Van onze advocaat executeur. Het Gerechtshof Den Haag heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de vraag of de executeur was tekort geschoten in de zorg van een goed executeur. Was sprake van een onrechtmatige daad van de executeur?

Geïntimeerden stellen dat appellante onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld doordat zij van een bedrag van € 84.000,- aan kluisgeld, dat zij in haar hoedanigheid van executeur onder zich had, niet afdoende heeft kunnen verklaren waar dit geld is gebleven.

Geïntimeerden verbinden daaraan klaarblijkelijk de conclusie dat appellante bedragen naar haar privérekening heeft weggesluisd en zich deze heeft toegeëigend.

Ter onderbouwing daarvan wijzen geïntimeerden op de navolgende omstandigheden.

Het door appellante jegens hen gestelde onrechtmatig handelen bestaat uit: (i) het openen van de kluis buiten aanwezigheid van een getuige, (ii) het vermelden van steeds andere bedragen ter zake het kluisgeld en (iii) het via onoverzichtelijke constructies storten van kluisgelden op de boedelrekening, terwijl niet is na te gaan of dit inderdaad kluisgelden betreft en wat het volledige kluisbedrag was.

Hierdoor hebben geïntimeerden schade geleden tot het bedrag van € 84.000,-. Appellante dient deze schade aan geïntimeerden te vergoeden.

De executeur als appellant stelt zich op het standpunt dat zij de kluisgelden – daarin begrepen het voormelde bedrag van € 84.000,- – volledig heeft aangewend om schulden van de nalatenschap te betalen en voor het overige in tranches aan geïntimeerden, al dan niet in contanten, heeft uitgekeerd.

Zij verwijst ter onderbouwing naar haar akte bewijslevering van 30 maart 2016 met bijlagen waarin zij onder meer rekening en verantwoording heeft afgelegd over het kluisgeld van in totaal € 134.000,-, welke rekening en verantwoording is ondertekend door geïntimeerden.

Bovendien hebben zij ter zitting van 2 september 2014 erkend veel cash geld van appellante te hebben ontvangen.

Ook hebben zij toen erkend dat het overzicht van de kluis zoals overgelegd bij productie 3 bij de dagvaarding, klopt.

Onrechtmatige daad van de executeur? Tekort schieten in de zorg van een goed executeur?

Het hof overweegt als volgt.

De executeur die tekort schiet in de zorg van een goed executeur, tenzij die tekortkoming hem niet kan worden aangerekend, is aansprakelijk jegens de rechthebbenden die als gevolg daarvan zijn benadeeld.

Geïntimeerden baseren die aansprakelijkheid op onrechtmatige daad.

Zij vorderen immers een verklaring voor recht dat appellante op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk is en gehouden is de door geïntimeerden geleden schade te vergoeden.

Het is dan aan hen aan te geven waaruit de geschonden norm (de onrechtmatigheid), de causaliteit en schade bestaat.

Het hof zal hierna de stellingen van geïntimeerden en het verweer van appellante tegen haar eventuele aansprakelijkheid ter zake bespreken.

Naar het oordeel van het hof heeft appellante genoegzaam uiteengezet hoe de kluisgelden van in totaal € 134.000,- zijn besteed.

Het hof neemt hierbij in aanmerking dat geïntimeerden op de door appellante opgestelde kluisoverzichten per 29 mei 2012 en per 12 februari 2013 hebben getekend voor de mutaties in de kluisgelden, die op 12 februari 2013 uiteindelijk sluiten op nihil (€ 0,-).

Het hof acht de verklaring van geïntimeerden, dat de ondertekening slechts betekende ‘voor gezien’ en niet: ‘voor akkoord/ontvangst’ onaannemelijk, aangezien het in dat geval gebruikelijk is de woorden ‘voor gezien’ expliciet bij de handtekening te vermelden, hetgeen in casu niet is gebeurd.

Het hof neemt hierbij in aanmerking dat appellante en geïntimeerden – zoals uit de stukken blijkt – ter zake de nalatenschap destijds steeds in nauw overleg en in een goede verstandhouding met elkaar hebben gehandeld.

Zoals appellante voorts terecht stelt, hebben geïntimeerden tijdens de comparitie van 2 september 2014 verklaard dat het overzicht van de kluis(gelden) dat is overgelegd, klopt.

Het hof stelt vast dat bedoelde productie identiek is aan het door geïntimeerden ondertekende kluisoverzicht van 12 februari 2013.

Daarnaast hebben geïntimeerden tijdens voormelde comparitie verklaard dat zij in tranches veel cashgeld van appellante vanwege de nalatenschap hebben ontvangen, alsmede dat het wel zou kunnen dat zij op 12 februari 2013 van de resterende € 33.000,- aan kluisgeld elk € 16.500,- hebben gekregen. In hun memorie van antwoord erkennen geïntimeerden dat zij ieder een bedrag van € 16.500,- hebben ontvangen en dat zij voor de ontvangst daarvan hebben getekend.

Uit het vorenstaande volgt naar het oordeel van het hof dat geïntimeerden wel degelijk op de hoogte waren van de besteding van de kluisgelden en daaraan ook hun goedkeuring hebben verleend, alsmede dat zij tot een bedrag van € 64.0000,- aan kluisgelden hebben ontvangen, zoals is af te leiden uit de door hen ondertekende rekening en verantwoording van appellante ter zake.

Daarom is niet komen vast te staan dat appellante jegens geïntimeerden onrechtmatig heeft gehandeld, ten gevolge waarvan geïntimeerden schade hebben geleden.

Het hof merkt daarbij op dat de stelling, dat appellante zich kennelijk boedelgelden heeft toegeëigend, onvoldoende is om tot de conclusie te komen dat dit zou zijn gebeurd.

Van het door geïntimeerden gestelde ‘gat van € 84.000,-‘ veroorzaakt door enig onrechtmatig handelen van appellante is op geen enkele wijze gebleken.

Hetgeen geïntimeerden ter zake verder hebben aangevoerd, behoeft geen nadere bespreking nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden. Het hof gaat voorbij aan het bewijsaanbod van geïntimeerden, reeds omdat dit niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het afleggen van rekening en verantwoording door de executeur of over het ontslag van een executeur, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.