De Rechtbank Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over een verzoek van een vereffenaar tot machtiging tot het te gelde maken van de onverdeelde helft van een woning uit een nalatenschap.

Op 24 februari 2022 heeft de rechtbank een notaris benoemd als vereffenaar in de nalatenschap van erflaatster omdat haar zus de nalatenschap onbeheerd liet.

De notaris verzoekt de rechtbank om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking hem te machtigen, om de woning te gelde te maken met alles wat daartoe nodig en noodzakelijk is.

De notaris legt het volgende aan zijn verzoek ten grondslag.

Een deelgenoot in een eenvoudige gemeenschap kan de rechter verzoeken om gemachtigd te worden om een gemeenschappelijk goed te gelde te maken als daarvoor een gewichtige reden bestaat.

Dit laatste is het geval omdat de woning in verval raakt en de helft van de opbrengst van de woning (het aandeel van erflaatster) nodig is om de schuldeisers van de nalatenschap van erflaatster te betalen.

Erfrecht. Vereffening. Vereffenaar verzoekt machtiging tot het te gelde maken van een onverdeelde helft van een woning uit nalatenschap. Legaat. Verblijvensbeding.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank heeft uit de stukken bij het verzoekschrift opgemaakt dat bij de zus een onjuiste voorstelling van zaken bestaat over de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster in verband met de eigendom van de woning en de schulden aan de kinderen.

Alvorens te beslissen op het verzoek van de notaris zal de rechtbank ingaan op de status van de woning in relatie tot de nalatenschap en de positie van de kinderen.

Uit de correspondentie tussen notaris en zus blijkt dat de zus ten onrechte in de veronderstelling verkeert dat zij na het overlijden van erflaatster als enige eigenaar is van de woning.

Die onjuiste veronderstelling is mede het gevolg van informatie die zij heeft gekregen van de notaris.

De notaris heeft de zus desgevraagd meermaals schriftelijk bevestigd dat zij als gevolg van het verblijvingsbeding in de akte van 31 mei 2000 na het overlijden van erflaatster automatisch eigenaar van de woning was geworden.

Het verblijvensbeding in de akte van 31 mei 2000 leidt er echter niet toe dat de zus automatisch enig eigenaar van de woning is.

Het aandeel van erflaatster in de woning valt in de nalatenschap van erflaatster en het verblijvensbeding wordt door de wet aangemerkt als een legaat.

Een legaat zorgt ervoor dat een persoon, in dit geval zus, aanspraak krijgt op een specifiek goed (het aandeel van erflaatster in de woning) van de nalatenschap.

Ook het testament van erflaatster bevat een legaat ten behoeve van zus dat ziet op de woning.

Dit legaat heeft dezelfde strekking als het verblijvensbeding en de uitkomst van beide bepalingen is hetzelfde.

Uit het voorgaande blijkt dat het aandeel van erflaatster in de woning onderdeel is van de nalatenschap.

Dat betekent dat de nalatenschap van erflaatster en de zus samen gerechtigd zijn tot de woning, ieder voor de helft.

De zus en de vertegenwoordiger van de nalatenschap – de notaris – zijn daarom samen bevoegd zijn om over de woning te beschikken.

Een van de gerechtigden tot de woning kan op grond van de wet de rechtbank verzoeken om alleen te mogen beschikken over de woning.

Hij/zij is dan bevoegd om zonder instemming van de andere gerechtigden, het huis te verkopen.

Dit mag alleen als daar gewichtige redenen voor zijn.

De notaris heeft de rechtbank verzocht om deze machtiging aan hem te verlenen als vertegenwoordiger van de nalatenschap.

Volgens de notaris zijn er geen mogelijkheden om de schuldeisers van de nalatenschap te voldoen zonder dat de woning wordt verkocht en de zus is niet bereid gebleken daaraan haar medewerking te geven.

De woning is daarnaast in verval geraakt en zorgt op dit moment voor overlast voor omwonenden.

De rechtbank stelt vast er inderdaad gewichtige redenen zijn voor verkoop van de woning.

Gelet op de gang van zaken sinds het overlijden van erflaatster en de tijd die sindsdien is verstreken acht de rechtbank het noodzakelijk dat de nalatenschap op korte termijn wordt afgewikkeld.

Dit is niet mogelijk zonder dat (de onverdeelde helft van) de woning wordt verkocht.

Daarnaast is niet komen vast te staan dat zus de afgelopen jaren inspanningen heeft geleverd om de woning te onderhouden en de woning (mede) daardoor in verval is geraakt.

De rechtbank zal de notaris daarom machtigen om zelfstandig tot verkoop van de woning over te kunnen gaan.

Het voorgaande geldt ook voor de inboedel die nog aanwezig is in de woning omdat verwijdering van de inboedel noodzakelijk is voor het verkopen van de woning.

De notaris heeft verder aangevoerd dat als hij de inboedel niet mag verkopen, deze opgeslagen moet worden, met alle kosten van dien.

Ook ten aanzien van dit onderwerp is het niet de verwachting dat de notaris en de zus constructief tot een oplossing zullen komen, zodat het verzoek tot verkoop en afvoer daarvan zal worden toegewezen.

Na de verkoop van de woning is in ieder geval de helft van de verkoopopbrengst daarvan voor zus.

De andere helft van de verkoopopbrengst valt in de nalatenschap.

Dat betekent dat van die helft de schulden van de nalatenschap moeten worden betaald in de volgorde van artikel 4:7 BW.

Het geld dat daarna overblijft komt dan toe aan de erfgenaam/erfgenamen van erflaatster.

Op dit moment is nog niet duidelijk wie de erfgenaam is van erflaatster omdat zus zich daar nog niet over heeft uitgelaten.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.