De Rechtbank Noord-Holland heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of gebrek aan vertrouwen van de erfgenamen in de executeur een gewichtige reden was voor ontslag.

Verzoekers verzoeken dat de kantonrechter de executeur ontslaat als executeur in de nalatenschap van erflater.

Verzoekers leggen aan hun verzoek ten grondslag dat er sprake is van gewichtige redenen die het ontslag van de executeur rechtvaardigen.

Zij stellen daartoe dat gelet op de handelwijze van de executeur in het verleden, als bewindvoerder over de goederen van erflaatster voor haar overlijden, het conflict dat is ontstaan tussen de kinderen en de executeur en het gebrek aan communicatie er sprake is van een diepgaand niet aanstonds weg te nemen wantrouwen van de erfgenamen in de executeur.

Dit wantrouwen is gestoeld op concrete en objectieve feiten.

Erfrecht. Ontslag van de executeur. Gewichtige reden voor ontslag? Informatieverstrekking. Wantrouwen. Gebrek aan vertrouwen van de erfgenamen in de executeur. Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

De executeur heeft ingevolge artikel 4:144 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) de taak de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen, die tijdens zijn beheer uit die goederen behoren te worden voldaan.

De executeur moet aan de erfgenamen alle door hen gewenste inlichtingen geven over de uitoefening van zijn taak (artikel 4:148 BW).

De taak van de executeur eindigt door ontslag dat de kantonrechter hem met ingang van een bepaalde dag verleent (artikel 4:149 lid 1 aanhef en onder f BW).

Het ontslag wordt hem verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij om gewichtige redenen, zulks op verzoek van een mede-executeur, een erfgenaam of het openbaar ministerie, dan wel ambtshalve.

Beoordeeld moet worden of er sprake is van een gewichtige redenen die het ontslag van de executeur rechtvaardigen.

Van gewichtige redenen kan sprake zijn wanneer de executeur ongeschikt blijkt tot het uitoefenen van haar taken of in die uitvoering tekortschiet, of wanneer er sprake is van een diepgaand, niet aanstonds weg te nemen wantrouwen van de erfgenamen in de executeur.

Dit wantrouwen dient gestoeld te zijn op concrete en objectieve feiten.

Kern van de bezwaren van verzoekers is dat zij er geen vertrouwen meer in hebben dat de executeur zijn taken op een integere en gedegen wijze zal vervullen en dit wantrouwen vormt volgens verzoekers een gewichtige reden.

Met verzoekers is de kantonrechter van oordeel dat sprake is van gewichtige redenen die het ontslag van de executeur rechtvaardigen.

De kantonrechter licht dit oordeel hieronder toe.

Erflater en executeur hebben in augustus 2017 overeenkomst van geldlening ondertekend met de gezamenlijke woning als onderpand (hypothecaire lening) ten behoeve van een woning te woonplaats A die de executeur] in eigendom zou verwerven.

De executeur erkent dat erflaatster op deze manier aansprakelijk is voor de aflossing van de lening aan de bank, maar de executeur stelt dat intern, in de relatie tussen erflaatster en executeur, hij volledig draagplichtig is en er dus geen risico bestaat op een vordering van de bank op erflaatster of de erven.

De executeur is bereid er bij de bank voor zorg te dragen dat erflaatster, althans verzoekers, uit de hypothecaire zekerheidsstelling wordt/worden ontslagen.

De executeur stelt dat de bank daarvoor een verklaring van erfrecht eist, maar hij heeft nog geen verklaring van erfrecht aangevraagd, althans hij heeft verzoekers niet op de hoogte gehouden van de inspanningen die hij daartoe heeft verricht.

De executeur heeft ook de brief van de notaris die hij stelt te hebben – waarin staat dat nog geen verklaring van erfrecht kan worden afgegeven – niet aan verzoekers overhandigd of in deze procedure overgelegd.

De executeur heeft zijn stelling dat er geen nadeel was voor erflaatster omdat hij alle rente en aflossingen betaalde niet nader onderbouwd, bijvoorbeeld met bankafschriften.

De executeur heeft op deze manier onvoldoende gedaan om de zorgen weg te nemen over de gang van zaken met betrekking tot de hypotheekverhoging ten aanzien van de gezamenlijke woning.

Daarnaast speelt dat de executeur vanwege het onvoldoende verschaffen van informatie als bewindvoerder is ontslagen.

Hij had zich er dus bewust van moeten zijn dat er meer transparantie van hem verwacht mocht worden bij het uitoefenen van beheertaken.

Desondanks volstaat hij met het standpunt dat hij de uitkomst van het financiële onderzoek afwacht alvorens hij zal overgaan tot het opstellen van een boedelbeschrijving.

Daarmee heeft hij zijn taken als executeur onvoldoende uitgevoerd en dat maakt dat er bij verzoekers een diepgaand niet aanstonds weg te nemen wantrouwen in de executeur is ontstaan en dit wantrouwen is gebaseerd op concrete en objectieve feiten.

De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van verzoekers zal toewijzen.

De executeur zal worden ontslagen als executeur in de nalatenschap van erflaatster.

De kantonrechter merkt daarbij op dat op executeur als défungerend executeur de verplichting rust om aan de degenen die na hem tot beheer bevoegd zijn rekening en verantwoording af te leggen op de wijze als voor bewindvoerders is bepaald en daarbij alle in zijn bezit zijnde administratie van de overledene te overleggen (artikel 4:151 Burgerlijk Wetboek).

In de tussen partijen bestaande familierechtelijke relatie, ziet de kantonrechter aanleiding om te bepalen dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat executeur over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de taken en bevoegdheden van de executeur, bezoek dan onze website over de executeur. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.