Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een benoeming van een vereffenaar ook mogelijk was bij zuivere aanvaarding van de nalatenschap.

Verweerster heeft de rechtbank verzocht een vereffenaar over de nalatenschap te benoemen.

Erfrecht. Vereffening. Is een benoeming van een vereffenaar ook mogelijk bij zuivere aanvaarding? Complexe afwikkeling van de nalatenschap. Gerechtelijke procedures.

De rechter oordeelt als volgt.

Niet enkel in het geval van beneficiaire aanvaarding kan er een vereffenaar worden benoemd.

In de situatie dat verweerster de nalatenschap zuiver zou hebben aanvaard, kan op grond van artikel 4:204 lid 1 sub a BW toch een vereffenaar worden benoemd wanneer de nalatenschap niet door een executeur wordt beheerd en de erfgenamen die bekend zijn de nalatenschap geheel of ten dele onbeheerd laten.

Vast staat dat er geen executeur is omdat betrokkene geen testament heeft gemaakt.

Daarnaast is het hof gebleken dat de nalatenschap sinds het overlijden van betrokkene (tot in ieder geval de benoeming van de vereffenaars) in ieder geval deels onbeheerd werd gelaten.

De aan betrokkene in eigendom toebehorende woning wordt niet bewoond, staat leeg en verpietert.

De vereffenaars hebben ook aangegeven dat de erven de nalatenschap al bijna een jaar onbeheerd hebben gelaten.

Zo is het de vereffenaars gebleken dat de woning nog altijd leegstaat en dat de woning niet was verzekerd tegen bijvoorbeeld brand.

Pas na de benoeming van de vereffenaars is er een opstalverzekering afgesloten.

Dat sprake is van onbeheerd laten is ter zitting ook met zoveel woorden door appellanten erkend/bevestigd.

De stelling van appellanten dat het onbeheerd laten door het handelen van verweerster komt, maakt dit niet anders.

Feit blijft dat sprake is van een onbeheerde nalatenschap.

Dat verweerster de schuur zou beheren, maakt dit eveneens niet anders.

Feit blijft dat in ieder geval een deel van de nalatenschap onbeheerd is gebleven.

Omdat sprake is van het onbeheerd laten van (een deel van) de nalatenschap heeft de rechtbank de vraag of sprake is van een beneficiaire of zuivere aanvaarding in het midden kunnen laten en een vereffenaar kunnen benoemen.

Bovendien is het hof van oordeel dat uit hetgeen appellanten hebben aangevoerd niet blijkt dat sprake is van zuivere aanvaarding.

Op grond van artikel 4:192 lid 1 BW hebben kort gezegd enkel gedragingen die leiden tot benadeling van schuldeisers zuivere aanvaarding tot gevolg.

Het is aan het hof niet gebleken, in het licht van de gemotiveerde betwisting door verweerster, dat de schuldeisers zijn benadeeld door de gedragingen die verweerster zou hebben verricht.

Verweerster beschikte derhalve over de juiste hoedanigheid, namelijk die van erfgenaam in een beneficiair aanvaarde nalatenschap, om het verzoek tot de benoeming van een vereffenaar in te dienen (artikel 4:203 lid 1 sub a BW).

Verder stellen appellanten dat geen sprake zou zijn van een complexe afwikkeling.

Het hof oordeelt – in het licht van het voorgaande ten overvloede – anders.

Betrokkene was tijdens zijn leven verwikkeld in vier gerechtelijke procedures tegen appellanten waaronder de arbitrageprocedure ter vaststelling van de waarde van het aandeel in de maatschap die is beëindigd.

In deze procedure is een deskundige benoemd die de in het arbitrale vonnis van 5 juli 2023 gestelde vragen moet beantwoorden.

Daarnaast was een civiele procedure aanhangig bij de rechtbank Limburg waarin betrokkene bedragen vordert van appellanten ten aanzien van banktegoeden die bij buitenlandse banken worden aangehouden op grond dat sprake was van een gemeenschap.

Ten derde is er een procedure aanhangig bij de rechtbank Limburg waarin appellanten de ontbinding van een tussen partijen getroffen schikking, die is vastgelegd in een proces-verbaal, vorderen en de terugbetaling van het uit hoofde van die schikking door betrokkene ontvangen bedrag van € 750.000.

Tot slot loopt er een procedure bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch over de toedeling van een perceel bosgrond en een schuur aan betrokkene.

De hoeveelheid aan procedures en de aard ervan maken naar het oordeel van het hof dat sprake is van een complexe afwikkeling van de nalatenschap.

Daarbij komt dat appellanten in de procedures tegen betrokkene en thans tegen de nalatenschap ‘twee petten op’/conflicterende belangen hebben, omdat zij ook erfgenaam van betrokkene zijn.

Bovendien blijkt uit het procesdossier en hetgeen ter zitting aan het hof is gebleken dat de verhouding tussen partijen ernstig verstoord is.

Het hof volgt het betoog van appellanten dan ook niet dat zij zelf de nalatenschap kunnen afwikkelen.

Gezien het voorgaande bestaat er naar het oordeel van het hof wel degelijk noodzaak om een vereffenaar te benoemen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.