De Rechtbank Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over de bevoegdheid van de rechter bij de benoeming van een vereffenaar op grond van de Erf-Vo.
Het verzoek strekt tot het benoemen van een vereffenaar op grond van artikel 4:204 lid 1, aanhef en onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW) van de nalatenschap van erflater.
Erfrecht. Procesrecht. IPR. Erf-Vo. Bevoegdheid rechter. Benoeming van een vereffenaar. Laatste woonplaats van erflater. Rechtskeuze. Aanknopingspunten voor rechtsmacht.
De rechter oordeelt als volgt.
Omdat de laatste gewone verblijfplaats van erflater in Duitsland was en hij de Duitse nationaliteit had, heeft de zaak een internationaal karakter.
De eerste vraag die de rechtbank daarom moet beantwoorden is de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
Verdragen en EU-verordeningen hebben voorrang op het nationale recht (artikel 1 Rv).
De nalatenschap van erflater is op of na 17 augustus 2015 opengevallen.
Daarom moet de Nederlandse rechter haar bevoegdheid beoordelen aan de hand van de bepalingen van de Erfrechtverordening.
Het uitgangspunt is dat de gerechten van het land waar erflater zijn laatste gewone verblijfplaats had bevoegd zijn om een uitspraak te doen over de erfopvolging in het geheel (artikel 4 van de Erfrechtverordening).
Dit kan anders zijn als erflater een rechtskeuze heeft gemaakt.
Niet is gesteld, en dat is ook niet gebleken, dat erflater in het Duitse testament een rechtskeuze voor het Nederlandse recht heeft gemaakt.
Ook anderszins biedt de inhoud van het verzoekschrift en het verhandelde op de mondelinge behandeling geen aanknopingspunt waaraan de Nederlandse rechter op grond van de Erfrechtverordening haar rechtsmacht kan ontlenen.
De rechtbank zal zich dan ook in internationale zin onbevoegd verklaren.
De rechtbank wijst nog op het volgende.
Alhoewel er sprake lijkt te zijn van een onbeheerde nalatenschap, is het in ieder geval geen Nederlandse onbeheerde nalatenschap die met toepassing van het Nederlandse recht verder kan worden vereffend en afgewikkeld.
Uit de processtukken blijkt immers – en dat heeft de advocaat van verzoeker op de mondelinge behandeling ook nogmaals bevestigd – dat Duits recht van toepassing is op de nalatenschap.
Als een schuldeiser van de nalatenschap wil dat de nalatenschap verder wordt vereffend en afgewikkeld, moet zij (laten) nagaan of, en zo ja, welke, maatregel(en) de in Duitsland bevoegde rechter kan treffen om dat te bereiken.
Voor verzoeker, althans Het Rijksvastgoedbedrijf, is daarin geen rol weggelegd, met name omdat zij geen schuldeiser van de nalatenschap is.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.