De Rechtbank Amsterdam heeft op 22 maart 2022 uitspraak gedaan over de vraag of de executeur opnieuw rekening en verantwoording diende af te leggen over het door hem gevoerde beheer.
Eiser is samen met zijn broer erfgenaam van zijn moeder, de erflaatster.
De erflaatster is overleden op 2 november 2016.
De nalatenschap bestond onder andere uit een appartement, banktegoeden en sieraden.
Gedaagde heeft als executeur opgetreden in de nalatenschap van de erflaatster.
De vraag die voorligt is of gedaagde als executeur op juiste wijze rekening en verantwoording heeft afgelegd omtrent de afwikkeling van de nalatenschap van de erflaatster.
Erfrecht. Executele. Opnieuw afleggen van rekening- en verantwoording door de executeur? Opmaken boedelbeschrijving. Bekwame spoed.
De rechter oordeelt als volgt.
Op grond van artikel 4:151 BW dient de executeur rekening en verantwoording af te leggen aan de degene die na hem tot het beheer van de nalatenschap bevoegd is op de wijze als voor bewindvoerders is bepaald.
Na het eindigen van de taak van de executeur zijn de erfgenamen tot beheer bevoegd wat betekent dat de executeur rekening en verantwoording moet afleggen aan de erfgenamen.
Artikel 4:151 BW bepaalt niet wat er in de rekening en verantwoording dient te worden opgenomen.
De kantonrechter dient derhalve op grond van alle omstandigheden van het geval te bepalen of de rekening en verantwoording die is afgelegd voldoende is.
Gedaagde heeft aangevoerd dat ze eind 2017 al rekening en verantwoording heeft afgelegd, en dat de twee erfgenamen destijds hun akkoord hebben gegeven.
Eiser stelt dat er na de rekening en verantwoording eind 2017 ruis is ontstaan en dat hij vraagtekens plaatst bij de daadwerkelijke afronding van het beheer.
De kantonrechter stelt voorop dat de rechthebbende na het einde van het bewind nogmaals over dezelfde tijdsruimte rekening en verantwoording kan vragen, voor zover dit niet onredelijk is.
Als er onduidelijkheid bestaat kan hier een tweede keer om worden gevraagd; een eventueel ‘voor accoord’ verklaring doet daar niet aan af.
De kantonrechter is van oordeel dat gedaagde opnieuw rekening en verantwoording aan eiser dient af te leggen, en heeft daartoe het volgende overwogen.
Een executeur heeft op grond van artikel 4:144 BW tot taak de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen, die tijdens het beheer uit die goederen behoren te worden voldaan.
Een executeur heeft derhalve bij de uitoefening van zijn taken niet alleen bevoegdheden, maar ook verplichtingen, in het bijzonder de in artikel 4:146, tweede lid, BW neergelegde plicht om met bekwame spoed een boedelbeschrijving op te stellen en op grond van artikel 4:148 BW aan een erfgenaam alle door deze gewenste inlichtingen omtrent de uitoefening van zijn taak te geven.
A heeft namens gedaagde aangevoerd dat zij in haar rekening en verantwoording een beschrijving heeft gemaakt van de boedel zoals zij die heeft aangetroffen.
Dat is niet juist; zo is vermeld dat er een bedrag is aan ‘verkoopopbrengst pand’ terwijl het desbetreffende appartement eerst na het overlijden van erflaatster is verkocht.
Daarnaast is het zo dat er ruim een jaar zit tussen het overlijden van de erflaatster (2 november 2016) en de rekening en verantwoording (13 december 2017).
Indien aansluiting wordt gezocht bij wat in het bepaalde van artikel 4:146 lid 2 BW, waarin de term “bekwame spoed” is opgenomen en doorgaans in testamenten een termijn van 4-6 maanden na openvallen van de nalatenschap wordt gehanteerd, komt de kantonrechter tot de conclusie dat gedaagde op 13 december 2017 met het toen verstreken jaar na overlijden van de erflaatster niet heeft voldaan aan het met bekwame spoed opstellen van een boedelbeschrijving.
Dit heeft ertoe geleid dat er onduidelijkheid is ontstaan bij de erven over wat er nu precies door gedaagde is aangetroffen in de boedel.
De conclusie is dat er voldoende onduidelijkheid is ontstaan over de afwikkeling van de nalatenschap van de erflaatster.
De kantonrechter acht het niet onredelijk dat gedaagde opnieuw rekening en verantwoording aflegt.
Omdat eiser ter zitting heeft toegelicht dat de aangifte erfbelasting ook nog kan worden overgelegd, wordt gedaagde ook tot overlegging hiervan veroordeeld.
Zoals reeds overwogen wordt gedaagde ook veroordeeld tot overlegging van de bankafschriften van de ING-rekening.
De op nakoming van deze verplichtingen gevorderde dwangsom zal worden toegewezen, met dien verstande dat deze zal worden gemaximeerd als na te melden.
Gedaagde zal binnen een termijn van 30 dagen na betekening van dit vonnis moeten voldoen aan de veroordeling.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het afleggen van rekening en verantwoording in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.