Van onze advocaat executeur. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 3 april 2018 uitspraak gedaan over de vraag of de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend waren bij beneficiaire aanvaarding(artikel 4:202 lid 1 sub a BW)

In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.

Appellante was van 16 februari 1966 tot 15 augustus 1996 gehuwd met erflater (hierna: erflater). Het huwelijk is door echtscheiding ontbonden.

Appellante en erflater hebben op 23 juli 2008 een vaststellingsovereenkomst gesloten. Daarin is overeengekomen dat appellante recht heeft op een bruto maandpensioen van € 2.782,30 per 1 juli 2007. Dit bedrag is gebaseerd op het door Eurocontrol aan erflater gegarandeerd netto pensioen van € 5.539,- per maand.

Erflater is op 30 januari 2016 overleden. Hij heeft zijn nieuwe partner (hierna: nieuwe partner van erflater), met wie hij toen gehuwd was, in zijn testament aangewezen als enig erfgenaam.

Geïntimeerde is aangewezen als executeur van de nalatenschap. De nieuwe partner van erflater heeft de nalatenschap van erflater beneficiair aanvaard.

Appellante heeft tot en met januari 2016 maandelijks het overeengekomen pensioen ontvangen van (de rekening van) erflater.

De nieuwe partner van erflater heeft over de maanden februari, maart en april 2016 bedragen, gelijk aan het aan erflater gegarandeerde pensioen, ontvangen van Eurocontrol. Deze bedragen zijn niet gedeeltelijk doorbetaald aan appellante.

Zowel appellante als de nieuwe partner van erflater ontvangen vanaf 1 mei 2016 een nabestaandenpensioen van Eurocontrol.

De advocaat van appellante heeft in een brief van 9 mei 2016 aan geïntimeerde verzocht en gesommeerd om tot betaling aan appellante over te gaan van € 2.782,30 over de maanden februari, maart en april 2016 (in totaal € 8.346,90).

Ondanks sommatie is geïntimeerde niet overgegaan tot betaling van dit bedrag, waarop appellante hem in rechte heeft betrokken.

Appellante heeft geïntimeerde gedagvaard voor de rechtbank Limburg. Zij heeft gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: voor recht verklaart dat haar vordering in de nalatenschap valt; geïntimeerde veroordeelt tot betaling aan haar van € 8.346,90, te vermeerderen met de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten; subsidiair voor recht verklaart dat geïntimeerde zijn taak als executeur onbehoorlijk heeft vervuld, dan wel pro se onrechtmatig heeft gehandeld, met veroordeling van geïntimeerde tot vergoeding van de hierdoor geleden schade.

Geïntimeerde heeft verweer gevoerd.

De kantonrechter heeft in het vonnis waarvan beroep de vorderingen van appellante afgewezen. Appellante is veroordeeld tot betaling van de proceskosten van geïntimeerde.

Appellante heeft in hoger beroep drie grieven aangevoerd. De grieven richten zich tegen de oordelen van de kantonrechter dat de door Eurocontrol aan de nieuwe partner van erflater verrichte betalingen met betrekking tot de periode februari tot en met april 2016 niet in de nalatenschap van erflater zijn gevallen en dat niet is komen vast te staan dat geïntimeerde zijn taak als executeur onbehoorlijk heeft vervuld.

Erflater heeft executeur benoemd en de nalatenschap is beneficiair aanvaard. Zijn de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend? Bewijsopdracht. Onbehoorlijke taakvervulling executeur?

Het hof overweegt als volgt.

De nieuwe partner van erflater heeft de nalatenschap van erflater op 9 maart 2016 beneficiair aanvaard.

Dat betekent dat de nalatenschap op grond van artikel 4:195 lid 1 BW in beginsel moet worden vereffend overeenkomstig het bepaalde in boek 4, titel 6, afdeling 3 BW.

Op grond van artikel 4:202 lid 1 sub a BW behoeft de nalatenschap niet te worden vereffend volgens voormelde regels indien er een tot voldoening van de opeisbare schulden en legaten bevoegde executeur is en deze kan aantonen dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden van de nalatenschap te voldoen.

Volgens appellante is het saldo van de nalatenschap positief, zij vermoedt dat sprake is van een saldo van € 70.000,-.

Geïntimeerde heeft dit weersproken, volgens hem is het saldo van de nalatenschap (zwaar) negatief. Hij is onlangs bekend geworden met een aanslag van de Belastingdienst voor de inkomstenbelasting over het jaar 2016 van ongeveer € 90.000,-.

Als de nalatenschap negatief zou zijn, zoals geïntimeerde aanvoert, dan betekent dat dat hij niet meer kan voldoen aan de voorwaarde van artikel 4:202 lid 1 sub a BW, zodat de nalatenschap moet worden vereffend volgens de wet.

Daarmee zou de taak van geïntimeerde als executeur op grond van artikel 4:149 lid 1 sub d BW zijn geëindigd en zou de nieuwe partner van erflater als erfgenaam op grond van artikel 4:195 lid 1 BW vereffenaar zijn.

Het saldo van de nalatenschap is derhalve bepalend voor de uitkomst van deze procedure.

Het hof stelt geïntimeerde, overeenkomstig zijn aanbod, in de gelegenheid om zich nader uit te laten over het saldo van de nalatenschap aan de hand van een definitieve boedelbeschrijving, waarvan hij tijdens de zitting in hoger beroep heeft gezegd dat deze door een notaris wordt opgemaakt in verband met de hiervoor genoemde aanslag van de Belastingdienst.

Het hof zal de zaak verwijzen naar de rol van 3 juli 2018 voor akte aan de zijde van geïntimeerde .

Geïntimeerde dient dan de boedelbeschrijving met onderliggende stukken en voorzien van zijn toelichting daarop in het geding te brengen.

Appellante zal vervolgens in de gelegenheid worden gesteld om bij akte hierop te reageren.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de taken en bevoegdheden van een executeur, over zuivere of beneficiaire aanvaarding van een erfenis of over het ontslag van een executeur, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.