij de executeur over de onduidelijkheid ter zake de bedragen in de aangifte erfbelasting zijn meteen advocaatkosten gemaakt.
De conclusie hiervan is dat gedaagde niet aansprakelijk is voor de gestelde schade die is veroorzaakt door de onjuiste aangifte, die later is hersteld.
De vordering van eiseres en eiser tot vergoeding van € 1.440,25 aan advocaatkosten zal dan ook worden afgewezen.
Voor zover eiseres en eiser zich op het standpunt stellen de advocaatkosten moeten worden vergoed omdat sprake is van een onrechtmatige daad van gedaagde oordeelt de kantonrechter dat de vordering ook op deze grondslag moet worden afgewezen nu niet voldoende onderbouwd is gesteld dat gedaagde eiseres of eiser opzettelijk heeft willen benadelen.
Gedaagde heeft na aandringen door de gemachtigde van eiseres en eiser een ontslagverzoek ingediend bij de kantonrechter.
Het aan dat verzoek verbonden griffierecht van € 83,- dient, mede gelet op de opstelling van eiseres en eiser, die gericht op het ontslag van de executeur niet door gedaagde gedragen te worden, maar kan ten laste van de nalatenschap blijven.
De vordering met betrekking tot het vergoeden van het schadebedrag ter grootte van dat griffierecht wordt afgewezen.
Gelet op de onduidelijkheid die bestond over het testament was het niet onredelijk om een opdracht te geven aan mr. V om een en ander juridisch te duiden.
Gedaagde was op het moment van het verstrekken van die opdracht nog in functie en had als executeur geen toestemming van eiseres en eiser nodig om juridisch advies in te winnen.
De aan deze opdracht verbonden kosten van € 391,- hoeven niet door gedaagde vergoed te worden.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van eisers zal afwijzen.
De proceskosten komen voor rekening van eisers omdat zij ongelijk krijgen.
Gedaagde maakt aanspraak op vergoeding van de volledige proceskosten.
Daaromtrent overweegt de kantonrechter het volgende.
Een vordering tot veroordeling van de wederpartij in de volledige proceskosten is toewijsbaar in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen.
Daarvan is sprake als het verweer, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven.
Hiervan kan pas sprake zijn als de gedaagde zijn verweer baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden (HR 29 juni 2007, HR:2007:BA3516, NJ 2007/353).
Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen als hier bedoeld past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM.
De kantonrechter is van oordeel aan die hoge eis niet is voldaan en dat van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen in deze zaak geen sprake is.
Niet gezegd kan worden dat de vordering evident ongegrond is en voor het aannemen van onrechtmatig handelen is onvoldoende gesteld.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van gedaagde zal afwijzen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.