De Rechtbank Noord-Holland heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een executeur-testamentair persoonlijk (in privé) aansprakelijk was voor de gemaakte uitvaartkosten.

Eiser en gedaagde zijn op 5 augustus 2021 een overeenkomst van opdracht aangegaan die zag op het verzorgen van de uitvaart van de moeder van gedaagde op 10 augustus 2021.

Eiser handelde hierbij in uitoefening van beroep of bedrijf en gedaagde geldt als consument.

Op 16 september 2021 heeft eiser de factuur van de uitvaart naar gedaagde verzonden.

Gedaagde voert verweer.

Hij betwist niet dat een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen.

Echter, hij stelt dat hij contracteerde in zijn hoedanigheid als executeur testamentair, en niet als privépersoon.

Erfrecht. Executele. Uitvaart. Contractenrecht. Consumentenrecht. Overeenkomst van opdracht. Is de executeur testamentair persoonlijk aansprakelijk voor de uitvaartkosten?

De rechter oordeelt als volgt.

Op verzoek van gedaagde heeft een medewerker van eiser hem op 5 augustus 2021 bezocht om de uitvaart te organiseren.

Dit bezoek vond plaats in het zorgcentrum waar de moeder van gedaagde eerst woonde.

Aangezien hiermee sprake is van een overeenkomst gesloten buiten de verkoopruimte tussen een handelaar en een consument, dient de kantonrechter eerst na te gaan of de wijze van contracteren voldoet aan consumentenrechtelijke eisen.

Het is van belang dat een consument inzicht in en duidelijkheid heeft over de kosten die gepaard gaan met de diensten die hij afneemt.

Dit betreft essentiële informatie van een overeenkomst.

De wet vereist dat de handelaar voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst de totale prijs van de dienst aan de consument mededeelt (artikel 6:230m lid 1 onderdeel e BW).

Dit moet de handelaar bij een overeenkomst buiten de handelsruimte doen op papier, of een andere duurzame drager indien de consument daarmee instemt (artikel 6:230t lid 1 BW).

Eiser stelt onweersproken dat tijdens het gesprek op 5 augustus 2021 de kosten van de uitvaart besproken zijn.

Ook heeft eiser een begroting overlegd waarin alle kosten opgenomen zijn, alsmede de manier waarop enkele kostenposten worden berekend die afhankelijk waren van verbruik op de dag van de uitvaart.

Echter, het is niet duidelijk of deze begroting ook voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst op papier aan gedaagde is verstrekt.

Eiser lijkt te erkennen dat de begroting is opgestuurd na het ondertekenen van de overeenkomst.

Deze conclusie wordt gesteund door het gegeven dat de overeenkomst wel maar de begroting, blijkens de lege ondertekeningsruimte, niet is ondertekend.

Schending van het voldoen aan de essentiële informatieplichten geldt als een oneerlijke handelspraktijk, en kent als sanctie vernietiging of gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst.

Gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst kan bestaan in een vermindering van de betalingsverplichting van de consument.

Het niet verstrekken van de begroting voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst vindt de kantonrechter een voldoende ernstige schending om tot een vermindering van de betalingsverplichting te oordelen.

In het licht dat onweersproken is gesteld dat de kosten van de uitvaart in het gesprek aan bod zijn gekomen, en de kantonrechter van oordeel is dat er geen andere schendingen zijn van de consumentrechtelijke bepalingen, vermindert hij de betalingsverplichting van de hoofdsom met 25%.

De kantonrechter volgt hierin de Richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten.

Totstandkoming overeenkomst

De kantonrechter moet vervolgens beoordelen of er een overeenkomst tussen eiser en gedaagde als privépersoon tot stand is gekomen.

Tussen partijen staat vast dat gedaagde op 5 augustus 2021 heeft gecontracteerd.

Gedaagde stelt echter dat hij dit deed namens de erfgenamen, aangezien hij als executeur testamentair was aangesteld van de nalatenschap van zijn overleden moeder.

Indien gedaagde bedoeld heeft om de overeenkomst in naam van de erfgenamen aan te gaan, geldt dat hij dat aan eiser moet hebben medegedeeld.

Het is aan gedaagde om te onderbouwen dat hij dit heeft medegedeeld, maar dat heeft hij niet gedaan.

Het verweer van gedaagde slaagt dus niet.

Uit artikel 3:67 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW) volgt in dat geval dat gedaagde geacht wordt de overeenkomst namens zichzelf te hebben aangegaan.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.