Van onze advocaat executeur. De Rechtbank Midden-Nederland heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over een voorwaardelijke verdeling door de rechter bij een beschermingsbewind.

Executeur en bewindvoerder. Beschermingsbewind. Tegenstrijdig belang? Rekening en verantwoording. Voorwaardelijke verdeling door de rechter.

De rechter oordeelt als volgt.

Het is niet de taak van de rechtbank om te berekenen wat de actuele omvang van de vorderingen op gedaagde en eiser is. De rechtbank zal daarom – bij gebreke van gegevens over de omvang van de exacte bedragen die gedaagde en eiser aan de nalatenschap zijn verschuldigd – niet zoals beide partijen (primair) hebben gevorderd de verdeling van de nalatenschap zelf vaststellen.

Wel zal de rechtbank (zoals door eiser subsidiair in conventie gevorderd) voorwaardelijk de wijze van verdeling gelasten.

Voorwaardelijk omdat de afwikkeling van de nalatenschap nog niet is voltooid.

Uitgangspunt van de wet is immers dat de erfgenamen (in dit geval eiser en gedaagde) eerst tot verdeling kunnen overgaan indien alle schulden van de nalatenschap zoals bedoeld in artikel 4:7 BW zijn voldaan.

Voor de rechtbank is niet duidelijk of de schuld aan de belastingdienst (inkomstenbelasting) (artikel 4:7 lid 1 sub a, BW) en daarnaast of de erfbelasting (artikel 4:7 lid 1 sub e BW) door gedaagde als executeur uit de goederen van de nalatenschap is voldaan (art. 4:144 lid 1 BW) is voldaan.

Daarnaast dien uit de nalatenschap het legaat aan de broer te worden voldaan (artikel 4:7 lid 1 sub h).

Uit de rangorderegeling van artikel 4:7 lid 2 BW volgt dat (i) eerst de schuld aan de belastingdienst dient te worden voldaan, dan (ii) de erfbelasting en eerst daarna (iii) de schuld uit het legaat.

Ten aanzien van het legaat is van belang dat de rechthebbende daarop (de broer) – zo blijkt ook uit de brief van 26 juni 2012 van de gemachtigde van gedaagde – het syndroom van Down heeft en dat gedaagde bewindvoerder is van de broer.

Dit betreft dan kennelijk een beschermingsbewind ten behoeve van een meerderjarige (titel 1.19 BW), zodat gedaagde het beheer heeft over de goederen van de broer (artikel 1:438 en 1:431 lid 1 BW).

Gedaagde is verder testamentair bewindvoerder over hetgeen de broer uit de nalatenschap van erflaatster heeft verkregen, te weten een vordering (legaat) op de nalatenschap ter waarde van zijn erfdeel bij versterf.

Niet gebleken is dat het testamentaire bewind over dit legaat van de broer is opgeheven, zoals dat ten aanzien van de erfdelen van eiser wel is gebeurd.

De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat op de vordering (legaat) van de broer op de nalatenschap van erflaatster nog steeds een testamentair bewind rust met de broer als bewindvoerder.

Dit betekent dat gedaagde het beheer heeft over de goederen van de broer (artikel 4:166 BW), waaronder dus ook de vordering van de broer (uit hoofde van het legaat) op de nalatenschap van erflaatster, terwijl anderzijds gedaagde als erfgenaam voor de helft gerechtigd is tot het nog onverdeelde vermogen van de nalatenschap waaruit deze vordering van de broer dient te worden voldaan door gedaagde in zijn hoedanigheid van executeur.

In zoverre is sprake van tegenstrijdige belangen tussen die van gedaagde zelf enerzijds en die van gedaagde in zijn hoedanigheid van testamentair bewindvoerder en executeur anderzijds.

Of gedaagde onder deze omstandigheden (testamentair) bewindvoerder en/of executeur dient te blijven, valt buiten het bestek van deze procedure.

Wel is van belang dat gedaagde (over de wijze waarop hij het bewind voert, zoals de inning van de vordering van de broer (het legaat)) te zijner tijd rekening en verantwoording zal dienen af te leggen aan de kantonrechter op de voet van artikel 4:161 lid 2 BW nu aannemelijk is dat de broer niet zelf in staat is om de rekening op te nemen.

Overigens geldt hetzelfde indien het testamentair bewind ten aanzien van de broer inmiddels wel is geëindigd.

Dan valt het uit de nalatenschap van erflaatster verkregen vermogen van de broer onder het algemene beschermingsbewind van titel 1.19 BW zoals dat over de goederen van de broer is ingesteld.

In dat geval komt gedaagde ook het beheer daarover toe (artikel 1:438 lid 1 BW) en dient gedaagde ook te zijner tijd rekening en verantwoording af te leggen aan de kantonrechter (artikel 4:445 lid 2 BW).

In het kader van de executele geldt overigens hetzelfde voor gedaagde als executeur: de executeur komt het beheer van de nalatenschap toe (artikel 4:145) en is verplicht tot afleggen van rekening en verantwoording (artikel 4:151 in verbinding met artikel 4:161 BW).

Naar het zich laat aanzien geldt – gelet op de hiervoor omschreven samenstelling van de nalatenschap van erflaatster – dat (na voldoening van de schulden van de nalatenschap) het netto aandeel van eiser in de nalatenschap groter is dan hetgeen hij nog aan de nalatenschap is verschuldigd (artikel 4:228 lid 1 BW).

Dit geldt niet voor gedaagde. Zijn totale schuld (inclusief rente) aan de nalatenschap zal aanzienlijk groter zijn dan zijn netto aandeel in die nalatenschap.

Gelet op deze belangen van zowel eiser als de broer tegenover die van gedaagde (die tevens nog de hoedanigheden heeft van executeur van de nalatenschap en (testamentair) bewindvoerder over de goederen van de broer), acht de rechtbank het geboden om, zoals eiser ook subsidiair heeft gevorderd, om op de voet van artikel 677 lid 1 en 2 (in verbinding met artikel 3:181 BW) een notaris te benoemen ten overstaan van wie de verdere afwikkeling van de nalatenschap zal dienen plaats te hebben en tevens een onzijdig persoon te benoemen, waarbij die laatste – in geval gedaagde niet wenst mee te werken – hem daarbij vertegenwoordigt en zijn belangen naar eigen beste inzicht zal behartigen. De kosten van deze onzijdige persoon komen uitsluitend ten laste van gedaagde (artikel 3:181 lid 3 BW).

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de taken en bevoegdheden van een executeur of bewindvoerder, over het afleggen van rekening en verantwoording of over de verdeling van een erfenis door de rechter, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.