Van onze advocaat executeur. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 18 september 2018 uitspraak gedaan over het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding, die de nalatenschap heeft geleden, ten gevolge van een onrechtmatige daad van een executeur.
Appellante heeft in eerste aanleg gevorderd dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat geïntimeerde als executeur aansprakelijk is voor door appellante geleden schade en hem zal veroordelen aan haar € 60.000,- (primair) of een schadevergoeding die de rechtbank juist acht (subsidiair) te betalen alsmede de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten met nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De rechtbank heeft in haar vonnis van 12 augustus 2015 geoordeeld dat geïntimeerde als executeur zonder recht of toestemming zich gelden van de nalatenschap heeft toegeëigend en daardoor onrechtmatig heeft gehandeld jegens appellante en dat appellante daardoor een schade heeft geleden van € 19.468,25.
Onrechtmatige daad executeur. Schadevergoeding en schadebegroting.
De rechter oordeelt als volgt.
Voor de beoordeling van de grieven stelt het hof het volgende voorop.
Geïntimeerde is als gewezen executeur verplicht rekening en verantwoording af te leggen over het door hem gevoerde beheer aan appellante (artikel 4:151 BW) en aan haar de goederen (gelden) van de nalatenschap ter beschikking te stellen (artikel 4:150 BW).
Voor zover in hoger beroep nog aan de orde, is het hof van oordeel dat geïntimeerde als executeur onrechtmatig heeft gehandeld door zich zonder toestemming van appellante gelden van de nalatenschap toe te eigenen althans deze niet aan haar ter beschikking te stellen.
Hij moet de schade die appellante daardoor lijdt aan haar vergoeden.
Die schade is gelijk aan het verschil tussen de gelden die hij aan haar had moeten afdragen (het saldo van de nalatenschap na betaling van alle schulden van de nalatenschap) en hetgeen zij uit de nalatenschap heeft ontvangen.
Het hof gaat daarbij ervan uit dat appellante enig erfgename is, omdat partijen het erover eens zijn dat haar broer de nalatenschap heeft verworpen.
Appellante heeft geen grief gericht tegen de afwijzing door de rechtbank van de door haar gevorderde verklaring voor recht dat geïntimeerde op grond van een onrechtmatige daad aansprakelijk is voor de door haar geleden schade toewijzen. Het hof zal de gevorderde verklaring voor recht ook niet geven, nu zij daarbij ook geen belang heeft.
Onder de stukken van het dossier heeft het hof geen (definitieve) eindrekening en verantwoording van geïntimeerde aangetroffen die een nauwkeurige opgave van alle uitgaven ten laste van de nalatenschap en de redenen voor het doen van die uitgaven bevat en die afsluit met het bedrag dat geïntimeerde aan appellante ter beschikking zou moeten stellen.
De grieven komen erop neer dat de rechtbank ten onrechte voor het bepalen van de schade niet is uitgegaan van de “Opstelling gevorderde schadevergoeding (éx aequo et bono’ ‘naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid’)” die appellante heeft gemaakt bij de dagvaarding in eerste aanleg.
Deze grieven slagen in zoverre.
De rechter dient ingevolge artikel 24 Rv de zaak te onderzoeken en te beslissen op de grondslag van hetgeen appellante aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd.
Het hof zal anders dan de rechtbank bij de beoordeling van de schade en de begroting daarvan door appellante en de daarin opgenomen stellingen als uitgangspunt nemen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de taken en bevoegdheden van een executeur in een nalatenschap, over het afleggen van rekening en verantwoording door de executeur of over het ontslag van een executeur, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.