De Rechtbank Rotterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over het toetsingskader voor de benoeming van een vereffenaar.

Deze zaak gaat over een verzoek tot de benoeming van een vereffenaar op verzoek van een voormalig bewindvoerder.

Erfrecht. Vereffening. Bewind. Benoeming van een vereffenaar. Toetsingskader. Beneficiaire aanvaarding? Aanvulling van rechtsgronden. Belanghebbende.

De rechter oordeelt als volgt.

De overledene heeft volgens het uittreksel uit het Centraal Testamentenregister geen testament opgemaakt, zodat op grond van de regels die in de wet staan beoordeeld moet worden wie de erfgenamen zijn.

Omdat de overledene toen hij overleed niet was getrouwd of geregistreerd als partner en ook geen kinderen heeft achtergelaten, zijn de ouders van de overledene samen met zijn broers en zussen de erfgenamen van de overledene (artikel 4:10 lid 1 onder b BW).

De ouders van de overledene zijn al overleden, zodat zijn broer en zussen de erfgenamen van de overledene zijn.

Dit zijn de belanghebbenden.

Aanvulling grondslag

Verzoekster heeft artikel 4:203 lid 1 onder b BW aan haar verzoek ten grondslag gelegd en gesteld dat belanghebbenden de nalatenschap van de overledene beneficiair hebben aanvaard.

Uit het boedelregister volgt echter niet dat de nalatenschap door belanghebbenden beneficiair is aanvaard.

De rechtbank zal daarom de rechtsgronden aanvullen (artikel 25 Rv) en beoordelen of is voldaan aan de voorwaarden van artikel 4:204 lid 1 onder a BW.

Dat artikel ziet op de benoeming van een vereffenaar als een nalatenschap niet beneficiair is aanvaard.

Toetsingskader

De rechtbank kan, als een nalatenschap niet onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard door een erfgenaam, op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie een vereffenaar benoemen, wanneer er geen erfgenamen zijn, wanneer het niet bekend is of er erfgenamen zijn, of wanneer de nalatenschap niet door een executeur wordt beheerd en de erfgenamen die bekend zijn haar geheel of ten dele onbeheerd laten (artikel 4:204 lid 1 onder a BW).

Verzoekster is belanghebbende

Verzoekster heeft voldoende onderbouwd dat zij belanghebbende is bij dit verzoek.

Verzoekster is de voormalig bewindvoerder van de overledene.

Zij heeft het vermogen voor de overledene beheerd tot zijn overlijden.

Het bewind over de goederen van de overleden is door het overlijden van de overledene weliswaar beëindigd, maar verzoekster heeft na het overlijden nog wel verplichtingen.

Verzoekster blijft op grond van artikel 1:448 lid 3 BW verplicht om al datgene te doen, wat niet zonder nadeel van rechthebbende kan worden uitgesteld, totdat degene die na hem tot het beheer van de goederen bevoegd is, dit heeft aanvaard.

Daarnaast moet verzoekster als bewindvoerder ook rekening en verantwoording afleggen aan de eventuele erfgenamen van de overledene aan het einde van het bewind (artikel 1:445 lid 1 BW).

De nalatenschap wordt niet door een executeur beheerd en wordt onbeheerd gelaten door de bekende erfgenamen

De nalatenschap van de overledene wordt niet door een executeur beheerd.

Ook wordt de nalatenschap door de erfgenamen onbeheerd gelaten.

Volgens verzoekster zijn de verhoudingen tussen belanghebbenden ernstig verstoord en wensen belanghebbenden enig contact met andere belanghebbende te vermijden.

Uit de instemming van belanghebbenden met onderhavig verzoek begrijpt de rechtbank dat zij dit standpunt delen.

De rechtbank gaat er ook vanuit dat overige belanghebbende het ermee eens is dat de erfgenamen gezamenlijk het beheer niet op zich kunnen nemen, aangezien zij niet heeft laten weten verweer te willen voeren.

Nu contact tussen de erfgenamen niet mogelijk is en zij samen de nalatenschap niet in beheer hebben genomen of willen nemen, is ook voldaan aan de andere voorwaarde om een vereffenaar te benoemen.

Er is een belang

Verzoekster heeft ook voldoende toegelicht dat zij er een belang bij heeft als een vereffenaar wordt benoemd, omdat de erfgenamen gezamenlijk het beheer van de nalatenschap niet op zich nemen.

Geen zitting

Het verzoek is gelet op het voorgaande voor toewijzing vatbaar.

Op grond van artikel 4:206 lid 1 BW moet de rechtbank echter, voor zover zij bestaan en bekend zijn, de erfgenamen van de overledene, de executeur en de boedelnotaris horen voordat zij beslist op het verzoek om een vereffenaar te benoemen.

Belanghebbenden hebben reeds ingestemd met het verzoek, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat zij geen prijs stellen op een zitting.

De rechtbank heeft bij brief van 18 juni 2025 aan overige belanghebbende gevraagd of zij verweer wil voeren en in deze brief vermeld dat de zaak schriftelijk zal worden afgedaan als zij niet reageert.

Belanghebbende heeft vervolgens niet gereageerd, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat zij geen verweer wil voeren.

Gelet hierop en omdat verzoekster afziet van een mondelinge behandeling, heeft de rechtbank besloten om zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.