Van onze advocaat executeur. De Rechtbank Noord-Holland heeft op 14 juni 2018 uitspraak gedaan over een verzoek tot het ontslag van een executeur en een verzoek tot het opmaken van een notariële boedelbeschrijving.

De overledene heeft bij testament van 9 juni 2009 over zijn nalatenschap beschikt. In dit testament heeft de overledene belanghebbenden (zijn kinderen geboren uit zijn eerste huwelijk dat door overlijden van zijn echtgenote, de eerste echtgenote, is ontbonden) benoemd tot zijn enig erfgenamen. De erfgenamen hebben de nalatenschap zuiver aanvaard.

Ten behoeve van zijn tweede echtgenote (de weduwe) heeft de overledene zijn helft van de echtelijke woning gelegateerd tegen inbreng van de vrije verkoopwaarde

De weduwe verzoekt dat de kantonrechter de executeur ambtshalve per direct zal ontslaan als executeur.

Aan het ontslag van de executeur legt de weduwe ten grondslag dat zij het contact met hem als onaangenaam ervaart en slecht met hem kan samenwerken, hij bij het huisbezoek haar privacy heeft geschonden, hij nog niet is overgegaan tot afgifte van het legaat, hij ondanks haar 75-jarige leeftijd blijft doorprocederen tegen haar, en hij haar tegenwerkt en werkzaamheden uitvoert die in haar nadeel zijn.

De executeur verzoekt dat de kantonrechter zal bevelen dat van de nalatenschap een notariële boedelbeschrijving als bedoeld in artikel 672 Rv wordt opgemaakt en dat een notaris daartoe zal worden aangewezen.

Aan dit verzoek legt de executeur ten grondslag dat de weigering van de weduwe om inzage te geven in de omvang en samenstelling van haar vermogen tijdens het huwelijk met de overledene de voortgang van de werkzaamheden van de executeur belemmert.

Een notariële boedelbeschrijving heeft daarbij als voordeel dat van betrokkenen kan worden verlangd dat zij de juistheid van hun opgaven ten aanzien van de goederen bevestigen middels een eed ten overstaan van de notaris.

Bevel tot boedelbeschrijving: artikel 672 Rv. Ambtshalve ontslag executeur?

De rechter oordeelt als volgt.

De weduwe heeft haar tegenverzoeken ex lid 4 van artikel 282 Rv te laat ingesteld doordat zij deze niet bij haar verweer van 28 mei 2018 doch pas per 4 juni 2018 heeft ingesteld. De op 4 juni 2018 ingediende stukken ter onderbouwing van de tegenverzoeken zijn ook te laat ingediend ingevolge de instructies van de oproepingsbrief.

De tegenverzoeken missen connexiteit met het verzoek omdat zij van een geheel andere orde zijn dan het gelasten van een notariële boedelbeschrijving.

Verder bezit de weduwe geen van de hoedanigheden als genoemd in lid 2 van artikel 4:149 BW.

Een situatie die zou moeten leiden tot ambtshalve ontslag door de kantonrechter doet zich hier niet voor.

Uit de jurisprudentie en de wetsgeschiedenis moet het dan gaan om bijzonder evidente situaties, zoals misbruik van bevoegdheid en verwaarlozing van zijn plichten. Dergelijke omstandigheden heeft de weduwe niet gesteld en daarvoor is niet het geringste bewijs.

Dat de weduwe zich onprettig voelt bij deze executeur en dat hij onvoldoende met haar belang rekeningen zou houden is daartoe volstrekt ontoereikend.

Ex lid 2 van artikel 4:149 behoort de weduwe niet tot de kring van personen die een verzoek tot ontslag van een executeur kunnen indienen.

De weduwe zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in het verzoek.

Ter zitting heeft zij desgevraagd aangegeven dat haar tegenverzoek bedoeld is om de mogelijkheid van ambtshalve ontslag door de kantonrechter ter zitting aan de orde te stellen.

De kantonrechter is van oordeel dat er geen redenen zijn om over te gaan tot ambtshalve ontslag van de executeur.

Het verzoek van de weduwe daartoe acht de kantonrechter onnodig defamerend jegens de executeur.

De regeling van het ambtshalve ontslag ziet op bijzonder evidente situaties en daarvan is in onderhavige zaak geen sprake.

In tegendeel, de executeur heeft na zijn benoeming door de kantonrechter de afwikkeling van de nalatenschap voortvarend en consciëntieus ter hand genomen.

Dit blijkt onder meer uit de besprekingen die hij heeft gevoerd met de betrokkenen, de verslaglegging daarvan en de uitgebreide correspondentie.

Ook is het inherent aan de positie van de executeur dat hij standvastig dient te zijn en dat dit afhankelijk van de positie die een bij de afwikkeling van de nalatenschap belanghebbende inneemt (erfgenaam, legataris, schuldeiser, en/of schuldenaar) wisselend zal worden gewaardeerd.

Inmiddels duurt de afwikkeling van de nalatenschap al meer dan 2,5 jaar. Dat dit de weduwe zwaar valt, moge zo zijn, maar dit kan de huidige executeur geenszins worden aangerekend, doch heeft veeleer te maken met keuzes die de weduwe heeft gemaakt aangaande de afwikkeling van de nalatenschap.

Gelet op deze uitkomst behoeft het verzoek daarom bij gebrek aan belang geen bespreking.

De executeur heeft tot taak om een boedelbeschrijving met inbegrip van een voorlopige staat van schulden van de nalatenschap op te maken en de bij hem bekende schuldeisers op te roepen tot indiening van hun vorderingen.

In onderhavige nalatenschap is de executeur hiermee nog doende en daarmee is de weduwe bekend.

Immers, het verzoek ex artikel 672 Rv dient nu juist om uitvoering te geven aan deze taak.

Verder is de executeur nog in afwachting van de uitvoering door de weduwe van de uitspraak van de voorlopige voorzieningenrechter van 16 mei 2018.

Het tegenverzoek doorkruist de systematiek van de wet ter zake van de afwikkeling van nalatenschappen.

Het is aan de weduwe om de door haar gestelde vorderingen op de nalatenschap bij de executeur in te dienen, waarna het aan de executeur is om deze vorderingen al dan niet te erkennen en vervolgens kan de dan geëigende procedurele gang worden gevolgd. Het verzoek is op dit punt niet toewijsbaar.

Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op het gewezen executeurschap van de weduwe dient daarbij in aanmerking te worden genomen dat een executeur in zijn algemeenheid pas recht heeft op loon nadat hij zijn werkzaamheden heeft afgerond; dus rekening en verantwoording heeft afgelegd aan zijn opvolger en de administratie heeft overgedragen. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Voor toewijzing van een verzoek ex 672 Rv dient de verzoeker slechts summierlijk aannemelijk te maken dat hij belang heeft bij zijn verzoek.

De kantonrechter volgt de executeur in zijn standpunt dat een notariële boedelbeschrijving meerwaarde heeft ten opzichte van een onderhandse boedelbeschrijving en dat de erfgenamen daarbij een rechtens te respecteren belang hebben.

Dat de weduwe heeft aangegeven haar medewerking te verlenen aan de uitvoering van het vonnis in kort geding maakt dit niet anders. Het verzoek zal daarom worden toegewezen, zoals hieronder nader bepaald, en een notaris zal worden aangewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de taken en bevoegdheden van een executeur in een nalatenschap, over het ontslag van een executeur of over een verzoek tot het opmaken van een boedelbeschrijving, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.