De Rechtbank Noord-Nederland heeft onlangs uitspraak gedaan over de wettelijke taken van de executeur.
Het gaat in deze zaak – kort gezegd – om de vraag of A nog een schuld had aan erflater die bij de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster betrokken dient te worden.
De wet geeft in artikel 4:228 lid 1 BW (de zogenaamde “gedwongen schuldtoerekening”) aan hoe dit dient te gebeuren.
De rechtbank zal in dit tussenvonnis nog niet inhoudelijk ingaan op deze vermeende schuld, maar eerst beslissingen nemen over enkele procedurele aspecten van de zaak.
De rechtbank zal in de eerste plaats partijen de gelegenheid geven zich uit te laten over bepaalde bedenkingen die de rechtbank heeft over de taak die de executeurs zich hebben toegeëigend.
Erfrecht. Bevoegdheid executeur. Taken van de executeur. Beheer. Betaling van de schulden van de nalatenschap. Verdeling van de nalatenschap. Gedwongen schuldtoerekening.
De rechter oordeelt als volgt.
De rechtbank heeft de indruk dat partijen in deze zaak uitgaan van verkeerde veronderstellingen met betrekking tot de taak van de door erflaatster benoemde executeurs.
De rechtbank zal dit uitleggen.
Erflaatster heeft gedaagden B en C in haar testament benoemd tot executeur als volgt;
“Ik benoem tot uitvoerders van mijn uiterste wilsbeschikkingen, beredderaars van mijn boedel, met het recht tot inbezitneming van mijn nalatenschap voor de tijd die voor afwikkeling daarvan nodig zal blijken te zijn, zowel tezamen als ieder van hen afzonderlijk, de heer B en de heer C, beiden voornoemd.”
De rechtbank leidt uit deze formulering af dat erflaatster beide executeurs alleen de taken heeft toebedeeld die genoemd worden in artikel 4:144 lid 1 BW.
Deze taken zijn het beheer van de nalatenschap en de betaling van de schulden van de nalatenschap.
Dit is ook bevestigd in de verklaring van erfrecht/executele die gedaagden als productie hebben overgelegd:
“Taak van de executeur
De executeurs hebben tot taak de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen die tijdens het beheer uit die goederen behoren te worden voldaan.”
De rechtbank constateert dat erflaatster beide executeurs niet tevens als afwikkelingsbewindvoerder (zie artikel 4:171 BW) heeft benoemd.
Had zij dat wel gedaan dan hadden B en C in de hoedanigheid van executeur-afwikkelingsbewindvoerder ook zorg moeten dragen voor de verdeling van de nalatenschap.
Nu zij dit niet heeft gedaan hebben B en C in hun hoedanigheid van executeur geen taak bij de verdeling.
De verdeling van de nalatenschap dient derhalve door de deelgenoten van de nalatenschap, dat zijn de erfgenamen van erflaatster, te geschieden.
Tot de verdeling van de nalatenschap behoort op grond van artikel 4:228 lid 1 BW de gedwongen toerekening van schulden van een erfgenaam aan erflater.
Dit betekent dat de vraag of A nog een schuld aan erflaatster had betrokken moet worden bij de verdeling van de nalatenschap door de erfgenamen.
Indien de erfgenamen hier geen overeenstemming over bereiken, kan het geschil aan de rechtbank worden voorgelegd.
Er is in ieder geval geen sprake van dat de erfgenamen bij meerderheid van stemmen kunnen beslissen of deze vermeende schuld bij de verdeling moet worden betrokken, zoals gedaagden lijken te suggereren.
De voorlopige conclusie van de rechtbank is dus dat bij de verdeling, en dus ook niet bij de beoordeling van de gegrondheid van de vordering van de nalatenschap op A geen taak voor de executeurs is weggelegd.
Dit zou betekenen dat A in zijn vordering voor zover deze gericht is tegen B en C in hun hoedanigheid van executeur niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Dit zou bovendien betekenen dat B en C in hun hoedanigheid van executeur de vorderingen onbevoegdelijk hebben ingesteld.
Ten overvloede overweegt de rechtbank dat zij uit de overgelegde stukken afleidt dat de executeurs hun taak hebben volbracht: de schulden van de nalatenschap, waaronder de door erflaatster toegekende legaten, zijn door executeurs voldaan.
Dit zou betekenen dat die taak van executeurs is beëindigd.
Hun taak tot beheer van de nalatenschap zou om deze reden ook kunnen worden beëindigd op de wijze die is aangegeven in artikel 4:150 lid 1 dan wel lid 2 BW.
De goederen van de nalatenschap zouden daarom ter beschikking van de erfgenamen kunnen worden gesteld, opdat zij tot verdeling kunnen overgaan.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.