Van onze advocaat executeur. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de vraag of de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend waren om de schulden van de nalatenschap, bij een beneficiaire aanvaarding, te kunnen voldoen.
Erflater is op 30 januari 2016 overleden. Hij heeft zijn partner, met wie hij toen gehuwd was, in zijn testament aangewezen als enig erfgenaam.
Geïntimeerde is aangewezen als executeur van de nalatenschap.
De partner van erflater heeft de nalatenschap van erflater beneficiair aanvaard.
Executeur. Beneficiaire aanvaarding. Vereffening. Zijn de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend ter voldoening van de schulden? Boedelbeschrijving.
De rechter oordeelt als volgt.
De partner van erflater heeft de nalatenschap van erflater op 9 maart 2016 beneficiair aanvaard.
Dat betekent dat de nalatenschap op grond van artikel 4:195 lid 1 BW in beginsel moet worden vereffend overeenkomstig het bepaalde in boek 4, titel 6, afdeling 3 BW.
Op grond van artikel 4:202 lid 1 sub a BW behoeft de nalatenschap niet te worden vereffend volgens voormelde regels indien er een tot voldoening van de opeisbare schulden en legaten bevoegde executeur is en deze kan aantonen dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden van de nalatenschap te voldoen.
Volgens appellante is het saldo van de nalatenschap positief, zij vermoedt dat sprake is van een saldo van € 70.000,-.
De executeur heeft dit weersproken, volgens hem is het saldo van de nalatenschap (zwaar) negatief. Hij is onlangs bekend geworden met een aanslag van de Belastingdienst voor de inkomstenbelasting over het jaar 2016 van ongeveer € 90.000,-.
Als de nalatenschap negatief zou zijn, zoals de executeur aanvoert, dan betekent dat dat hij niet meer kan voldoen aan de voorwaarde van artikel 4:202 lid 1 sub a BW, zodat de nalatenschap moet worden vereffend volgens de wet.
Daarmee zou de taak van geïntimeerde als executeur op grond van artikel 4:149 lid 1 sub d BW zijn geëindigd en zou de partner van erflater als erfgenaam op grond van artikel 4:195 lid 1 BW vereffenaar zijn. Het saldo van de nalatenschap is derhalve bepalend voor de uitkomst van deze procedure.
Het hof stelt geïntimeerde als executeur, overeenkomstig zijn aanbod, in de gelegenheid om zich nader uit te laten over het saldo van de nalatenschap aan de hand van een definitieve boedelbeschrijving, waarvan hij tijdens de zitting in hoger beroep heeft gezegd dat deze door een notaris wordt opgemaakt in verband met de hiervoor genoemde aanslag van de Belastingdienst.
Het hof zal de zaak verwijzen naar de rol van 3 juli 2018 voor akte aan de zijde van de executeur.
Geïntimeerde als executeur dient dan de boedelbeschrijving met onderliggende stukken en voorzien van zijn toelichting daarop in het geding te brengen.
Appellante zal vervolgens in de gelegenheid worden gesteld om bij akte hierop te reageren.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over de schulden van de nalatenschap of over zuivere of beneficiaire aanvaarding, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.