De Rechtbank Limburg heeft onlangs uitspraak gedaan over het procederen door de executeur bij een processueel ondeelbare rechtsverhouding.

In 2025 is erflaatster overleden.

Bij testament van 25 februari 2014 heeft erflaatster over haar nalatenschap beschikt.

Zij heeft eiser tot executeur benoemd en zij heeft eiser en haar pleegzoon tot haar enige erfgenamen benoemd.

Erfrecht. Executele. Procesrecht. Procederen in hoedanigheid door de executeur. Kort geding. Ontvankelijkheid. Processueel ondeelbare rechtsverhouding.

De rechter oordeelt als volgt.

Op grond van artikel 4:144 BW beheert de executeur de goederen van de nalatenschap.

Deze benoeming als executeur heeft krachtens artikel 4:145 lid 1 BW privatieve werking.

Dat wil zeggen dat de executeur met uitsluiting van de erfgenamen bevoegd is tot het beheer van de nalatenschap, tenzij hij aan beschikking over goederen door de erfgenamen zijn medewerking verleent.

In artikel 4:145 lid 2 BW is bepaald dat de executeur gedurende zijn beheer bij de vervulling van zijn taak de erfgenamen in en buiten rechte vertegenwoordigt.

Dit houdt in dat indien er een bevoegde executeur is, een erfgenaam niet bevoegd is zelfstandig in rechte op te treden.

Eiser heeft in de dagvaarding gesteld dat hij de beschikking dient te hebben over alle gegevens met betrekking tot de nalatenschap (waaronder de volledige administratie en alle roerende zaken), omdat de nalatenschap zonder deze gegevens niet (verder) kan worden afgewikkeld.

De vorderingen van eiser sluiten hierop aan.

De voorzieningenrechter begrijpt dat eiser hiermee beoogt dat hij met die gegevens een inventarisatie wil maken, waarna een boedelbeschrijving kan worden opgesteld.

In die zin treedt eiser feitelijk op als executeur.

Gelet hierop had eiser deze kortgedingprocedure in zijn hoedanigheid van executeur moeten entameren, hetgeen hij niet heeft gedaan.

Indien eiser niet als executeur procedeert, procedeert hij voor zichzelf.

Gelet op de discussie die eiser in de dagvaarding aanzwengelt, doet hij dat in feite als erfgenaam van de nalatenschap van erflaatster.

Het is echter vaste jurisprudentie dat vorderingen met betrekking tot een nalatenschap een processueel ondeelbare rechtsverhouding in hoofde van de erfgenamen betreft.

Daarom had eiser (in dat geval) ook de pleegzoon als andere erfgenaam (althans diens bewindvoerder) in rechte moeten betrekken, hetgeen niet is gebeurd.

Linksom of rechtsom: de voorzieningenrechter concludeert dat eiser deze kortgedingprocedure op onjuiste wijze heeft ingeleid, zodat de vorderingen reeds daarom dienen te worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.